Intro
Gezinnen c.q. de individuen daarbinnen, hebben vaak meerdere vraagstukken. De lokale teamprofessional staat naast de volwassenen en kinderen en ondersteunt in de breedte van die vraagstukken1. Als er sprake is of lijkt van huiselijk geweld geven betrokken professionals daar samen prioriteit aan, omdat het zo ingrijpend en schadelijk is voor de verschillende gezinsleden. Het methodisch proces van Gefaseerd Samenwerken voor Veiligheid werkt resultaatgericht aan het met de volwassenen en kinderen onderzoeken welke geweldspatronen spelen, hoe het geweld in het hier en nu kan worden gestopt en welke hulp en bescherming vervolgens nodig is. GSV wordt op een groot aantal plaatsen in het land in praktijk gebracht. Uitgangspunt is dat alle betrokkenen eigen ervaring en/of expertise meebrengen en deze noodzakelijk is voor het samen werken aan het blijvend stoppen van het geweld.
- Associatie Wijkteams. (2023). De brede opdracht van een lokaal team (versie 3.0). n.p.
Het analyseren van geweld
Zonder voldoende veiligheid zijn mensen aan het overleven, voelen ze continu stress, angst en onveiligheid. Hierdoor blijft het systeem van de hersenen actief dat gevaren signaleert. Van daaruit reageren mensen emotioneel en impulsief. Ze zien geen ruimte om de waarheid te vertellen, zijn minder in staat om weloverwogen keuzes te maken en op de eigen kracht te vertrouwen. En ze kunnen zich niet richten op vaak langdurige problemen die hieronder liggen, zoals verslaving, eigen trauma’s, of gezondheidsproblemen. In de fase van directe veiligheid helpen professionals gezinsleden het onveilige gedrag te stoppen. Pas daarna kan er aan onderliggende problemen worden gewerkt. Terugval is onderdeel van het proces tot verandering. Daarom blijft de aandacht voor directe veiligheid er ook in de volgende fasen van stabiele veiligheid en persoonlijke groei.
De 3 fasen van Gefaseerd Samenwerken voor Veiligheid
De kern van GSV is het onderscheid tussen directe veiligheid, stabiele veiligheid en persoonlijke groei: drie fasen die stapsgewijs worden doorlopen en waar verschillende vormen van onderzoek, hulp en bescherming nodig zijn. Bij directe veiligheid gaat het om het stoppen van geweld en het beschermen van het slachtoffer. De actuele onveilige situatie en niet de toekomst is in die eerste fase de focus.
Het onderscheid tussen acute en structurele onveiligheid
Acute onveiligheid verwijst naar een situatie waarin direct gevaar dreigt voor de fysieke of emotionele veiligheid van één of meer leden van een gezin. Dit betreft situaties die onmiddellijk ingrijpen vereisen om escalatie van geweld, ernstige schade of overlijden te voorkomen. Als het kan, gaan politie en zorgprofessional samen naar de plek van de crisis toe. Door daar de informatie samen te brengen, kan beter en sneller worden beoordeeld of gezinsleden direct in veiligheid moeten worden gebracht. Politie en zorgprofessional spreken de volwassenen en kinderen afzonderlijk, beoordelen de veiligheid en nemen de meest noodzakelijke veiligheidsmaatregel voor de eerste dag. De samenwerking van politie en zorg heeft ook als doel verbinding te maken met wat we weten over de mogelijke structurele onveiligheid. Heel vaak is acute onveiligheid een crisis binnen een patroon.
We spreken van structurele onveiligheid als één of meerdere gezinsleden chronisch aan misbruikend, verwaarlozend of gewelddadig relationeel gedrag worden blootgesteld. Dit houdt in dat huiselijk geweld langdurig aanwezig is en daardoor voortdurend schade toebrengt.
De drie fasen bij structurele onveiligheid
Als er sprake is van structurele onveiligheid onderscheiden we drie fasen die stapsgewijs worden doorlopen en waar verschillende vormen van hulp en bescherming nodig zijn. Hoe professionals handelen in die verschillende fasen is allereerst afhankelijk van het overheersende geweldspatroon. We werken altijd systeemgericht en relationeel, bij signalen van het patroon van controle & dwang doen we dat niet in de vorm van een gezamenlijk traject.

Fase directe veiligheid
De focus in de eerste fase van betrokkenheid is het stoppen van het misbruikend, verwaarlozend of gewelddadig relationeel gedrag en het beschermen van de verschillende gezinsleden. De actuele onveilige situatie en niet de toekomst is de focus. Er wordt gestart met het maken van een gedeelde analyse: wie doet wat ten opzichte van wie en met welke impact? Dat doen we vanuit verschillende perspectieven. Door het maken van een systeemgerichte veiligheidstaxatie krijgen professionals allereerst inzicht in de aard en de ernst van het geweld. Gezinsleden worden afzonderlijk gesproken (kinderen in het vrijwillig kader alleen met toestemming van de ouders) en we zijn ons bewust van de verschillende belangen, gender en slachtoffer- en plegerposities. Vervolgens maken we met volwassenen en kinderen binnen het gezin, en relevante anderen, veiligheidsafspraken. Het doel van het veiligheidsplan is om het geweld in het nu te stoppen, bijvoorbeeld de afspraak om na het drinken van alcohol niet thuis te slapen als alcohol agressie met zich meebrengt. Het gaat in deze fase nog niet om het aanpakken van de onderliggende problemen, dus het gaat nog niet om alcoholproblematiek aanpakken.
We gaan in deze fase uit van de volgende onderzoeksvragen:
- Is er sprake van huiselijk geweld?
- Indien ja, welk geweldspatroon staat op de voorgrond (aard)? Wie doet wat tegen wie?
- Tot welke schade leidt dit geweldpatroon? Wat is dus de impact (ernst)?
- Wat is de consequentie daarvan voor ons handelen als professional?
- Welke afspraken en inzet zijn nodig om het geweld te stoppen?
De eerste stappen in de fase van de directe veiligheid helpen ook om meer duidelijkheid te krijgen als er vermoedens zijn van huiselijk geweld. Het volgt de stappen van de meldcode.
Fase stabiele veiligheid
Hier is het doorbreken van een patroon van herhalende onveiligheid het doel. We helpen volwassenen en afhankelijk van de onderliggende problematiek ook de kinderen de belangrijkste onderliggende problemen aan te pakken die het steeds opnieuw onveilig maken. Met wie we op welke manier werken wordt ook in deze fase ingekleurd door het bovenliggende geweldpatroon. We starten met het maken van een verklarende analyse. Door het maken van een systeemgerichte risicotaxatie krijgen we inzicht in het wel of niet aanwezig zijn van onderliggende problemen en hun invloed op de veiligheid. Ook hierbij maken we onderscheid tussen de aard en de ernst van de onderliggende problemen, in relatie tot het onveilige relationele gedrag. Een systeemgerichte risicotaxatie kan worden gezien als een vorm van ‘verklarende analyse’1. Aansluitend komen we samen met alle, of een aantal leden van het gezin en relevante derden tot een werkend plan om de onderliggende problemen dusdanig positief te beïnvloeden, dat ze niet meer leiden tot onveilig relationeel gedrag.
Onze vragen in deze fase zijn:
- Is er sprake van problemen die bijdragen aan het huiselijk geweld?
- Indien ja, welke problemen zijn dit (aard)?
- Op welke manier dragen de problemen bij aan misbruikend, verwaarlozend of gewelddadig relationeel gedrag (ernst)?
- Welke bescherming en/of hulp is nodig om deze problemen positief te beïnvloeden, zodat ze niet meer tot huiselijk geweld leiden?
