Pijler 2 Gezamenlijke focus op veiligheid
Module Onderzoek & analyse

Onderzoek fase directe veiligheid

Het doel in deze fase is het onveilige c.q. gewelddadige gedrag in het hier nu te stoppen. Dat betekent dat ons onderzoek zicht richt op:

  1. Wat is het specifieke onveilige gedrag is van de pleger(s) dat gestopt moet worden
  2. Wat zijn de specifieke beschermings- en ondersteuningsbehoeften zijn van het slachtoffer en de eventuele kinderen totdat dit gedrag gestopt is
  3. Welke afspraken moeten we dus maken en welke maatregelen treffen we? (analyse)

Afhankelijk van het overheersende geweldspatroon komt er een gezamenlijk plan of plannen voor de individuele gezinsleden. De betrokken professionals zijn verantwoordelijk voor de samenhang en het overzicht.

Aandachtspunten

  • Bedenk welke informatiebronnen je nodig hebt en hoe je iedereen mee kunt nemen. Denk na en bespreek voor iedere volgende stap wie er wel of niet samen aan tafel kunnen uit het oogpunt van (een gevoel van) veiligheid. Dit betekent dat slachtoffers recht hebben op een individueel gespreks- en begeleidingstraject tenzij c.q. totdat zij aangeven dat zij zich veilig genoeg weten om gesprekken samen met een ander gezinslid erbij voeren.
  • Documenteer de antwoorden op de vragen feitelijk en compact als onderdeel van het plan c.q. de plannen voor directe veiligheid. Uitgangspunt is dat het documenteren en delen van de feitelijke informatie over het onveilige c.q. gewelddadige noodzakelijk is voor betrokkenen om te weten en begrijpen wat er in heden en verleden speelt, om zo de patronen te kennen en mee te kunnen denken over hoe het gedrag te stoppen. Het veiligheidsplan dient als basis voor eventueel aanvullend onderzoek c.q. toetsing door de Raad en voor de gang richting politie of rechter. We vragen ons steeds af met wie informatie wel en niet gedeeld kan worden uit het oogpunt van ieders veiligheid.
  • Welke kwetsbaarheid en afhankelijkheid van de betrokkenen moeten we meewegen? Denk aan leeftijd, eventuele beperkingen, steunstructuur.

Onderzoeksvragen onveilig of gewelddadig gedrag

We willen een beeld krijgen van het heden, het verleden en de frequentie van het onveilige gedrag. Daarbij helpen onderstaande vragen:

  1. Hoe zag het onveilige gedrag van de laatste keer er feitelijk uit? Vraag door naar voorbeelden: ‘wie deed wat naar wie in welke situatie en hoe liep het af’. En vraag verder door naar: ‘wat was er te zien en te horen, en wie waren erbij’. Maak het zo concreet dat we de gebeurtenis als een gedetailleerde foto of film voor ons kunnen zien.
  2. Komt het onveilige gedrag vaker voor? Stel terugkerende patronen vast.
  3. Wat en wanneer was de eerste keer dat dit of ander onveilig gedrag plaatsvond? Hoe lang bestaat dit patroon? Laat vertellen over de ergste keer ter inschatting van de ernst over hoe hoog het kan oplopen. De beste voorspeller van de toekomst is het verleden.
  4. Is er de laatste tijd sprake van verergering: komt het zelfde onveilige gedrag vaker voor of escaleert het in ernstiger vormen van geweld? Leg dit uit met voorbeelden.
  5. Wat zijn de laatste keren? In kaart brengen van de frequentie.

Aanvullende expertise betrekken

Als je in de loop van deze gesprekken vermoedt dat er sprake is van een bovenliggend patroon van dwingende controle betrek je altijd aanvullende expertise. Bijvoorbeeld door een collega van de Vrouwenopvang te vragen aan te sluiten bij het eerste multidisciplinaire overleg waar alle informatie bij elkaar wordt gelegd om het noodzakelijke totaalbeeld te vormen.

