Pijler 2 Gezamenlijke focus op veiligheid
Module Onderzoek & analyse

Samenwerken

Een hulptraject kan op veel verschillende manieren starten. Er ligt zeker niet altijd een expliciete hulpvraag aan ten grondslag om huiselijk geweld te stoppen. De onveiligheid kan in beeld komen bij een hulptraject met een andere vraag als oorsprong. Een slachtoffer of pleger kan zelf hulp zoeken bij het lokale team of het RVT, al dan niet op advies van bijvoorbeeld de huisarts of de politie. Of de politie of een bezorgde derde kan (een vermoeden van) huiselijk geweld melden bij het RVT/VT. Daarmee zijn dus zowel het lokale team als het RVT mogelijke vertrekpunten als het gaat om het doen van onderzoek.

We beschouwen het lokale team als de meest aangewezene om het onderzoek te starten, uit te voeren en de samenwerking met alle betrokkenen te coördineren. Dat kan deze professional (alleen) met kwaliteit en vertrouwen doen als de eigen organisatie daar de inbedding voor heeft georganiseerd. Bovendien moet de benodigde aanvullende expertise of bevoegdheid ook daadwerkelijk en direct lokaal of (boven-)regionaal beschikbaar zijn. Het gaat hier om de expertise op huiselijk geweld die te vinden is bij onder meer het RVT, de vrouwenopvang, bovenregionale organisaties als het Centrum voor Seksueel geweld of Filomena en de forensische GGZ. En daarnaast gaat het om expertise op de aan dat geweld onderliggende oorzaken, denk onder meer aan hulp bij schulden of wonen door het lokale team en specialistische volwassenen- of jeugdzorg.

De uiteindelijke rolverdeling tussen professionals is altijd maatwerk, gebaseerd op de aard en ernst van problematiek, de werkrelatie die de verschillende professionals hebben met gezinsleden en de toegang die gezinnen al dan niet geven. De verschillende betrokken professionals vullen op elkaar aan en doen elkaars werk niet over. Bij signalen van intieme terreur betrekt de lokale team professional direct aanvullende expertise. Zonder die aanvulling onderzoek je als lokale team professional in beginsel (nog) niet. De specifieke kennis en ervaring zijn nodig om zorgvuldig te kunnen afwegen welke acties bijdragen aan het creëren van veiligheid en welke acties juist zorgen voor meer onveiligheid, mogelijk met de dood tot gevolg.

Het is belangrijk tijdens het doen van onderzoek ook te helpen c.q. al helpend onderzoek te doen.
Ervaringsdeskundigen geven aan hoezeer het grote aantal pratende en niet helpende hulpverleners belastend is in plaats van ondersteunend. Daarom is het belangrijk om alle reeds bij het gezin betrokken professionals te informeren over op welke wijze zij aan het traject van GSV kunnen bijdragen of juist niet. En om af te spreken wie de coördinatie en facilitering van de samenwerking van dit team op zich neemt.