- Hervormingsagenda Jeugd
Fase persoonlijke groei
Op het moment dat de onderliggende problemen dusdanig positief zijn beïnvloed, dat ze niet meer leiden tot huiselijk geweld, gaat de aandacht naar persoonlijke groei. Dit gaat uit van het principe dat ieder individu het recht heeft op ontwikkeling, meedoen en (naar vermogen) regie over het eigen leven. Daar waar structurele ondersteuning nodig is in het voeren van eigen regie, gaan we daarnaar op zoek. Leden van het gezin moeten kunnen herstellen van wat er in hun leven is gebeurd. Dat herstel ziet er voor iedere volwassene en ieder kind anders uit. Hiervoor wordt een individuele taxatie uitgevoerd m.b.t. de herstelbehoefte en mate van eigen regie op het leven. Van ervaringsdeskundigen leren we over het levenslange effect van slachtoffer zijn van huiselijk geweld waaronder kindermishandeling, en dus de waarde van terugkerende toegang tot laagdrempelige hulp.
In deze fase zijn de vragen dus:
- Wat heeft elk individu binnen het gezin nodig om weer tot ontwikkeling te komen?
- Wat hebben individuen binnen het gezin eventueel nodig om meer regie over het eigen leven te krijgen?
- Wat is helpend in het omgaan met toekomstige gebeurtenissen en vragen?
Werken in vier stappen
Binnen de fasen van GSV worden telkens dezelfde vier stappen doorlopen om de resultaten die per fase worden beoogd te bereiken. Die beoogde resultaten zijn leidend. Daarbinnen kunnen afhankelijk van het geweldspatroon en de onderliggende oorzaken allerlei instrumenten worden gebruikt en hulp en bescherming worden ingezet. Hierbij wordt steeds de afweging gemaakt wat er binnen het vrijwillige kader kan en mag en wanneer de inzet van bevoegdheden en/of maatregelen helpend en nodig is.

- Samen informatie verzamelen: gezinsleden en hun informele en professionele netwerk starten in iedere fase met het bij elkaar brengen van de relevante informatie. Afhankelijk van het geweldspatroon worden slachtoffer en pleger, ouders en kinderen op een passende c.q. verantwoorde manier betrokken. Afhankelijk van de vermoede ernst van het geweld en de toegang tot informatie wordt in de overwegingen meegenomen of het helpend en nodig is om een verzoek in te dienen om als overheid de bevoegdheid in te zetten om nader onderzoek te doen. Zo krijgen we een zo compleet mogelijk beeld van wat er aan de hand is. We proberen niet om elkaar te overtuigen, maar om de verschillende perspectieven te horen. We maken onderscheid tussen wat we weten en wat interpretaties of meningen zijn. Dit leidt uiteindelijk tot een besluitvorming, die richting geeft aan het verdere handelen.
- Bij vrijwillige hulp wordt samen met de leden van het gezin bepaald wie er nodig is om deze informatie te wegen, en te prioriteren waaraan het eerste gewerkt moet worden. Het wegen van de veiligheid is terugkerend. Het gebeurt hierna als start bij ieder ‘gezinsoverleg’, in iedere fase. Zo kunnen we samen de voortgang volgen en ook snel zien hoe gemaakte afspraken werken, of er nieuwe afspraken gemaakt moeten worden en of eventueel andere deskundigheid of bevoegdheden nodig zijn.
- Gezinsleden, het informele- en professionele netwerk, bedenken samen oplossingen bij iedere prioriteit. Dit start met een brede inventarisatie, waarbij we verschillende oplossingen bespreken. Vervolgens kiezen we voor die oplossingen die zoveel mogelijk recht doen aan de verschillende leden van het gezin en die passend en haalbaar zijn.
- Samen aan de slag: het plan dat samen is gemaakt wordt uitgevoerd. Alle concrete afspraken worden opgepakt zoals afgesproken, inclusief wat te doen als het niet lukt. Tussentijds kijken we hoe de uitvoering gaat en evalueren we met iedereen die betrokken is. Evaluaties beginnen altijd met het wegen van het niveau van de actuele veiligheid. Als er sprake is van misbruikend, verwaarlozend of gewelddadig relationeel gedrag gaan we terug naar de vorige stappen om te kijken welke aanpassingen nodig zijn.
Het inzetten van bevoegdheden
De 0-100 scope van het Toekomstscenario c.q. het bij elkaar brengen van de bescherming bij kindermishandeling en bij geweld in relaties betekent dat, naast het eventuele inzetten van bevoegdheden tot onderzoek, het hele palet aan juridische beschermingsmogelijkheden gebruikt wordt als het gaat om het stoppen van het geweld en het voorkomen dat kinderen en volwassenen in hun ontwikkeling worden bedreigd. Bescherming van kinderen kent een eigen juridische grondslag omdat minderjarigen per definitie afhankelijk zijn van hun ouders (met gezag) en ouders een verplichting hebben hun kinderen leeftijdsadequaat op te voeden tot zelfstandige mensen. Als kinderen in hun ontwikkeling bedreigd worden of in onveiligheid leven is ingrijpen door de overheid, in de zin van hulp en bescherming bieden, verplicht en geeft het jeugd- en familierecht daarvoor een specifieke grondslag. Daarnaast is de overheid verplicht om geweld in relaties en gezinnen te voorkomen en te bestrijden op grond van het Europese en internationale recht, en hiertoe biedt het strafrecht, bestuursrecht of civiele recht een grondslag.1
Het inzetten van overheidsbevoegdheden gebeurt na een zorgvuldige inschatting dan wel afweging van de ernst van het geweld en de mogelijkheden om hulp te bieden, zo nodig na het indienen van een verzoek voor het inzetten van een maatregel bij de rechter of burgemeester. Het gaat in de praktijk om een overwogen evenwicht, waarin beschermingsmogelijkheden onderdeel kunnen zijn van effectieve hulp, maar ook een negatieve impact kunnen hebben op de hulpverlening.2 De mogelijke schadelijke gevolgen van het gebruik van bevoegdheden wegen we altijd mee. Wat zijn de mogelijke gevolgen als we dit niet doen? En wat als we het wel doen? Als we gebruik maken van onze bevoegdheden, dan is dat de uitkomst van een transparant proces. Leden van het gezin worden hierover maximaal geïnformeerd en het proces is navolgbaar.

Voor de verschillende gezinsprofielen hebben we beknopt aangegeven aan welke hulp en beschermingsinterventies waartoe kan worden gedacht. In 2026 zullen we daarop verdiepen in de onderliggende modules ‘kennis van geweldspatronen’ en ‘helpen en beschermen’. Waar mogelijk gebruikmakend van de opbrengst van een andere ontwikkeling binnen het Toekomstscenario: het traject ‘systeemgerichte juridische interventies’.
- Lünnemann, K. D. (2026). Als dwang noodzakelijk is om onveiligheid te doorbreken. Systeemgerichte juridische interventies bij geweld in gezinnen en intieme relaties. Utrecht: Verwey-Jonker Instituut.
- Lünnemann, K. D. (2023). Verschillend perspectief, samen kijken. Over kindermishandeling, geweld in relaties en systeemgerichte bescherming. Utrecht: Hogeschool Utrecht.
Waartoe Onderzoeken & Analyseren?
Onderzoeken en analyseren zijn voorwaardelijk voor passend helpen en beschermen. Hoe beter we als betrokken professionals met (ex-)partners en kinderen de feitelijke onveilige gedragingen en de onderliggende oorzaken in beeld brengen, hoe beter hulp en bescherming aansluiten bij deze unieke situatie. En dat is nodig om onveilig of gewelddadig gedrag te stoppen en slachtoffers te beschermen.
Onderzoeken van het onveilige of gewelddadige gedrag
Het onderzoeken van het gedrag van de pleger geeft zicht op het geweldspatroon, op de impact op het functioneren van de partner en diens eventuele ouderschap, op de impact op de kinderen, op het functioneren van de pleger zelf en op de hele gezinssituatie. Zie onderstaande illustratie, gebaseerd op het werk van Mandel1. Het onderzoeken van het gedrag van de beschermende partner c.q. ouder geeft zicht op de impact van het onveilige gedrag van de pleger en biedt die beschermende ouder daarnaast erkenning en waardering.

