Intro
De vijf gezinsprofielen zijn een belangrijke onderlegger van dit handelingskader. Twee profielen hebben een geweldspatroon dat op de voorgrond staat: Intieme terreur en Geweld door stress. Drie profielen hebben een problematiek die op de voorgrond staat: Langdurige zorg, Kindproblematiek en opvoedstress en Complexe scheiding. De profielen hebben dus verschillende ‘noemers’ en kennen ‘overlap’. De twee geweldspatronen hebben onderliggende problematiek en bij iedere problematiek is sprake is van een geweldspatroon.
Professionals onderzoeken welk geweldspatroon aanwezig is en welke onderliggende problematiek speelt en doen dit zoveel mogelijk met de volwassenen en kinderen in het gezin of relatie. Zij hebben gesprekken met de volwassenen (en kinderen) afzonderlijk. Dat vraagt een grote mate van vakmanschap en van professionele moed. In het geval van Intieme terreur en Gezin in de stress hebben we allereerst aandacht voor het partnergeweld en het stoppen daarvan, maar ook voor de impact ervan op het kind en voor onderliggende problemen. Bij de andere drie profielen hebben we niet alleen aandacht voor de ontwikkelingsbedreiging van het kind en de eventueel benodigde bescherming, maar ook voor de geweldsdynamiek tussen de volwassenen en in het gezin en de onderliggende problematiek van die volwassenen.
Het onderzoeken van en handelen in lijn met een geweldspatroon is complex en vraagt dus kennis, tijd en een lerende werkpraktijk. Het signaleren en onderkennen van geweld en de daarbij horende angst, het desondanks in beeld brengen van wie wat doet tegen wie en met welke impact, het vertrouwen op de eigen c.q. gezamenlijke oordeelsvorming, en het aansluiten op het tempo en de stappen van de individuen binnen het gezin, het kijken vanuit het zorg- als het strafperspectief, vraagt veel professionele moed, ruimte voor zelfreflectie en het eigen leren en een organisatie die rugdekking geeft.
Vijf gezinsprofielen
Onderstaand worden de kenmerken van ieder gezinsprofiel kort weergegeven en is vervolgens een eerste aanzet gemaakt tot de vertaling naar ons handelen1. In 2025 verdiepen we daarop voor de profielen Intieme terreur en Complexe scheiding. In 2026 doen we dat voor de andere drie profielen. Naast het beschrijven van het profiel besteden we ook aandacht aan wat dit betekent voor ‘onderzoeken en analyseren’ en het ‘inzetten van hulp en beschermingsinterventies’. Telkens op basis van beproevende praktijken en met hulp van ervaringsdeskundigen en wetenschappers.
Professionals van lokale teams en regionale veiligheidsteams werken samen en betrekken op de aan het geweld onderliggende problematiek waar nodig aanvullende hulp. We zien in de praktijk dat de bijdrage van de lokale teamprofessional versus die van de collega uit het veiligheidsteam er bij de verschillende profielen anders uit ziet, op inhoud en ook op omvang. De bijdrage van het lokale team is bijvoorbeeld groot op de onderliggende problematiek van een Gezin in de stress. De rol van het veiligheidsteam is groot in de situatie van Intieme terreur.
- De beschrijvingen van de gezinsprofielen zijn voornamelijk gebaseerd op Hoofdstuk 5 uit: Lünnemann, K. D., M. Compagner, M. Steketee, R. de Wildt (2023). Op zoek naar beschermingsarrangementen bij huiselijk geweld. Utrecht: Verwey-Jonker Instituut.
