Pijler 1 Kennis van geweldspatronen
Profiel Intieme terreur

Helpen en beschermen in de verschillende fasen

Samenhangende bescherming en hulp

Het principiële uitgangspunt dat mensen één geheel zijn en geen verzameling ‘losse’ problemen, vraagt logischerwijs om hulp die niet bestaat uit losse interventies, maar uit één samenhangend en geïntegreerd geheel1. Een beschermingsarrangement is een samenspel van beschermings- en zorginterventies die aansluiten bij het betreffende gezinsprofiel en achtereenvolgend gericht zijn op het stoppen van het geweld, het aanpakken van onderliggende factoren en het weer verder gaan met het leven. Interventies zijn gericht op: normeren (duidelijk stellen wat niet acceptabel is en gedrag begrenzen met maatregelen), beschermen (direct en duurzaam borgen van veiligheid) en hulp bieden (gericht op verandering bij alle betrokkenen en op herstel)2. Onderstaand wordt beschreven waaraan gedacht kan worden bij het profiel Intieme terreur. Een beschermingsarrangement is vervolgens altijd maatwerk, voortkomend uit de leefwereld van elk uniek gezin. De juridische interventies ontbreken nog in deze module. Daar wordt in 2026 in de breedte van alle profielen aan gewerkt door de ontwikkelgroep Helpen en beschermen.

 

Fase directe veiligheid

Beoogd resultaat

In de fase directe veiligheid zijn we gericht op het in het hier en nu stoppen van het geweld. Als er sprake is van acuut en ernstig fysiek gevaar schakelen we direct met de politie om het slachtoffer en de kinderen veilig te gaan stellen.

Zicht op triggers

We trachten in deze fase zicht te krijgen op enerzijds de triggers die leiden tot agressie én anderzijds de beschermende factoren. Denk bij de triggers van plegers van intieme terreur aan ervaren vernedering, onrecht, verlating, eenzaamheid, wanhoop, middelengebruik en wapenbezit. En daarnaast aan direct stress verhogende problemen zoals schulden, woonproblematiek en opvoedstress. Zet in op het verminderen van de invloed van de triggers en word zelf geen trigger. Zet beschermende factoren in, zoals een steunend en positief sociaal netwerk en werk3. Bij de controlerende partner kunnen door een verbod op contact of het vertrek van de vrouw en kinderen sterke emoties ontstaan, wat resulteert in een hoog risico op geweld4.

Werkrelatie met de pleger

Voor de professional is het van belang te overwegen het gesprek met de controlerende partner samen met een collega te voeren, aanwezig te zijn, te luisteren naar zijn perspectief, compassie te tonen voor zijn emoties en niet voor zijn gedrag. We proberen te ontdekken welke vader en partner hij zou willen zijn en een bondgenoot te worden. We beogen te helpen impulsieve acties te voorkomen c.q. de bewustwording van de gevolgen te vergroten. Houd rekening met de do’s en don’ts voor de pleger met (verschillende soorten) persoonlijkheidsproblematiek. De complexe pleger problematiek vraagt om hulp van de gespecialiseerde GGZ of forensische psychiatrie. Het motiveren van plegers van intieme terreur vereist specifieke competenties5.

Helpen van het slachtoffer

Slachtoffers geven aan baat te hebben bij professionals die vragen stellen, hen helpen stil te staan bij hun situatie en hen een spiegel voorhouden. Die hen helpen reflecteren, het kinderperspectief te zien en een besluit te nemen. Het geven van psycho-educatie is belangrijk: over intieme terreur, de bijbehorende patronen en gedragingen, en de effecten ervan, zoals het willen weggaan uit de relatie maar ook het willen blijven. Ook het lezen van onlineverhalen van anderen, boeken en het gebruik van anonieme chatfuncties bij gespecialiseerde instellingen zoals Fier kan slachtoffers helpen de stap naar bescherming en ondersteuning te zetten6. Bewustwording en inzicht in gevoel, gedrag en patronen helpen slachtoffers een reële inschatting te maken van de kwaliteit van de relatie, de ernst van wat er speelt en nog kan gebeuren, en om de verschillende mogelijkheden te bespreken. Afhankelijk van de fase van ontwikkeling van het patroon kan het bieden van een veilige woonplek voor de vrouw en de eventuele kinderen via de vrouwenopvang of safe houses noodzakelijk en de enige optie zijn. Soms is thuisblijven met een AWARE een optie7.