Onderzoek als onderdeel van het proces
Onderzoek doen en hulp bieden zijn niet helemaal gescheiden. Idealiter is onderzoeken een helpende interventie op zichzelf. Het gesprek is een middel tot contact, begrip en het bieden van hoop en perspectief. Door te onderzoeken, wordt verandering reeds in gang gezet.
Verder is het onderzoeken van huiselijk geweld een terugkerend en doorlopend proces. We hebben tijd nodig om een werkrelatie op te bouwen en om patronen van geweld te kunnen zien en analyseren. En iedere fase van GSV vraagt opnieuw om onderzoek en analyse, zodat we het beoogde resultaat bereiken. Door de fasen te onderscheiden, maken we het behapbaar en zetten we stappen in de juiste volgorde in plaats van alles tegelijk op te pakken. Op die basis maken we in iedere fase een plan. Het overheersende geweldspatroon (‘geweld door stress’ of ‘dwingende controle’) en de vraag of partners gescheiden zijn of gaan scheiden, bepalen of we één of meerdere plannen maken. Eén plan voor het hele gezin kent daarbinnen individuele afspraken. Als dat niet kan, maken we afzonderlijke individuele plannen. Hier wordt door de betrokken professionals wel met een systemische blik naar gekeken.
Analyse is voorwaarde voor het verantwoord inzetten van maatregelen
In het recente rapport over systeemgerichte juridische interventies bij geweld in gezinnen en intieme relaties2 staat dat het grootste knelpunt dat de praktijk ervaart, het ontbreken van consensus is over wanneer dwang nodig is en op basis waarvan. Ideologische overtuigingen leiden soms tot beslissingen die geen rekening houden met (gevoelens van) onveiligheid en beslissingen die de daadwerkelijke veiligheid ondermijnen. Voorbeelden hiervan zijn dat een kind altijd recht heeft op contact met beide ouders, of dat ouders gelijkwaardig zijn en hun (gewelds)problemen zelf, bij voorkeur samen, moeten oplossen. Dergelijke overtuigingen kunnen de effectiviteit van juridische interventies belemmeren. Een analyse van het geweld – inclusief aandacht voor machtsverschillen, gendersensitiviteit en culturele factoren – is voorwaarde voor het verantwoord inzetten van dwang.
Drie betrokken rechtsgebieden
De mogelijk betrokken rechtsgebieden werken geregeld als 3 afzonderlijke planeten3. Dit kan leiden tot een gebrek aan bescherming en tot verdere schade voor slachtoffers en kinderen. Denk aan een complexe scheiding waarbij het strafrecht zich richt op de pleger en de bescherming van het slachtoffer, de jeugdbescherming kijkt vanuit het kind en het familierecht het gezamenlijk gezag, omgang en de toekomst centraal stelt. Het gevolg kan zijn dat er gelijktijdig een contactverbod wordt opgelegd wegens stalking en een omgangsregeling met het kind. Van samenhangende maatregelen is in de praktijk zeker niet altijd sprake. Gedegen onderzoek en analyse is een belangrijke basis voor ons rechtssysteem. Concreet en goed gedocumenteerd onderzoek naar het gedrag van zowel de pleger als het slachtoffer en de beschermende ouder is de zinvolle bijdrage die we als professionals kunnen leveren voor de rechtspraak.
Individuele gesprekken
We spreken vaders – moeders, plegers – slachtoffers en volwassenen – kinderen in beginsel altijd afzonderlijk en kijken systemisch. In het conceptwetsvoorstel voor de Implementatiewet ‘EU richtlijn ter bestrijding van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld’ staan verbeterde en aanvullende regels ter ondersteuning van slachtoffers. In een situatie van geweld zijn er vaak machtsverschillen en kunnen gender en cultuur een rol spelen. Geweld creëert angst, schaamte en coping strategieën bij slachtoffers en plegers. Het is belangrijk om altijd te bespreken hoe een gesprek veilig gevoerd kan worden.
De primaire onderzoeksvraag
De primaire onderzoeksvraag is ‘wie doet wat tegen wie in welke situatie, vanuit welk geweldspatroon en met welke impact op het functioneren van ieder gezinslid?’. We bewegen niet weg van de onveiligheid c.q. het geweld maar gaan er juist naar toe.
David Mandel stelt dat we als maatschappij de neiging hebben om plegers van geweld – vaak vaders – te ontzien en slachtoffers – vaak moeders – te beschuldigen van het onvoldoende beschermen van de kinderen. Dat komt voort uit de nog steeds actuele stereotype beelden van de vader- en moederrol en uit het gegeven dat veel professionals zich beter toegerust voelen voor het werken met slachtoffers dan met plegers4.
Om met alle gezinsleden een werkrelatie aan te gaan, het geweld effectief te helpen stoppen én tegenwicht te bieden aan deze bias vragen we het patroon van het onveilige gedrag altijd concreet uit en documenteren we het nauwkeurig. Dat doen we ook met het beschermende gedrag van de andere ouder. We documenteren zowel feiten als meningen met bronvermelding en maken daar een duidelijk onderscheid tussen5.
Het gebruik van de gezinsprofielen
De gezinsprofielen zijn een hulpmiddel voor onderzoek en analyse. Ze zijn niet bedoeld als een diagnose van een gezin, maar als een bril die ons helpt geïnformeerd te kijken naar het overheersende geweldspatroon en de onderliggende oorzaken. Het dominante geweldspatroon (geweld door stress of controle en dwang) bepaalt hoe we onderzoeken. De profielen Langdurige zorg, Kindgedrag en opvoedstress en Complexe scheiding zeggen vooral iets over onderliggende oorzaken en dus wat we onderzoeken. Zeker bij het patroon van controle en dwang zijn we ons vanaf de eerste signalen in de onderzoeksfase bewust van de noodzaak dat patroon niet te voeden en passen onze wijze van contact maken, van onderzoeken, van verslaglegging en vormgeving van het veiligheidsplan bij die noodzaak.

De pijler Grondhouding
Onze grondhouding6, waar we relationeel werken en normeren hand in hand laten gaan, is vanaf de start van het werken met een gezin aan de orde. We beschouwen het onderzoeken en analyseren bij huiselijk geweld als een vorm van ‘pro-actieve zorg’. Daarmee bedoelen we dat er actief aansluiting wordt gezocht en hulp wordt aangeboden, ook als daar geen expliciete hulpvraag aan ten grondslag ligt. En omdat het gaat om geweld in afhankelijkheidsrelaties, zijn professionals mede-regievoerder met ook eigen doelen gericht op het stoppen van de onveiligheid c.q. het geweld.
- Mandel, D. (2025). Stop met moeders de schuld geven en vaders negeren.
- Lünnemann, K. D. (2026). Als dwang noodzakelijk is om onveiligheid te doorbreken. Systeemgerichte juridische interventies bij geweld in gezinnen en intieme relaties. Utrecht: Verwey-Jonker Instituut.
- Hester, M. (2011). The three planet model: Towards an understanding of contradictions in approaches to women and children's safety in contexts of domestic violence. British Journal of Social Work, 41(5), 837-853. https://doi.org/10.1093/bjsw/bcr095
- Mandel, D. (2025). Stop met moeders de schuld geven en vaders negeren.
- Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming. (2023). Actieplan Verbetering Feitenonderzoek. Geraadpleegd via https://www.voordejeugdenhetgezin.nl/projecten/actieplan-verbetering-feitenonderzoek
- Module Relationeel en normerend werken, onderdeel van het Handelingskader Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming. (2025).
De primaire onderzoeksvragen
Voordat we concreet ingaan op onderzoeken en analyseren in de verschillende fasen van GSV is het goed om te doorzien dat er twee primaire onderzoeksvragen zijn. Als er kinderen zijn, hanteren we voor vaders en moeders dezelfde lat van ouderschap. Hun keuzes en gedrag zijn evenwaardig belangrijk voor het functioneren van de kinderen, de andere partner en het gezin. Beiden hebben een gelijke verantwoordelijkheid en voor beiden geldt dus ook dezelfde normering dan wel actieve waardering. Onze focus op gender-en machtsverschillen, met zorgvuldige aandacht voor bejegening, geldt uiteraard op dezelfde manier voor partners zonder kinderen.