Twee geweldspatronen
We onderscheiden twee geweldspatronen: geweld wat voortkomt uit dagelijkse spanningen en stress, versus een patroon van macht en controle. Johnson gebruikt daarvoor de termen ‘situationeel geweld’ en ‘intieme terreur’. Wij gebruiken voor intieme terreur in dit kader ook de term ‘dwingende controle’.1 De eerste signalen met betrekking tot het patroon geven direct richting aan ons handelen. Bij beide geweldspatronen is het in het nu stoppen van het geweld, met hulp van GSV, de eerste prioriteit. Bij intieme terreur zijn professionals kort gezegd gericht op het creëren van veiligheid voor het slachtoffer, meestal de vrouw en de eventuele kinderen, terwijl bij geweld door stress veiligheidsafspraken ook gezamenlijk gemaakt kunnen worden en naast afzonderlijke gesprekken ook gezamenlijke gesprekken mogelijk zijn.
Intieme terreur
Het patroon van dwingende controle wordt vooral uitgeoefend door mannen over vrouwen en omvat alle facetten van haar leven. Het is een sluipend proces dat start met een romantische liefde, waar bezitsdrang en jaloezie verstopt zitten in een allesoverweldigende liefde en samenzijn. Sluipenderwijs verandert de romantische aandacht in beperkingen; de vrouw wordt steeds verder beperkt in haar vrijheid, wordt geïsoleerd van vriendinnen, vrienden en familie, wordt vernederd in het bijzijn van anderen. Er is sprake van, vaak ernstig geweld, waaronder ook seksueel geweld, met letsel tot gevolg. Psychisch geweld en het dreigen met geweld creëren een sfeer van angst. Vrouwen kunnen ambivalent gedrag vertonen doordat er zowel gevoelens van gehechtheid en liefde zijn, als gevoelens van angst. Het geweldspatroon heeft grote gevolgen voor de mentale gezondheid van de vrouw en heeft ook grote impact op de kinderen.
Ook in de situatie van intieme terreur is systeemgericht werken van belang. Er is aandacht voor slachtoffer, kinderen en pleger, maar niet via een gezamenlijk traject23. Het geweld is veelal zo structureel en chronisch, en de pleger ervan zo moeilijk aanspreekbaar op zijn gedrag, dat het lokaal team het regionaal veiligheidsteam direct betrekt. Professionals spreken volwassenen en kinderen allemaal afzonderlijk (als er sprake is van vrijwillige hulp, dan is voor het afzonderlijk spreken van de kinderen toestemming nodig. Bij intieme terreur zal dat meestal niet lukken in het vrijwillig kader), vragen door, hebben oog voor de grote angst en maken een geweldsanalyse met aandacht voor de rode vlaggen en fasen die kunnen leiden tot partnerdoding3. Het beschermen van de vrouw en de eventuele kinderen staat voorop. Het weggaan bij de partner is vaak de enige optie en is gevaarlijk4. Dit moet dus zorgvuldig worden voorbereid. Een veilige plek, zoals de vrouwenopvang, kan nodig zijn om bescherming te bieden. Hulp voor het slachtoffer is gericht op het vergroten van weerbaarheid en behandeling van trauma. Er dient niet te worden verplicht tot gezamenlijke hulp. We bieden op de leeftijd toegesneden hulp aan kinderen en betrekken de forensische GGZ bij de pleger.
Geweld door stress
Het andere patroon is de geweldsdynamiek waar stress aan ten grondslag ligt. Binnen deze relaties c.q. bij deze gezinnen ontstaat het geweld meer uit onmacht; een opeenstapeling van stressfactoren leidt tot geweld en conflicten in het gezin. Het kan gaan om woonproblematiek, schulden, problemen op het werk, of plotselinge levensgebeurtenissen. Hoe meer stressfactoren zich opstapelen, hoe groter de kans dat chronische irritatie ontstaat en er steeds vaker en sneller escalaties plaatsvinden. Met name middelengebruik versterkt dit effect5. We zien dat een hoge mate van stress tot conflicten kan leiden waarbij het geweld ook van twee kanten komt. Als het geweld van twee kanten komt is het belangrijk in de geweldsanalyse goed te kijken wie wat tegen wie doet met welke impact. Het geweld kan chronisch en ernstig zijn, maar ook incidenteel. Het gaat voornamelijk om psychisch en fysiek partnergeweld, waarbij kinderen vaak indirect betrokken zijn. Zij voelen de spanningen en zijn getuige van agressieve conflicten. Naast de angst tijdens de geweldsuitbarstingen en het herstellen van de angst, zijn er ook goede momenten. Er is geen chronische angst voor de partner c.q. ouder6.
