Pijler 1 Kennis van geweldspatronen
Kerninformatie

Twee geweldspatronen

We onderscheiden twee geweldspatronen: geweld wat voortkomt uit dagelijkse spanningen en stress, versus een patroon van macht en controle. Johnson gebruikt daarvoor de termen ‘situationeel geweld’ en ‘intieme terreur’. Wij gebruiken voor intieme terreur in dit kader ook de term ‘dwingende controle’.1 De eerste signalen met betrekking tot het patroon geven direct richting aan ons handelen. Bij beide geweldspatronen is het in het nu stoppen van het geweld, met hulp van GSV, de eerste prioriteit. Bij intieme terreur zijn professionals kort gezegd gericht op het creëren van veiligheid voor het slachtoffer, meestal de vrouw en de eventuele kinderen, terwijl bij geweld door stress veiligheidsafspraken ook gezamenlijk gemaakt kunnen worden en naast afzonderlijke gesprekken ook gezamenlijke gesprekken mogelijk zijn.

Intieme terreur

Het patroon van dwingende controle wordt vooral uitgeoefend door mannen over vrouwen en omvat alle facetten van haar leven. Het is een sluipend proces dat start met een romantische liefde, waar bezitsdrang en jaloezie verstopt zitten in een allesoverweldigende liefde en samenzijn. Sluipenderwijs verandert de romantische aandacht in beperkingen; de vrouw wordt steeds verder beperkt in haar vrijheid, wordt geïsoleerd van vriendinnen, vrienden en familie, wordt vernederd in het bijzijn van anderen. Er is sprake van, vaak ernstig geweld, waaronder ook seksueel geweld, met letsel tot gevolg. Psychisch geweld en het dreigen met geweld creëren een sfeer van angst. Vrouwen kunnen ambivalent gedrag vertonen doordat er zowel gevoelens van gehechtheid en liefde zijn, als gevoelens van angst. Het geweldspatroon heeft grote gevolgen voor de mentale gezondheid van de vrouw en heeft ook grote impact op de kinderen.

Ook in de situatie van intieme terreur is systeemgericht werken van belang. Er is aandacht voor slachtoffer, kinderen en pleger, maar niet via een gezamenlijk traject23. Het geweld is veelal zo structureel en chronisch, en de pleger ervan zo moeilijk aanspreekbaar op zijn gedrag, dat het lokaal team het regionaal veiligheidsteam direct betrekt. Professionals spreken volwassenen en kinderen allemaal afzonderlijk (als er sprake is van vrijwillige hulp, dan is voor het afzonderlijk spreken van de kinderen toestemming nodig. Bij intieme terreur zal dat meestal niet lukken in het vrijwillig kader), vragen door, hebben oog voor de grote angst en maken een geweldsanalyse met aandacht voor de rode vlaggen en fasen die kunnen leiden tot partnerdoding3. Het beschermen van de vrouw en de eventuele kinderen staat voorop. Het weggaan bij de partner is vaak de enige optie en is gevaarlijk4. Dit moet dus zorgvuldig worden voorbereid. Een veilige plek, zoals de vrouwenopvang, kan nodig zijn om bescherming te bieden. Hulp voor het slachtoffer is gericht op het vergroten van weerbaarheid en behandeling van trauma. Er dient niet te worden verplicht tot gezamenlijke hulp. We bieden op de leeftijd toegesneden hulp aan kinderen en betrekken de forensische GGZ bij de pleger.

Geweld door stress

Het andere patroon is de geweldsdynamiek waar stress aan ten grondslag ligt. Binnen deze relaties c.q. bij deze gezinnen ontstaat het geweld meer uit onmacht; een opeenstapeling van stressfactoren leidt tot geweld en conflicten in het gezin. Het kan gaan om woonproblematiek, schulden, problemen op het werk, of plotselinge levensgebeurtenissen. Hoe meer stressfactoren zich opstapelen, hoe groter de kans dat chronische irritatie ontstaat en er steeds vaker en sneller escalaties plaatsvinden. Met name middelengebruik versterkt dit effect5. We zien dat een hoge mate van stress tot conflicten kan leiden waarbij het geweld ook van twee kanten komt. Als het geweld van twee kanten komt is het belangrijk in de geweldsanalyse goed te kijken wie wat tegen wie doet met welke impact. Het geweld kan chronisch en ernstig zijn, maar ook incidenteel. Het gaat voornamelijk om psychisch en fysiek partnergeweld, waarbij kinderen vaak indirect betrokken zijn. Zij voelen de spanningen en zijn getuige van agressieve conflicten. Naast de angst tijdens de geweldsuitbarstingen en het herstellen van de angst, zijn er ook goede momenten. Er is geen chronische angst voor de partner c.q. ouder6.

Bij geweld door stress is er in beginsel een gezamenlijk traject en voeren professionals gezamenlijke gesprekken. Het eerste doel is het in het hier en nu stoppen van het geweld. Bij voldoende veiligheid werken we met de volwassenen vervolgens aan die onderliggende problematiek die het geweld triggert, conform de fasen van GSV. Dat begint met het maken van een verklarende analyse. Het lokaal team heeft hier een grote rol. Deze professional helpt de volwassenen en kinderen te zien en waarderen wat wel goed gaat en te verhelderen wat hun doelen zijn. Waar nodig ondersteunt de professional bij het opbouwen van een netwerk, het vinden van informele zorg en het betrekken van partners als de woningbouwcorporatie of de dienst Werk, Inkomen & Participatie. Afhankelijk van de ernst van het geweld is ook hier soms een veilige plek nodig, bij vrienden of familie of de vrouwenopvang. Denk bij passende interventies ook aan samenwerking met politie en justitie. Het gaat dan om interventies  als een STOP-gesprek door een wijkagent of een Afspraak Op Locatie, of gedragsinterventies gericht op agressiebeheersing, in te zetten vanuit het gedwongen kader.

  1. Stark E. (2007). Coercive control. How men entrap women in personal life, Oxford: Oxford University Press.
  2. Werkbezoek Filomena Rotterdam, 2025; Lünnemann, K. D., et al. (2023).
  3. Factsheet Intieme Terreur. (2022)
  4. Campbell, J. C., et al. (2009) The Danger Assesment; Monckton Smith, J. (2021).
  5. Cafferky, B., et al. (2018). Substance use and intimate partner violence: a meta analytic review.
  6. Lünnemann, K. D., M. Compagner, M. Steketee, R. de Wildt (2023). Op zoek naar beschermingsarrangementen bij huiselijk geweld. Utrecht: Verwey-Jonker Instituut.