De eerste onderzoeksvraag
De eerste is ‘wie doet wat tegen wie in welke situatie, welk geweldspatroon komt hieruit naar voren en welke impact heeft dat op het functioneren van ieder van de gezinsleden?’. Door samen het onveilige c.q. gewelddadige gedrag en de impact daarvan in kaart te brengen, kunnen we een analyse maken die voor de individuele gezinsleden en voor de hulpverleners inzichtelijk maakt ‘hoe het geweld het gezin organiseert’. Alleen als we dat gedrag expliciet in beeld brengen, kunnen we contact maken met de pleger, naar hem luisteren, hem bevragen op zijn wensen voor zijn gezin, hem een spiegel voorhouden en hem aanspreken op de schade die hij toebrengt aan zijn (ex-)partner en de kinderen, het ouderschap van zijn (ex-)partner en dat van hemzelf1.
De tweede onderzoeksvraag
Om de beschermende ouder te ondersteunen, is de tweede onderzoeksvraag : ‘wie doet wat voor wie en met welke impact?’. We willen de beschermende ouder, vaak moeders, erkennen in wat zij doet om onder deze moeilijke omstandigheden het leven voor de kinderen zo goed mogelijk door te laten gaan en hen te beschermen tegen onveilige situaties. Dit vraagt heel veel van deze ouder en behoeft waardering en steun. De intentie en noodzaak tot beschermen wordt met regelmaat verkeerd verstaan door professionals en het gedrag wordt als onveilig gelabeld. Denk bijvoorbeeld aan de keuze om bij een gewelddadige partner te blijven, vanuit de inschatting dat het geweld tijdens en na een scheiding eerder toe- dan afneemt. Of denk aan het bij herhaling verhuizen om de ex-partner te ontvluchten. Door aandacht te geven aan de beschermende ouder, leren we begrijpen of dit gedrag de intentie heeft om schade toe te brengen of juist om te beschermen. Als we dit zien en begrijpen, kunnen we de beschermende ouder ondersteunen. Dat is de weg om haar en de kinderen effectief te kunnen helpen.
- Mandel, D. (2025). Stop met moeders de schuld geven en vaders negeren.
Dezelfde stappen in iedere fase van GSV
In de drie fasen van GSV worden telkens dezelfde vier stappen doorlopen om het beoogde resultaat te bereiken. De inhoud van de onderzoeksvragen verschilt, afhankelijk van de fase.

Stap 1: Informatie verzamelen
We starten in iedere fase met het bij elkaar brengen van de relevante informatie. Dit is het onderzoek. Het kan zijn dat de vraag, een signaal of melding bij een andere organisaties is ontvangen. Dan start het gesprek bij deze partner en met gebruik van bestaande rapportages. Hierbij volgen we voorwaarden voor gegevensdeling. In lijn met het (vermoede) geweldspatroon worden de gezinsleden op een passende manier benaderd en altijd individueel gesproken.
Als de betrokken volwassenen geen toegang geven tot informatie, overwegen we om als overheid de bevoegdheid in te zetten om zonder toestemming nader onderzoek te doen. De beslissing om de bevoegdheid van het verzamelen van informatie zonder toestemming – van één van beide partners of kinderen boven de 16 jaar – in te zetten, neemt het RVT/Veilig Thuis op basis van de vermoede ernst van het geweld. De ernst van het geweld (zie de eerste onderzoeksvraag) gaat over de impact van het geweld op de slachtoffers, waaronder de kinderen. Denk aan fysieke of psychische schade, verwaarlozing en stagnerende ontwikkeling. Maar bijvoorbeeld ook aan het beperken van vrijheden.
Samenwerkende partners
Vaak zal in deze fase de lokale teamprofessional, en waar nodig het RVT, een belangrijke rol spelen. De huisarts, leerkrachten en de jeugdgezondheidszorg zijn voorbeelden van relevante partners. Bij signalen van intieme terreur betrekken we direct de betreffende specialist, denk aan de vrouwenopvang in de regio of aan ook bovenregionaal werkende voorzieningen zoals Filomena, Fier of Sterk Huis. Als betrokken professionals proberen we niet om elkaar te overtuigen, maar om de verschillende perspectieven vooral goed te horen en te benutten. We maken onderscheid tussen wat we weten en wat interpretaties of meningen zijn. Het onderzoek is in iedere fase de basis voor onze analyse.
Stap 2: Wegen, onderbouwen en beslissen
Als we de relevante informatie hebben verzameld, is de volgende processtap dat we gaan wegen, onderbouwen en beslissen. Ook voor deze stap geldt dat we de gezinsleden individueel of samen spreken, afhankelijk van het overheersende geweldspatroon c.q. hun unieke situatie. Tijdens het proces van wegen zal er meer informatie boven tafel komen die het beeld van wat er speelt completer maakt. Afhankelijk van de fase binnen GSV waar we aan het werk zijn, analyseren we de impact van het onveilige gedrag, dan wel de onderliggende oorzaken of de wensen voor persoonlijke groei. Het delen en bespreken verdiept de analyse en zorgt voor de noodzakelijke en helpende gezamenlijke doelbinding. Volgend op de analyse worden samen prioritieten gesteld als start van het plan. We starten met het werken aan de patronen die de grootste impact hebben. Vaak komt er dan ook beweging in andere en het helpt om te focussen. Deze focus brengt rust en duidelijkheid.
Stap 3: Plannen maken
Op basis van de gedeelde analyse en gestelde prioriteiten (altijd gekoppeld aan het te behalen resultaat in deze fase) wordt gezamenlijk een plan gemaakt met concrete afspraken die haalbaar en controleerbaar zijn. Het plan is passend voor het individuele gezinslid. Bij de afspraken hoort ook wat te doen als iets niet lukt en hoe we dat snel weten en het plan moeten aanpassen.
Stap 4: Aan de slag
Het plan waarin afspraken staan over de hulp en bescherming die passend is, wordt voor ieder gezinslid uitgevoerd. Er vinden regelmatig evaluaties plaats, die altijd start met het wegen van de actuele veiligheid. We blijven dus ook in deze fase onderzoeken en analyseren. Als daar (opnieuw of nog steeds) sprake van is, gaan we terug naar de vorige stappen om te kijken welke aanpassingen nodig zijn in afspraken, hulp of bescherming.
Onderzoek verschillend per fase
Verschil tussen acute en structurele onveiligheid
Als er sprake is van structurele onveiligheid, werken we gefaseerd en methodisch samen. Structurele en acute onveiligheid zijn verschillende dingen. Bij acute onveiligheid is het slachtoffer op dit moment in ernstig gevaar. Dan onderzoeken we niet, maar handelen we direct om het slachtoffer veilig te stellen. Denk aan het bellen van 112. Nadere uitwerking vind je in Bijlage 1. Bij structurele onveiligheid wordt een slachtoffer herhaald of chronisch aan onveilig gedrag blootgesteld. Onder een acuut onveilige situatie ligt vrijwel altijd een patroon van structureel geweld. Dat vraagt, als de acute crisis voorbij is, om zorgvuldig onderzoek. Dat start met de fase van directe veiligheid, die vaak wordt verward met acute onveiligheid. In de fase van directe veiligheid willen we het patroon van zich herhalend onveilig of gewelddadig gedrag stoppen. Pas als dit lukt, ontstaat er ruimte om te werken aan de onderliggende oorzaken.
Verschillend te bereiken resultaat per fase bepaalt de inhoud van onderzoek en analyse
In onderstaande verbeelding staat het beoogde resultaat per fase weergegeven. Onze onderzoeksvragen zijn daarmee telkens in lijn en hebben dus in iedere fase een andere inhoud. Ze leiden telkens tot een systeemgerichte analyse op grond waarvan oplossingen bedacht en afspraken gemaakt worden.