Bij geweld door stress is er in beginsel een gezamenlijk traject en voeren professionals gezamenlijke gesprekken. Het eerste doel is het in het hier en nu stoppen van het geweld. Bij voldoende veiligheid werken we met de volwassenen vervolgens aan die onderliggende problematiek die het geweld triggert, conform de fasen van GSV. Dat begint met het maken van een verklarende analyse. Het lokaal team heeft hier een grote rol. Deze professional helpt de volwassenen en kinderen te zien en waarderen wat wel goed gaat en te verhelderen wat hun doelen zijn. Waar nodig ondersteunt de professional bij het opbouwen van een netwerk, het vinden van informele zorg en het betrekken van partners als de woningbouwcorporatie of de dienst Werk, Inkomen & Participatie. Afhankelijk van de ernst van het geweld is ook hier soms een veilige plek nodig, bij vrienden of familie of de vrouwenopvang. Denk bij passende interventies ook aan samenwerking met politie en justitie. Het gaat dan om interventies als een STOP-gesprek door een wijkagent of een Afspraak Op Locatie, of gedragsinterventies gericht op agressiebeheersing, in te zetten vanuit het gedwongen kader.
- Stark E. (2007). Coercive control. How men entrap women in personal life, Oxford: Oxford University Press.
- Werkbezoek Filomena Rotterdam, 2025; Lünnemann, K. D., et al. (2023).
- Factsheet Intieme Terreur. (2022)
- Campbell, J. C., et al. (2009) The Danger Assesment; Monckton Smith, J. (2021).
- Cafferky, B., et al. (2018). Substance use and intimate partner violence: a meta analytic review.
- Lünnemann, K. D., M. Compagner, M. Steketee, R. de Wildt (2023). Op zoek naar beschermingsarrangementen bij huiselijk geweld. Utrecht: Verwey-Jonker Instituut.
Drie problematieken
Langdurige zorg
Als derde profiel onderscheiden we gezinnen waarbinnen één of beide partners c.q. ouders te kampen heeft met een beperking of een psychisch probleem, waaronder verslaving. Die problematiek leidt soms tot partnergeweld en onveiligheid voor de kinderen. In deze gezinnen staat aandacht voor de problematiek van de ouder(s) voorop. Het partnergeweld heeft vaak de vorm van verbale agressie richting de andere partner, maar ook ‘materiële agressie’ komt voor. Daarnaast kan sprake zijn van zelfdestructief gedrag, zoals automutilatie of suïcidepogingen, waar kinderen soms getuige van zijn1. Verwaarlozing van kinderen, zowel fysiek als emotioneel, komt veel voor in deze gezinnen. Bij ouders met een verslaving zien we vaak een onvoorspelbare opvoedstijl2. Vaak spelen meer risicofactoren zoals financiële problemen, een gebrek aan sociaal netwerk, laag opleidingsniveau en gezondheidsproblemen, resulterend in een verhoogde kans op kindermishandeling3. De verwaarlozing of de mishandeling is doorgaans een continue factor. Deze voortdurende situatie heeft grote impact op het leven van kinderen. Kinderen ervaren angst, schaamte, schuldgevoelens, trekken zich sociaal terug, en hebben sterke herinneringen aan het verwarde of onbegrijpelijke gedrag van hun ouder.4
Professionals gaan met de volwassenen en kinderen in gesprek over het geweld en de impact ervan, wat eraan ten grondslag ligt en hoe het veiliger kan worden. Heeft de problematiek van de volwassene geweld tot gevolg of is er een patroon van controle en dwang, voortkomend uit de verslaving of persoonlijkheidsproblematiek? In het tweede geval handelen we in lijn met het profiel intieme terreur. In het eerste geval heeft en houdt het lokale team een grote rol en zorgt de lokale team professional voor structurele steun en hulp, ook voor de kinderen. We werken outreachend, nemen de tijd voor kennismaking met alle gezinsleden, brengen de problematiek van de volwassene(n) en de behoeften van de kinderen in beeld en helpen realistische doelen te stellen. Aansluiten bij ieders mogelijkheden en beperkingen, flexibiliteit en het bieden van praktische ondersteuning zijn van belang. Voor de problematiek van volwassenen kan LVB- of GGZ-hulp worden betrokken. Als de veiligheid van de volwassene en/of het gezin wordt bedreigd kan een bestuurlijke maatregel aan de orde zijn, denk aan een gebiedsverbod of een inbewaringstelling in het kader van de Wet zorg en dwang. Dit zijn trajecten met ieder een eigen proces en voorwaarden.