Steunen van de kinderen

Er is aandacht voor het vergroten van de veerkracht bij kinderen door zowel de persoonlijke krachten van het kind te versterken, als door de kwaliteit van de (ouder)relaties en de sociale omgeving te verbeteren. Het is altijd belangrijk dat er voor de kinderen een vertrouwenspersoon is die luistert en ondersteuning biedt. Kinderen kunnen dusdanig ernstige klachten hebben dat behandeling nodig is. Het is belangrijk dat professionals beseffen dat kinderen, naast getuige, ook direct slachtoffer kunnen zijn en vaak coping strategieën toepassen die helpen bij dreigend gevaar, maar op de lange termijn destructief zijn voor hun ontwikkeling8. Voor zowel plegers, slachtoffers als kinderen kunnen lotgenotengroepen binnen iedere fase ondersteunend zijn.

Betrekken van het netwerk

In de situatie dat een slachtoffer niet uit de relatie wil stappen, zetten professionals in op het doorbreken van het isolement. Onder meer familie, vrienden, buren, docenten en lokale team professionals kunnen daar een belangrijke rol in spelen. Dit contact kan een zaadje planten bij het slachtoffer om uiteindelijk de stap naar buiten te zetten en voor zichzelf en de kinderen op te komen9. Dwingende controle kan ook via anderen (buren, familie, vrienden) worden uitgeoefend. Denk aan zwart maken, kleineren, problematiseren en de slachtofferrol aannemen. Het informele netwerk kan dus ook worden gemanipuleerd en is zich daar niet altijd bewust van. Betrek het netwerk en geef ook hen psycho-educatie.

Inzet van het recht

Naast hulp, al dan niet in de vorm van opvang, biedt het recht mogelijkheden voor het helpen stoppen van het geweld. Help het slachtoffer daar juridische ondersteuning bij te krijgen, bijvoorbeeld door samen naar de politie te gaan en een goede advocaat te zoeken. In 2026 beschrijven we de mogelijkheden die het strafrecht, bestuursrecht en familierecht bieden

 

Fase stabiele veiligheid

De fase van directe veiligheid is afgerond als het slachtoffer met haar eventuele kinderen in haar eigen woonomgeving geen onveilig gedrag meer meemaakt, als de belangrijke veiligheidsafspraken daartoe in het veiligheidsplan vermeld staan en deze voor ook de toekomst geborgd zijn.

Beoogd resultaat

In de fase stabiele veiligheid ligt de nadruk op helpen de onderliggende problemen van het geweld aan te pakken, om zo kans op terugval sterk te verminderen. Denk hierbij aan risicofactoren als middelengebruik, psychiatrische- en verstandelijke problematiek, onderliggende traumatische ervaringen, recente verlieservaringen en gebrek aan een steunend netwerk. Als een pleger openstaat voor hulp, zet dan vaart achter het organiseren daarvan.

Afzonderlijke hulptrajecten

Relatiehulp is niet passend in de situatie van intieme terreur. Er is vaak sprake van een geschiedenis van ernstig geweld, wapengebruik, een antisociale persoonlijkheidsstoornis of onbehandelde ernstige mentale ziekte van de pleger en angst bij het slachtoffer. Dat zijn contra-indicaties voor gezamenlijke relatiehulp. Ook gezien het reële gevaar voor een slachtoffer, mag deze zich nooit gedwongen voelen tot gezamenlijke behandeling10.

Omgang tussen kind en pleger

Al eerder in de fase van directe veiligheid en opnieuw in deze fase van stabiele veiligheid, is het belangrijk om ook met de kinderen te bespreken of en hoe zij (al dan niet op afstand) veilig contact met de pleger willen houden (bijvoorbeeld om een kaartje te sturen). Daarbij is het nodig om met het slachtoffer te bespreken of zij dit als veilig inschat en wat zij nodig heeft om dit te kunnen verdragen.  Parallel is het belangrijk om, zeker in deze fase, met de pleger te bespreken hoe hij op afstand een goede vader kan zijn en goed contact kan houden met de kinderen. Of welke veiligheidsafspraken belangrijk zijn voor een veilige en door de kinderen gewenste omgang met de pleger. Contact en omgang tussen kind en pleger zijn bij een profiel van Intieme terreur niet vanzelfsprekend. Zie ook het profiel Complexe scheiding.

Aanwezig blijven

Het helpen in een situatie van intieme terreur vraagt een lange adem. Uit bij het afhaken van een slachtoffer je bezorgdheid en vraag of je contact mag houden. Bij het (dreigend) afhaken van de pleger moet de vraag worden gesteld wat de kans op herhaling is in deze of een andere relatie en dit zal samen met de betrokken netwerkpartners moeten worden afgewogen. Het is dan belangrijk om de inzet van juridische maatregelen ook in deze fase te (her)overwegen.