De fase van directe veiligheid
In de fase van directe veiligheid is het stoppen van het onveilige c.q. gewelddadige gedrag van de pleger ons doel. Het gaat hier dus (nog) niet om de aan het gedrag onderliggende oorzaken, maar (enkel) om het gedrag zelf. Het geweld in het hier en nu, en niet de toekomst, is onze focus.
Zoals beschreven, starten we iedere fase met het verzamelen van informatie. In deze fase resulteert ons onderzoek in een geweldanalyse op basis van een veiligheidstaxatie. Op basis daarvan maken we een veiligheidsplan. We onderzoeken en analyseren de aard, de impact en de ernst van het onveilige gedrag. Op basis van de eerste informatie betrekt de betrokken professional de benodigde collega’s. We spreken alle gezinsleden en de betrokken hulpverleners apart of waar mogelijk in grotere samenstellingen.
Geweldsanalyse
Als onderdeel van de geweldsanalyse brengen we eerst in beeld wat de aard van het geweld binnen de relatie c.q. in het gezin is. Wat is het overheersende geweldspatroon? ‘Geweld door stress’ of ‘Controle en dwang’? En welke vorm heeft het geweld? Kennis van de verschillende vormen van huiselijk geweld is belangrijk om deze te kunnen signaleren, bespreken en er in het veiligheidsplan recht aan te doen. De vormen van geweld zijn te vinden in de veiligheidstaxatie1 van Veilig Thuis en ook in de gezinsprofielen van de module Vakkennis2 zijn ze opgenomen. Ten tweede onderzoeken we wat de impact van het geweld van de pleger is op de partner, de (eventuele) kinderen, het ouderschap en het gezin als geheel. Tenslotte wegen we de ernst van het geweld door samen te bepalen wat de meest onveilige gedragingen zijn.
De eerste stappen in de fase van de directe veiligheid komen overeen met de stappen van de meldcode.
Op basis van de geweldsanalyse maken we een gezamenlijk of meerdere individuele veiligheidsplannen voor het gezin, waarin de veiligheidsafspraken worden opgenomen op basis van de geprioriteerde onveilige gedragingen.
Onderzoeksvragen in de fase van directe veiligheid
In deze fase onderzoeken we de volgende vragen:
- Is er sprake van onveilig c.q. gewelddadig gedrag?
- Indien ja, wie doet wat tegen wie in welke situatie?
- Van welk overheersend geweldspatroon lijkt hier sprake?
- Tot welke schade leidt het gewelddadige gedrag? Wat is de waarneembare impact op het functioneren van de partner; op het ouderschap van de partner, op het functioneren van ieder van de kinderen, op de pleger zelf en op het functioneren van het gezin als geheel?
- Wat doet de beschermende ouder om zichzelf en de kinderen te beschermen?
De fase van stabiele veiligheid
In de fase van stabiele veiligheid hebben we als doel dat de belangrijkste onderliggende oorzaken geen effect meer hebben op de veiligheid. Dit betekent dat er een half jaar lang geen onveilige incidenten meer zijn geweest.
We maken in deze fase een ondersteuningsplan op basis van een verklarende analyse3. Door te starten met een systeemgerichte risicotaxatie krijgen we inzicht in de onderliggende problemen die het gezin vanuit het perspectief van de pleger, zijn of haar partner en de kinderen ervaart en die het steeds opnieuw onveilig maken. Veelvoorkomende risicofactoren zijn bestaansonzekerheid, psychiatrische problematiek, middelengebruik, een verstandelijke beperking, kindproblematiek & opvoedstress, bezitsdrang en controledrift. Je vindt ze terug in de module Vakkennis als onderdeel van de gezinsprofielen. Het is zinvol een risicotaxatie-instrument als checklist te gebruiken. Op basis van de gezamenlijk geprioriteerde risicofactoren en wederom afhankelijk van het overheersende geweldspatroon maken we met het gezin of de individuele gezinsleden ondersteuningsplannen voor stabiele veiligheid.
Onderzoeksvragen in de fase van stabiele veiligheid
Belangrijke onderzoeksvragen in deze fase zijn:
- Wat zijn de onderliggende problemen binnen het gezin die vanuit het perspectief van de pleger, zijn partner, kinderen en andere betrokkenen steeds opnieuw voor onveiligheid zorgen?
- Beschrijf voor ieder onderliggend probleem tot welk onveilig gedrag dit leidt.
- Welke hulp heeft de pleger of het gezin als geheel nodig om deze problemen positief te beïnvloeden, zodat ze niet meer tot huiselijk geweld leiden?
- Welke hulp en ondersteuning zijn er vanuit het perspectief van de partner en de eventuele kinderen nodig om hun stress af te laten nemen?
De fase van persoonlijke groei
Op het moment dat de onderliggende problemen dusdanig positief zijn beïnvloed dat ze niet meer leiden tot terugval naar huiselijk geweld, gaat de aandacht naar verder met het leven c.q. persoonlijke groei.
We maken in deze fase dus plannen voor persoonlijke groei met zowel de volwassenen als de kinderen. De prioritering wordt gebaseerd op hetgeen voor het betreffende individu het meest van belang is. We vinden dat ieder individu moet kunnen herstellen van wat er gebeurd is. Denk aan herstel van de ontwikkeling, meedoen en (naar vermogen) regie over het eigen leven hernemen. Daar waar structurele ondersteuning nodig is in het voeren van die eigen regie, gaan we daarnaar op zoek. We staan dus stil bij de herstel- en de ontwikkelingsbehoefte van de individuele gezinsleden en bij de mate van regie die passend is zodat ieder verder kan met zijn of haar leven. Van ervaringsdeskundigen leren we dat geweldservaringen thuis levenslange effecten kunnen hebben en kinderen op volwassenen leeftijd de gevolgen mentaal en fysiek ondervinden4. Daarmee is terugkerende toegang tot laagdrempelige hulp belangrijk.
Onderzoeksvragen in de fase van persoonlijke groei
In deze fase zijn de centrale onderzoeksvragen:
- Wat heeft elk individu binnen het gezin nodig om verder te herstellen van wat er gebeurd is?
- Wat heeft eenieder nodig om weer tot ontwikkeling te komen en verder te kunnen met hun leven?
- Wat hebben de volwassenen en kinderen eventueel nodig om meer regie over het eigen leven te krijgen?
- Is hier structurele ondersteuning bij nodig en in welke vorm?
- Wat is helpend in het omgaan met toekomstige gebeurtenissen en vragen?
- Veilig Thuis. Triage-instrument Veiligheidstaxatie en toewijzing zorg (versie 1.0).
- Module Vakkennis, onderdeel van het Handelingskader Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming. (2025).
- Hervormingsagenda Jeugd
- Felitti, V. J., Anda, R. F., Nordenberg, D., Williamson, D. F., Spitz, A. M., Edwards, V. & Marks, J. S. (1998). Relationship of childhood abuse and household dysfunction to many of the leading causes of death in adults: The Adverse Childhood Experiences (ACE) Study. American Journal of Preventive Medicine, 14, 245-258.
Instrumenten
Bij het onderzoeken en analyseren van huiselijk geweld zijn verschillende instrumenten helpend. We gebruiken instrumenten om informatie te verzamelen, informatie te wegen en duiden, en vervolgens om een plan te maken. Het gebruik van instrumenten vraagt expertise van professionals, zowel op het gebied van huiselijk geweld als met betrekking tot het instrument. In onderstaande figuur zijn instrumenten weergegeven die specifiek gebruikt kunnen worden bij (vermoedens van) onveiligheid. Ze zijn gerangschikt naar de verschillende stappen binnen de drie fasen van GSV.

Klik hier voor een verdere toelichting op de instrumenten
Naast de instrumenten uit deze figuur, zijn er ook instrumenten die gericht zijn op een specifieke vorm van onveiligheid. Deze instrumenten hebben we opgenomen bij het betreffende gezinsprofiel. Denk bijvoorbeeld aan de MASIC bij een vermoeden van Intieme terreur.
Verschillende instrumenten per fase
Elke fase in GSV heeft een ander beoogd resultaat en vraagt daarom ook andere instrumenten.