Kindgedrag en opvoedstress
Ook kindgedrag en opvoedstress kunnen op de voorgrond staan. Het gedragsprobleem van het kind kan een reactie zijn op geweld thuis, bestaan vanuit aanleg of een combinatie zijn van beide. Er kan sprake zijn van een verstandelijke of lichamelijke beperking of psychische problematiek. Het gedrag kan conflicten en geweld veroorzaken tussen ouder en kind en tussen ouders onderling. Onder dit profiel vatten we ook de jongvolwassenen die thuis terreur uitoefenen c.q. oudermishandeling. Het zijn vaker jongvolwassen zonen die geweld uitoefenen naar hun (alleenstaande) moeder, maar ook oudermishandeling door dochters komt voor. Oudermishandeling en fysieke kindermishandeling hangen samen. Er kan sprake zijn van crimineel gedrag. Kinderen die thuis geweld meemaken hebben meer kans om ook zelf agressief en gewelddadig gedrag te vertonen, waaronder vandalisme, dragen van een wapen of betrokken bij vechtpartijen5. De gedragsproblemen die ouders noemen zijn: grenzeloos gedrag, geen respect tonen en niet luisteren. Bij pubers gaat het om brutaal gedrag, weglopen van huis, stelen, drugs- en drankgebruik, overmatig veel gamen en spijbelen6. Naast opvoedstress is er soms sprake van kindermishandeling. Dit kan het gevolg zijn van de door ouders ervaren opvoedstress en opvoedonmacht of ouders zijn vanuit hun eigen jeugd gewend om conflicten met verbaal of fysiek ingrijpen op te lossen. Door de kindproblematiek en opvoedstress verslechtert vaak ook de relatie tussen ouders, waardoor een neerwaartse spiraal ontstaat7.
Als kindgedrag op de voorgrond staat onderzoeken professionals eerst in hoeverre dit gedrag veroorzaakt wordt door het geweld tussen ouders, veroorzaakt door stress dan wel door dwingende controle. Kinderen kunnen symptomen van een bepaalde stoornis vertonen, zoals ADHD of een angststoornis, terwijl dit voortkomt uit de onveilige situatie waarin zij leven. Op het moment dat er een veilige leefomgeving is, verdwijnen deze symptomen. Kinderen kunnen vastzitten in overlevingsmechanismen waarin hun probleemgedrag een afleiding is van het werkelijke probleem dat in het gezin speelt. Er kan sprake zijn van opvoedonmacht terwijl het gedrag past bij de ontwikkeling.