 

Fase persoonlijke groei

De fase van stabiele veiligheid kan afgerond worden zodra er al een half jaar geen onveilige incidenten meer hebben plaatsgevonden en de belangrijkste onderliggende problemen c.q. risicofactoren geen negatief effect meer hebben op de veiligheid in de relaties.

Beoogd resultaat

In de fase van persoonlijke groei en verder met je leven, maken we wederom individuele aanvullingen op het plan. Het actueel gehouden veiligheidsplan voor directe veiligheid loopt daarbij nog steeds door.

Individuele plannen

Met de pleger wordt een plan opgesteld voor verder veilig ouderlijk functioneren, welzijn, stabiliteit, mentale gezondheid en het vergroten van maatschappelijke participatie. Traumabehandeling kan van belang zijn. Overweeg daarnaast interventies gericht op het verminderen van schaamte, het herstellen van het gevoel van eigenwaarde, het versterken van het vermogen om met stress om te gaan, het verdragen van psychische pijn en tenslotte het vergroten van het mentaliserend vermogen, indien wordt ingeschat dat dit haalbaar is.

Voor het slachtoffer heeft het leven en haar ontwikkeling meestal lang stilgestaan. Dit wordt opnieuw duidelijk als je samen op een rij zet welke effecten deze onveilige periode op haar leven had. Samen stel je prioriteiten waaraan te gaan werken. De realiteit is dat herstel het hele leven door zal gaan, zoals ontwikkeling ook bij ieder mens het hele leven voortduurt.

De impact van de onveilige periode voor de kinderen kan het best beoordeeld worden door stil te staan bij op welke leeftijd het voor hen begon, met welk gedrag de kinderen erop gereageerd hebben, welke overlevingsmechanismen zij ontwikkeld hebben en welke veerkracht we bij hen zien. Van daaruit en samen met de ouder en de leerkrachten brengen we in beeld op welke gebieden de kinderen extra aandacht voor hun ontwikkeling en welbevinden nodig hebben. Kinderen die op jonge leeftijd veel toxische stress hebben opgelopen, hebben behoefte aan regelmatige vinger-aan-de-polscontacten. Dit contact is bedoeld voor de verzorgende ouder zodra deze vragen krijgt tijdens hun ontwikkeling gedurende de verdere basisschool en/ of middelbare schooltijd. Bij deze kinderen is er een aanzienlijk risico op aanpassings- en gedragsproblemen.

  1. Van Dijke, A., & Terpstra, L. (2026) Basiszorgprogramma op het snijvlak van zorg en veiligheid. Hulp bij geweld in afhankelijkheidsrelaties.
  2. Lünnemann, K. D. (2026). Als dwang noodzakelijk is om onveiligheid te doorbreken. Systeemgerichte juridische interventies bij geweld in gezinnen en intieme relaties. Utrecht: Verwey-Jonker Instituut.
  3. Dam, A., van.& Rijckmans, M.J.N. (2020). Antisociaal gedrag bij psychische stoornissen: diagnostiek, betekenis en risico. In M.J.N. Rijckmans, A van Dam & l.M.C. van den Bosch. (red). Praktijkboek antisociaal gedrag en persoonlijkheidsproblematiek (pp 13-34). Houten: Bohn Stafleu van Loghum.
  4. Dam, A., van.& Rijckmans, M.J.N. (2020). Antisociaal gedrag bij psychische stoornissen: diagnostiek, betekenis en risico. In M.J.N. Rijckmans, A van Dam & l.M.C. van den Bosch. (red). Praktijkboek antisociaal gedrag en persoonlijkheidsproblematiek (pp 13-34). Houten: Bohn Stafleu van Loghum.
  5. Lünnemann, K.D & Lünnemann, M.K.M. (2022). Integrale behandeling van gezinsleden bij huiselijk geweld. Utrecht: Verwey-Jonker Instituut
  6. Hendriks, A., & Vledder, I. (2025). Met liefde heeft het niets te maken. Over het herkennen en stoppen van intieme terreur. Amsterdam: Cargo.
  7. Lünnemann K.D. & M.K.M Lünnemann (2024). Als contact niet vanzelfsprekend is na scheiding. Utrecht: Verwey-Jonker Instituut
  8. Callaghan, J. E., Alexander, J. H., Sixsmith, J., & Fellin, L. C. (2018). Beyond “witnessing”: Children’s experiences of coercive control in domestic violence and abuse. Journal of interpersonal violence, 33(10), 1551-1581.
  9. Le Compte, T.M & Groenen, A. (2020). Als liefde overleven wordt. De vele gezichten van partnergeweld. Pelckmans Pro.
  10. McCollum, E. E., & Stith, S. M. (2008). Couples treatment for interpersonal violence: A review of outcome research literature and current clinical practices. Violence and Victims, 23(2), 187-201.