Voor de fase van directe veiligheid zijn meerdere instrumenten beschikbaar, gericht op het duiden van de aard, ernst en impact van het huiselijk geweld. Dit is bruikbaar voor de inschatting of het onveilig is en welke onveiligheid er speelt, of dat er nog belangrijke informatie mist om de situatie te duiden. Op basis van een eerste veiligheidsbeoordeling kan ook een inschatting worden gemaakt van de urgentie tot handelen.
In de fase van stabiele veiligheid zijn de instrumenten gericht op het inventariseren en duiden van de onderliggende oorzaken c.q. risicofactoren die bijdragen aan het huiselijk geweld. Dit vraagt om het maken van een Verklarende Analyse. Deze duiding legt de basis voor de volgende stappen die nodig zijn in het onderzoek, de analyse of het plan.
In de fase van persoonlijke groei zijn er naast de Top-3, ook instrumenten die niet specifiek gericht zijn op veiligheid en wel helpend zijn bij het in kaart brengen van wat er nodig is voor herstel en persoonlijke groei, denk hierbij aan traumascreening, zelfredzaamheid en gezondheid. Dit vraagt van de professional om zelf de focus op veiligheid toe te voegen. Ook hier is het maken van een Verklarende Analyse ondersteunend.
Samenwerken
Een hulptraject kan op veel verschillende manieren starten. Er ligt zeker niet altijd een expliciete hulpvraag aan ten grondslag om huiselijk geweld te stoppen. De onveiligheid kan in beeld komen bij een hulptraject met een andere vraag als oorsprong. Een slachtoffer of pleger kan zelf hulp zoeken bij het lokale team of het RVT, al dan niet op advies van bijvoorbeeld de huisarts of de politie. Of de politie of een bezorgde derde kan (een vermoeden van) huiselijk geweld melden bij het RVT/VT. Daarmee zijn dus zowel het lokale team als het RVT mogelijke vertrekpunten als het gaat om het doen van onderzoek.
We beschouwen het lokale team als de meest aangewezene om het onderzoek te starten, uit te voeren en de samenwerking met alle betrokkenen te coördineren. Dat kan deze professional (alleen) met kwaliteit en vertrouwen doen als de eigen organisatie daar de inbedding voor heeft georganiseerd. Bovendien moet de benodigde aanvullende expertise of bevoegdheid ook daadwerkelijk en direct lokaal of (boven-)regionaal beschikbaar zijn. Het gaat hier om de expertise op huiselijk geweld die te vinden is bij onder meer het RVT, de vrouwenopvang, bovenregionale organisaties als het Centrum voor Seksueel geweld of Filomena en de forensische GGZ. En daarnaast gaat het om expertise op de aan dat geweld onderliggende oorzaken, denk onder meer aan hulp bij schulden of wonen door het lokale team en specialistische volwassenen- of jeugdzorg.
De uiteindelijke rolverdeling tussen professionals is altijd maatwerk, gebaseerd op de aard en ernst van problematiek, de werkrelatie die de verschillende professionals hebben met gezinsleden en de toegang die gezinnen al dan niet geven. De verschillende betrokken professionals vullen op elkaar aan en doen elkaars werk niet over. Bij signalen van intieme terreur betrekt de lokale team professional direct aanvullende expertise. Zonder die aanvulling onderzoek je als lokale team professional in beginsel (nog) niet. De specifieke kennis en ervaring zijn nodig om zorgvuldig te kunnen afwegen welke acties bijdragen aan het creëren van veiligheid en welke acties juist zorgen voor meer onveiligheid, mogelijk met de dood tot gevolg.
Het is belangrijk tijdens het doen van onderzoek ook te helpen c.q. al helpend onderzoek te doen.
Ervaringsdeskundigen geven aan hoezeer het grote aantal pratende en niet helpende hulpverleners belastend is in plaats van ondersteunend. Daarom is het belangrijk om alle reeds bij het gezin betrokken professionals te informeren over op welke wijze zij aan het traject van GSV kunnen bijdragen of juist niet. En om af te spreken wie de coördinatie en facilitering van de samenwerking van dit team op zich neemt.
Hulpmiddel dagelijkse praktijk
Acute onveiligheid1
Situaties van acute onveiligheid zijn situaties waarbij betrokkenen direct in fysieke veiligheid gebracht moeten worden. Betrokkenen geven dat zelf ook als eerste behoefte aan: veilig stellen nu (fysieke veiligheid). Pas daarna ontstaat er ruimte voor de vraag hoe verder (directe veiligheid). In de bejegening bij acuut onveilige situaties vragen betrokkenen van professionals ‘zie mij als mens’, ‘werk op ooghoogte’ en ‘zoek uit wat past’. Als een melding met de duiding ‘acuut’ binnenkomt, waar of door wie dan ook, is vaak niet duidelijk wat er aan de hand is en of er sprake is van acute onveiligheid of niet. In die situatie staan de 5 kernvragen op acuut onveilig centraal.
Centrale Onderzoeksvragen
- Wat is er gebeurd ? Wat zijn dus de feiten nu?
- Wat is er bekend? Wat zijn dus de feiten uit de geschiedenis?
- Is het nu veilig?
- Wat moet er nu gebeuren? Wat is dus het belangrijkste onveilige gedrag waartegen nu beschermd moet worden c.q. wat nu gestopt moet worden en met welke veiligheidsafspraken of maatregelen doen we dat?
- Wie zijn de direct betrokkenen en hoe staan zij erin?
- Hoe bang ben je en waarvoor ben je het meest bang. Vraag specifiek voor het slachtoffer, ten dienste van onder meer een beeld van het overheersende geweldspatroon.
Verbinden acute en structurele onveiligheid
Meldingen op onveiligheid in huishoudens en gezinnen kunnen elementen bevatten van onder meer huiselijk geweld, kindermishandeling, ontwikkelingsbedreiging, verward en onbegrepen gedrag, verslaving. Soms gaan ze samen, soms ook niet. Vaak zijn er aan de melding veel situaties van onveiligheid vooraf gegaan en de praktijk leert dat er in veel gevallen ook nog vele volgen. Er is dan een patroon van structurele onveiligheid waarin perioden van relatieve rust afwisselen met momenten van acute onveiligheid. Het is de kunst de aanpak bij acuut (veilig stellen nu) te verbinden aan de aanpak op structureel (directe en stabiele veiligheid).
Als er sprake is van structurele onveiligheid gaan we door naar de eerste fase van GSV, waarbij met alle individuele gezinsleden en professionals samengewerkt wordt om een Veiligheidsplan op te stellen. Zorg dat de slachtoffers beschermd zijn totdat dit plan voor de fase van directe veiligheid in werking treedt.
- Kleinjan, E., & Polman, L. (2024). Opbrengst Big Five Acuut Onveilig [Managementsamenvatting].
Onderzoek fase directe veiligheid
Het doel in deze fase is het onveilige c.q. gewelddadige gedrag in het hier nu te stoppen. Dat betekent dat ons onderzoek zicht richt op:
- Wat is het specifieke onveilige gedrag is van de pleger(s) dat gestopt moet worden
- Wat zijn de specifieke beschermings- en ondersteuningsbehoeften zijn van het slachtoffer en de eventuele kinderen totdat dit gedrag gestopt is
- Welke afspraken moeten we dus maken en welke maatregelen treffen we? (analyse)
Afhankelijk van het overheersende geweldspatroon komt er een gezamenlijk plan of plannen voor de individuele gezinsleden. De betrokken professionals zijn verantwoordelijk voor de samenhang en het overzicht.
Aandachtspunten
- Bedenk welke informatiebronnen je nodig hebt en hoe je iedereen mee kunt nemen. Denk na en bespreek voor iedere volgende stap wie er wel of niet samen aan tafel kunnen uit het oogpunt van (een gevoel van) veiligheid. Dit betekent dat slachtoffers recht hebben op een individueel gespreks- en begeleidingstraject tenzij c.q. totdat zij aangeven dat zij zich veilig genoeg weten om gesprekken samen met een ander gezinslid erbij voeren.