Als er sprake is van geweld door stress richten we ons op het versterken van ouders en op hulp voor het kind. Denk bij ouders aan het helpen betrekken van hun netwerk, aan psycho-educatie en aan opvoedondersteuning, al dan niet in groepsverband met ook andere ouders. In het geval van dwang en controle volgen we de werkwijze van Intieme terreur. Bij psychische of verslavingsproblematiek van een kind helpen lokale team professionals Jeugd-GGZ op maat te betrekken. In de situatie dat een kind ernstig wordt bedreigd in zijn of haar ontwikkeling en het niet lukt om ouders te helpen kan een kinderbeschermingsmaatregel bijdragen. Denk naast een ondertoezichtstelling, voor jongeren die in aanraking zijn geweest met justitie, bijvoorbeeld ook aan een reclasseringsmaatregel. Als het gedrag van een kind vooral veroorzaakt lijkt door geweld tussen ouders is het benutten c.q. aanvragen van beschermingsinterventies zoals genoemd bij de profielen intieme terreur en geweld door stress op zijn plaats.
Complexe scheiding
Het laatste profiel is complexe scheiding. In deze gezinnen zien we vooral problemen rond omgang en opvoeding na de scheiding. Als tijdens de relatie sprake was van agressie en geweld, is de periode van scheiden ook vol conflicten. Bij een complexe scheiding gaat het met name om psychisch geweld, waarbij de ene ouder de andere ouder benadeelt (eenzijdig) of beide ouders elkaar benadelen (wederzijds). Er hoeft geen sprake te zijn van fysieke agressie. Bij Geweld door stress komt er na een scheiding doorgaans weer een nieuw evenwicht. Maar in het geval van Intieme terreur blijft het geweld voortduren, onder meer in de vorm van stalking, met kans op levensbedreigend geweld.
Het gaat bij een complexe scheiding ook om ingrijpende juridische conflicten, bijvoorbeeld financiële conflicten, strijd rondom gezag of de woonplaats van het kind, of over het wel of niet bieden van professionele hulp aan het kind8. Kinderen lijden onder deze conflicten tussen de ouders, en de gescheiden werelden van het leven bij moeder en het leven bij vader. Deze voortdurende conflicten kunnen chronische stress opleveren bij het kind met verschillende negatieve gevolgen. Het ontwikkelen van veilige gehechtheid tussen ouder en kind is in het geding en kinderen ervaren ernstige loyaliteitsconflicten9. Wat betreft de impact op ouders blijkt dat vooral moeders die uit een dwingend-controlerende relatie komen slachtoffer zijn van gewelddadig en controlerend gedrag met gezondheidsklachten als gevolg10. Waarin dit profiel zich onderscheidt van de andere profielen is niet alleen dat het hier om gescheiden partners gaat, maar ook dat hier altijd recht en zorg een rol spelen, en dat de rechtssystemen strafrecht, jeugdbescherming en familierecht een verschillend perspectief hanteren waardoor de problemen (kunnen) verergeren11. Een voorbeeld is dat een contactverbod is opgelegd via het strafrecht of een bestuurlijk tijdelijk huisverbod, terwijl vanuit het familierecht een omgangsregeling wordt vastgesteld.
Als sprake is van een complexe scheiding ligt momenteel veelal de nadruk op gesprekken met beide ouders tegelijk en mediation om tot gezamenlijk ouderschap te komen. Het belang van het kind staat voorop, maar de stem van het kind wordt lang niet altijd gehoord. Het is belangrijk niet alleen naar de toekomst te kijken, maar ook naar persoonlijke achtergrond van ouders, en of er tijdens de relatie sprake was van geweld door stress dan wel van dwang en controle. Als er sprake is van stalking en een patroon van controle is een andere aanpak nodig dan wanneer er vooral stressfactoren en persoonlijke problematiek van ouders een rol spelen. In het eerste geval vormt gezamenlijk gezag een groot risico voor het versterken van intimidatie, controle en geweld, wat nadelig is voor het kind12.
- Steketee, M., Tierolf, B., Lünnemann, K.D., & Lünnemann, M. (2020). Kwestie van lange adem: Kan huiselijk geweld en kindermishandeling echt stoppen? Utrecht: Verwey-Jonker Instituut.
- Dekker, J., et al. (2014). Impact van psychische en verslavingsproblemen van ouders op de veiligheid van kinderen.