Noteer in deze fase ook vast de risicofactoren die genoemd worden. Dit zijn onderliggende problemen die steeds opnieuw voor onveiligheid zorgen en die uitgebreid aan bod komen tijdens de fase van stabiele veiligheid.

Onderzoeksvragen voor de beschermende partner/slachtoffer

Hierdoor brengen we de krachtbronnen en hulpbronnen voor veiligheid in beeld:

  1. Wat doet het slachtoffer allemaal (en nog meer……) om onveilige of gewelddadige situaties voor zichzelf en de eventuele kinderen te voorkomen? Wat werkt daarbij het beste?
  2. Wat doet het slachtoffer allemaal (en nog meer….) om de structuur van het dagelijkse leven voor iedereen zo goed mogelijk vast te houden?
  3. Wat doet de pleger om zijn kinderen te beschermen, om achteraf zijn spijt te betuigen over zijn gedrag?
  4. Wie uit het eigen netwerk of vanuit de professioneel betrokkenen was hierbij ooit ondersteunend en op welke manier in het bijzonder?

Onderzoeksvragen om zicht te krijgen op de aard en impact

In gesprek met de pleger:

  1. Wat zijn of waren jouw dromen over je relatie of gezin en over jezelf als partner en als ouder?
  2. Hoe probeer jij een goede partner te zijn en hoe probeer jij een goede ouder te zijn?
  3. Sinds wanneer gaat het volgens jou mis en waarom?
  4. Welk gedrag van jezelf dat niet goed is zou je morgen wel willen stoppen, als je sterk genoeg zou zijn.
  5. Lukt het je wel eens om je in te houden? Of om het anders aan te pakken en helpt dat?
  6. Lukt het om je excuses aan te bieden en om het weer goed te maken? Zou je dat willen?
  7. Denk je dat jouw gedrag je partner en de kinderen schaadt? Vind je het goed dat we het daar over gaan hebben?
  8. Zie je wat jouw gedrag met je partner doet?
  9. Zie je wat jouw gedrag met de kinderen doet?
  10. Wat zijn jouw taken in de zorg voor de kinderen en in de zorg voor het huishouden?
  11. Waar zou je het zelf nog over willen hebben?

 

In gesprek met het slachtoffer:

  1. Wie van jullie beiden bepaalt hoe het er aan toegaat bij jullie thuis en hoe gaat dat?
  2. Wat is de invloed van jouw ideeën hierbij?
  3. Vind je dat je partner je controleert en je dwingt om dingen te doen of te laten? Als dat zo is, vertel over voorbeelden.
  4. Hoe is jouw leven sinds je dit meemaakt veranderd?
  5. Ben je daardoor ook als ouder veranderd?
  6. Wat zie je dat het onveilige gedrag sinds het allemaal begonnen is met de kinderen doet?
  7. Zie je ook of de kinderen er verschillend op reageren omdat ze ieder een eigen manier hebben om ermee om te gaan?
  8. Wat maakt dat jij dit vol kan houden?
  9. Waar zou je het zelf nog over willen hebben?

 

In gesprek met kinderen

Maak gebruik van De Drie Huizen methode, een visueel hulpmiddel binnen Signs of Safety om met kinderen/jongeren over hun thuissituatie te praten. Door het tekenen van drie huizen worden complexe gevoelens en veiligheidsrisico’s inzichtelijk gemaakt. Het helpt om de stem van het kind te betrekken in hulpverlening.

De drie huizen uitgelegd:

  • Het huis met zorgen (het nare huis): Hierin tekent of vertelt het kind over situaties die niet fijn, onveilig of zorgwekkend zijn.
  • Het huis met de leuke dingen (het fijne huis): Hierin komen de goede momenten, fijne situaties en positieve aspecten aan bod.
  • Het huis van de toekomst (het droomhuis): Hierin tekent het kind hoe de situatie eruit zou zien als de zorgen zijn opgelost en de leuke dingen blijven