- Documenteer de antwoorden op de vragen feitelijk en compact als onderdeel van het plan c.q. de plannen voor directe veiligheid. Uitgangspunt is dat het documenteren en delen van de feitelijke informatie over het onveilige c.q. gewelddadige noodzakelijk is voor betrokkenen om te weten en begrijpen wat er in heden en verleden speelt, om zo de patronen te kennen en mee te kunnen denken over hoe het gedrag te stoppen. Het veiligheidsplan dient als basis voor eventueel aanvullend onderzoek c.q. toetsing door de Raad en voor de gang richting politie of rechter. We vragen ons steeds af met wie informatie wel en niet gedeeld kan worden uit het oogpunt van ieders veiligheid.
- Welke kwetsbaarheid en afhankelijkheid van de betrokkenen moeten we meewegen? Denk aan leeftijd, eventuele beperkingen, steunstructuur.
Onderzoeksvragen onveilig of gewelddadig gedrag
We willen een beeld krijgen van het heden, het verleden en de frequentie van het onveilige gedrag. Daarbij helpen onderstaande vragen:
- Hoe zag het onveilige gedrag van de laatste keer er feitelijk uit? Vraag door naar voorbeelden: ‘wie deed wat naar wie in welke situatie en hoe liep het af’. En vraag verder door naar: ‘wat was er te zien en te horen, en wie waren erbij’. Maak het zo concreet dat we de gebeurtenis als een gedetailleerde foto of film voor ons kunnen zien.
- Komt het onveilige gedrag vaker voor? Stel terugkerende patronen vast.
- Wat en wanneer was de eerste keer dat dit of ander onveilig gedrag plaatsvond? Hoe lang bestaat dit patroon? Laat vertellen over de ergste keer ter inschatting van de ernst over hoe hoog het kan oplopen. De beste voorspeller van de toekomst is het verleden.
- Is er de laatste tijd sprake van verergering: komt het zelfde onveilige gedrag vaker voor of escaleert het in ernstiger vormen van geweld? Leg dit uit met voorbeelden.
- Wat zijn de laatste keren? In kaart brengen van de frequentie.
Aanvullende expertise betrekken
Als je in de loop van deze gesprekken vermoedt dat er sprake is van een bovenliggend patroon van dwingende controle betrek je altijd aanvullende expertise. Bijvoorbeeld door een collega van de Vrouwenopvang te vragen aan te sluiten bij het eerste multidisciplinaire overleg waar alle informatie bij elkaar wordt gelegd om het noodzakelijke totaalbeeld te vormen.
Noteer in deze fase ook vast de risicofactoren die genoemd worden. Dit zijn onderliggende problemen die steeds opnieuw voor onveiligheid zorgen en die uitgebreid aan bod komen tijdens de fase van stabiele veiligheid.
Onderzoeksvragen voor de beschermende partner/slachtoffer
Hierdoor brengen we de krachtbronnen en hulpbronnen voor veiligheid in beeld:
- Wat doet het slachtoffer allemaal (en nog meer……) om onveilige of gewelddadige situaties voor zichzelf en de eventuele kinderen te voorkomen? Wat werkt daarbij het beste?
- Wat doet het slachtoffer allemaal (en nog meer….) om de structuur van het dagelijkse leven voor iedereen zo goed mogelijk vast te houden?
- Wat doet de pleger om zijn kinderen te beschermen, om achteraf zijn spijt te betuigen over zijn gedrag?
- Wie uit het eigen netwerk of vanuit de professioneel betrokkenen was hierbij ooit ondersteunend en op welke manier in het bijzonder?
Onderzoeksvragen om zicht te krijgen op de aard en impact
In gesprek met de pleger:
- Wat zijn of waren jouw dromen over je relatie of gezin en over jezelf als partner en als ouder?
- Hoe probeer jij een goede partner te zijn en hoe probeer jij een goede ouder te zijn?
- Sinds wanneer gaat het volgens jou mis en waarom?
- Welk gedrag van jezelf dat niet goed is zou je morgen wel willen stoppen, als je sterk genoeg zou zijn.
- Lukt het je wel eens om je in te houden? Of om het anders aan te pakken en helpt dat?
- Lukt het om je excuses aan te bieden en om het weer goed te maken? Zou je dat willen?
- Denk je dat jouw gedrag je partner en de kinderen schaadt? Vind je het goed dat we het daar over gaan hebben?
- Zie je wat jouw gedrag met je partner doet?
- Zie je wat jouw gedrag met de kinderen doet?
- Wat zijn jouw taken in de zorg voor de kinderen en in de zorg voor het huishouden?
- Waar zou je het zelf nog over willen hebben?
In gesprek met het slachtoffer:
- Wie van jullie beiden bepaalt hoe het er aan toegaat bij jullie thuis en hoe gaat dat?
- Wat is de invloed van jouw ideeën hierbij?
- Vind je dat je partner je controleert en je dwingt om dingen te doen of te laten? Als dat zo is, vertel over voorbeelden.
- Hoe is jouw leven sinds je dit meemaakt veranderd?
- Ben je daardoor ook als ouder veranderd?
- Wat zie je dat het onveilige gedrag sinds het allemaal begonnen is met de kinderen doet?
- Zie je ook of de kinderen er verschillend op reageren omdat ze ieder een eigen manier hebben om ermee om te gaan?
- Wat maakt dat jij dit vol kan houden?
- Waar zou je het zelf nog over willen hebben?
In gesprek met kinderen
Maak gebruik van De Drie Huizen methode, een visueel hulpmiddel binnen Signs of Safety om met kinderen/jongeren over hun thuissituatie te praten. Door het tekenen van drie huizen worden complexe gevoelens en veiligheidsrisico’s inzichtelijk gemaakt. Het helpt om de stem van het kind te betrekken in hulpverlening.
De drie huizen uitgelegd:
- Het huis met zorgen (het nare huis): Hierin tekent of vertelt het kind over situaties die niet fijn, onveilig of zorgwekkend zijn.
- Het huis met de leuke dingen (het fijne huis): Hierin komen de goede momenten, fijne situaties en positieve aspecten aan bod.
- Het huis van de toekomst (het droomhuis): Hierin tekent het kind hoe de situatie eruit zou zien als de zorgen zijn opgelost en de leuke dingen blijven
Analyse fase directe veiligheid
Als tweede stap maken we in deze fase een geweldsanalyse op basis van onze veiligheidstaxatie. Dat doen we in een multidisciplinair overleg (MDO). Doel van dat overleg is de informatie verder te completeren en alle stappen te nemen tot een zoveel mogelijk gedeelde analyse van het geweld. Het kan goed zijn dat daar meerdere overleggen voor nodig zijn. We proberen alle betrokken professionals aan tafel te hebben. De verschillende perspectieven zijn nodig.
Bereid het MDO altijd voor met alle leden van het gezin en waar mogelijk ook hun netwerk door hen dezelfde vragen te stellen en uit te leggen wat het nut daarvan is.
Vraag je vervolgens af of en op welke wijze het helpend en veilig zou zijn om een aantal of alle gezinsleden voor dit overleg uit te nodigen. Leg uit dat je ook achteraf de uitkomsten met hen gaat delen.
Pas als deze tweede stap voltooid is kan met de gezinsleden gesproken worden over inbreng van oplossingen en afspraken om het belangrijkste onveilige gedrag te stoppen c.q. om daartegen beschermd te zijn. Ieder krijgt daartoe een eigen veiligheidsplan met eigen afspraken.
Het maken van een geweldsanalyse
Het maken van een geweldsanalyse betekent dat we een veiligheidstaxatie uitvoeren waarmee we aard, impact en ernst van het onveilige gedrag in kaart brengen op basis van de verzamelde informatie. We bepalen wat de onveilige gedragspatronen zijn welke als eerste gestopt moeten worden en welke aanvullende expertise we daarbij nodig hebben.