- Euser, E.M., M.H. van IJzendoorn, P. Prinzie, M.J. Bakermans-Kranenburg (2010). Prevalence of child maltreatment in the Netherlands. Jrnl Child maltreatment. Vol. 15, nr. 1, p5-17.
- Källquist, A., & Salzmann-Erikson, M. (2019). Experiences of having a parent with serious mental illness: an interpretive meta-synthesis of qualitative literature. Journal of child and family studies, 28(8), 2056-2068; Wenselaar, L. (2022). Wat als je ouders licht verstandelijk beperkt zijn, en jij niet? Kind & Adolescent Praktijk, 21(2), 38-44.
- Steketee, M., L. Loon-Dikkers, M.K.M. Lünnemann, Y. Dusault, B. Tierolf (2023). Huiselijk geweld: een complex en hardnekkig probleem. Utrecht: Verwey-Jonker Instituut.
- Steketee, M., Tierolf, B., Lünnemann, K., & Lünnemann, M. (2020). Kwestie van lange adem: Kan huiselijk geweld en kindermishandeling echt stoppen? Utrecht: Verwey-Jonker Instituut
- Van Lawick, J. (2014). Couple and family dynamics and escalations in violence. Contemporary Issues in Family Studies, 74-86. https://doi.org/10.1002/9781118320990. ch6; Lünnemann, K. D., M. Compagner, M. Steketee, R. de Wildt (2023). Op zoek naar beschermingsarrangementen bij huiselijk geweld. Utrecht: Verwey-Jonker Instituut.
- Avontuur. (2022). Het negeren van huiselijk geweld is een systeemfout bij de aanpak van ‘complexe’ scheidingen; Steketee, M., Tierolf, B., Lünnemann, K., & Lünnemann, M. (2020). Kwestie van lange adem: Kan huiselijk geweld en kindermishandeling echt stoppen? Utrecht: Verwey-Jonker Instituut
- Schoemaker, F., et al. (2017) Vechtscheidingen: Beleving en ervaring van ouders en kinderen en verandering na Kinderen uit de knel.
- Hardesty, J.L, Crossman, K.A., Haselschwerdt, M.L., Thomann Mitchel, Khaw, L., E. Ogolsky, B.G. Rafaelli, M., & Whittaker, A. (2017). Coparenting relationship trajejectories: Marital violence linked to change and variability after separation. Journal of Family Psychology, 31, 844-854. https://doi.org/10.1037/fam0000323
- Groen, M. (2020). Zorg en recht. In: M. Groen & J. van Lawick, Intieme oorlog. Over de kwetsbaarheid van familierelaties (pp. 269-288). Uitgeverij van Gennep.; Hester, M. (2011). The three planet model: Towards an understanding of contradictions in approaches to women and children’s safety in contexts of domestic violence. British Journal of Social Work, 41(5), 837-853. https://doi.org/10.1093/bjsw/bcr095
- Lünnemann K.D. & M.K.M Lünnemann (2024). Als contact niet vanzelfsprekend is na scheiding. Utrecht: Verwey-Jonker Instituut; Lünnemann M.K.M, K.D. Lünnemann & M. Compagner (2024). Vadercontact in de opvang. Een onderzoek naar de rol en verantwoordelijkheid van de opvang gedurende de periode dat moeder en kinderen in de opvang verblijven wegens huiselijk geweld. Utrecht: Verwey-Jonker Instituut. Zie ook het afwegingskader met handleiding Vadercontact in de opvang
Intro
Beschermen staat voorop
In situaties van intieme terreur staat het beschermen van het slachtoffer en de (eventuele) kinderen voorop. Onze eerste focus is het stoppen van het geweld. Veiligheid gaat vóór contact en omgang tussen kind en pleger. We beogen de (wederzijdse) afhankelijkheid tussen partners te verminderen. We steunen en helpen slachtoffers bij het terugnemen van regie en terugvinden van autonomie. We normeren en begrenzen plegers en trachten hen te motiveren en te helpen tot gedragsverandering en een aanpak van onderliggende problemen te komen.