Aard van het onveilige gedrag onderbouwen en beoordelen
We bepalen de aard door:
- Zoveel mogelijk kennis van zoveel mogelijk betrokkenen over het feitelijk onveilige gedrag uit verleden en heden bijeen te brengen voor een gedeeld totaalbeeld van wat er aan onveilige gedragspatronen speelt. Eenieder onderbouwt haar/zijn perspectief hierop en geeft aan wat volgens hem/haar het eerste gestopt moet worden.
- Op basis hiervan trachten we vast te stellen welk geweldspatroon er domineert en of er sprake is van escalatie van geweld.
Hebben we hier te maken met:

Analyse van de impact van het onveilige gedrag
We stellen de impact vast door te zien welke effecten de onveilige gedragspatronen van de pleger hebben op het functioneren van de partner en op diens gedrag als ouder, op het functioneren van de eventuele kinderen en op het functioneren van het gezin als geheel. Aan de impact zien we hoe het geweld dit gezin organiseert.
Maak meer kwadranten als er meer plegers zijn

Analyse van de ernst van het onveilige gedrag
We bepalen de ernst door te prioriteren welk onveilig gedragspatroon naar ernst en impact als eerste gestopt moeten worden. Als dit proces stagneert vragen we ons af welke essentiële informatie we missen waardoor dit nog niet lukt? Als we essentiële informatie missen, welke niet aanwezige vertrouwenspersonen uit het netwerk of welke reeds actief betrokken professionals, of welke andere specifieke expertise missen we om te spreken voorafgaand aan of uit te nodigen bij het volgende MDO de analyse aan te vullen en de aan te pakken problemen goed te kunnen prioriteren.
Verband met acute onveiligheid
Zijn er gezinsleden voor wie de beschermingsmaatregelen die tijdens het veiligstellen (zie bovenaan ‘Acute onveiligheid’) genomen zijn niet blijken te werken en wie gaat daarop vandaag of morgen welke actie ondernemen? Blijkt uit deze informatie dat we kunnen vaststellen dat er geen sprake was van onveilig gedrag of dat we met zekerheid kunnen zeggen dat het een eenmalig incident betrof zonder kans op herhaling? Hoe en door wie wordt de zorg aan dit gezin dan voortgezet?
Onderzoek fase stabiele veiligheid
Het doel in deze fase is dat de belangrijkste problemen niet steeds opnieuw zorgen voor onveilig- of gewelddadig gedrag. We beoordelen dit als voldoende als er een half jaar lang geen onveilige incidenten plaatsgevonden hebben.
Onderzoek en analyse resulteert in deze fase in het ondersteuningsplan. Een gedeelde. verklarende analyse maakt duidelijk wat de belangrijkste onderliggende problemen zijn die keer op keer voor onveiligheid zorgen en die aangepakt moeten worden.
Het bepalen van de aard van de onderliggende problemen
Inventariseer de onderliggende problemen c.q. de risicofactoren die in de fase van directe veiligheid in de gesprekken met de gezinsleden en met de betrokken professionals al op tafel kwamen en apart genoteerd zijn. We brengen in beeld wat de samenhang is tussen de onderliggende problemen risicofactoren en het onveilige gedrag. We volgen hierbij dezelfde processtappen als in de fase van directe veiligheid. Vraag aan alle gezinsleden en betrokken professionals of zij nog aanvullingen hebben.
Het onderzoeken en analyseren van de impact van de onderliggende problemen
We benoem per risicofactor het effect op de veiligheid in de relaties. Bijvoorbeeld een verstandelijke beperking benoemen we hier alleen als risico als deze een effect heeft op de veiligheid in relaties. Wel onveilig gedrag wordt als gevolg van de risicofactor gezien?
Het onderzoeken en analyseren van de ernst van de onderliggende problemen
Op basis van het onderzoek naar de aard en impact van de risicofactoren op het onveilige gedrag prioriteren we welke risicofactoren het meeste effect op het veroorzaken en in stand houden van de patronen van onveilig gedrag.
Tot slot bepalen we of de uitkomst van de Verklarende Analyse duidelijk en helpend is om een Ondersteuningsplan voor stabiele veiligheid op te stellen met doelen en afspraken hoe deze te behalen. Zo niet, welke informatie van wie hebben we nog nodig en hoe organiseren we dat?
Aandachtspunten
- Wat is er nodig om de gezinsleden mee te nemen in deze fase van hulp om deze onderliggende problemen aan te pakken, waarbij we kwetsbaarheid en afhankelijkheid van de betrokkenen meewegen? (Denk aan leeftijd, eventuele beperkingen, steunstructuur, e.a.).
- Hoe lang kan/ mag deze situatie (hoewel ondertussen de directe veiligheid geborgd is) voortbestaan?
- Schatten we in dat het gebruik van wettelijke bevoegdheden mogelijk nu al nodig en helpend kan zijn en waarom dan (wat is de onderbouwing)?
- We letten steeds op of er de afgelopen periode nog onveilige incidenten hebben plaatsgevonden. Welke veiligheidsafspraken die we geborgd hadden bleken niet te werken? Is er actie noodzakelijk? Welke?
- Beoordeelt iedereen bij de evaluatie dat er zich geen onveilige incidenten hebben voorgedaan en dat daarmee de stabiele veiligheid als voldoende wordt beoordeeld? Leg uit.
- In welke mate zijn de gestelde doelen behaald?
- Moeten we het plan nu al bijstellen met andere of extra afspraken of maatregelen of heeft de verandering nog tijd nodig (leg dit uit
- Is het zinvol gezien de tijd die we nu met het Ondersteuningsplan aan de slag zijn om voor het volgende overleg extra deskundigheid of bevoegdheden toe te voegen?
- Wat zijn de signalen van veilig gedrag waaraan iedereen ziet dat het goed gaat met de betrokken volwassenen en/ of kinderen?
- Is er voor het gezin of voor wie van hen langdurige ondersteuning nodig?
Onderzoek fase persoonlijke groei
Het doel in deze fase is dat iedereen weer verder kan met het leven: alle leden van het gezin zijn veilig en kunnen hun leven weer oppakken. Met ieder gezinslid wordt een individueel plan gemaakt met daarin de belangrijkste thema’s om aan te werken om te kunnen herstellen van wat er is gebeurd en om verder te kunnen met het gewone leven. Helpende onderzoeksvragen hierbij zijn:
- Hoe wil de volwassene / of kind eraan werken om dit doel of deze doelen te bereiken?
- Welke concrete afspraken kunnen daartoe per doel gemaakt worden?
- Wie kan helpen (mensen uit eigen netwerk of hulpverlener) om deze afspraken te laten slagen?
- Wanneer en hoe evalueren we en stellen we eventueel bij?
- Denk je dat je de gemaakte afspraken ook daadwerkelijk kunt gaan uitvoeren, voelt het goed? Zo niet, onderzoek de redenen waarom het niet goed voelt en heroverweeg aan de hand daarvan de afspraak.
Aandachtspunten
- Blijf aandacht houden voor de veiligheid door te vragen naar de signalen van veilig gedrag en de signalen van onveilig gedrag zoals vastgelegd, om zo te monitoren dat er niet opnieuw sprake is van (dreigend) misbruikend, verwaarlozend en/of gewelddadig gedrag.
- Stel vast of het veiligheidsplan volledig opgeheven kan worden of dat er structurele ondersteuning voor langere termijn georganiseerd moet worden om te voorkomen dat er opnieuw sprake gaat zijn van misbruikend, verwaarlozend en/of gewelddadig gedrag.
Intro
In 2026 ontwikkelen we als vervolg op de module Onderzoek & Analyse de module Helpen en Beschermen. Het doen van goed onderzoek en het maken van een deugdelijke analyse zijn bedoeld om passende hulp en bescherming te bieden. In die module gaan we onder meer aan de slag met welke juridische interventies inzetbaar zijn en hoe dat te doen. We zorgen voor samenhang met O&A en andere modules. De fasen van GSV als methodische richtsnoer en de verschillende gezinsprofielen zie je in alle modules als rode draad terug.