Vanuit afzonderlijke trajecten systeemgericht werken
Bij alle gezinsprofielen is systeemgericht werken van belang, maar bij dit profiel heeft dat nooit de vorm van een gezamenlijk traject. Een gezamenlijk traject draagt niet bij aan het stoppen van het geweld maar voedt veelal juist de angst, de geweldsdynamiek en het gevaar. Professionals spreken het slachtoffer, de eventuele kinderen en de pleger individueel. Er zijn geen gezamenlijke gesprekken noch een gezamenlijk veiligheids- of ondersteuningsplan, de pleger heeft geen inzage in het dossier van het slachtoffer en de kinderen en er wordt geen mediation ingezet. Het uitgangspunt blijft dat de individuele plannen samen een samenhangend geheel vormen: bescherming en hulp voor het slachtoffer en de eventuele kinderen en begrenzing van en hulp voor de pleger. Voor deze samenhang wordt gezorgd door de betrokken zorg- en strafprofessionals.
Oog voor het gevaar van intieme terreur
Hoge niveaus van controlerend gedrag hebben een voorspellende waarde voor ernstig of zelfs dodelijk geweld1. Het weggaan bij de partner is vaak de enige optie, maar is gevaarlijk. Vrouwen hebben hierbij ondersteuning nodig en het vertrek moet goed worden voorbereid. Omgang tussen kind en pleger kan alleen plaatsvinden als de veiligheid van het kind én van de verzorgende ouder geborgd is.
Goede afstemming binnen de zorg- en de veiligheidsketen is vanaf de start belangrijk: telkens moet worden nagegaan welke impact interventies hebben op het slachtoffer, de kinderen en de pleger. Dit vraagt de aanwezigheid van een deskundige casusregisseur die leidt, coördineert en structureert, vanuit overzicht op alle verschillende perspectieven2.
- Monckton Smith, J. (2021). In Control. Dangerous Relationsips and How They End in Murder. Bloomsbury Circus.; Stark E. (2007). Coercive control. How men entrap women in personal life, Oxford: Oxford University Press.
- Werkbezoek Filomena Rotterdam. (2025); Werkbezoek en materiaal Sterk Huis. (2025)
Achtergrond
Net als ‘geweld door stress, is ‘dwingende controle’ een geweldpatroon, wat overheersend kan zijn en wat we zien in combinatie met andere profielen, denk bijvoorbeeld aan de combinatie met ‘complexe scheiding’. Dit patroon zegt niet alleen iets over wat we doen, maar vanaf de eerste signalen ook veel over hoe we handelen. Waar ‘geweld door stress’ meer situationeel van aard is en zijn oorsprong heeft in stressfactoren, is ‘dwingende controle’ een continue vorm van onveiligheid die gemotiveerd wordt door een behoefte de ander te domineren en controleren.
Het patroon van dwingende controle
Dwingende controle is een moeilijk zichtbare, zeer schadelijke vorm van huiselijk geweld. Het gaat niet om enkele gedragingen, maar om een patroon van toenemende controle en dwang. Het is een vorm van psychisch geweld waarbij de ander wordt beroofd van haar vrijheidsrechten, soms gepaard gaand met ernstig fysiek en seksueel geweld. Het is een proces waarin de afhankelijkheid van de partner wordt vergroot en het zelfbeeld en de weerbaarheid worden ondermijnd. Dwingende controle kan heel gevaarlijk zijn voor slachtoffers en kinderen1. We beschouwen intieme terreur als een vergaande vorm van dwingende controle. Intieme terreur eindigt in het meest ernstige geval in femicide.
- Augeo Foundation. Dwingende controle. Geraadpleegd via https://vimeo.com/923384808/169e817be8?share=copy
Intieme terreur in relatie tot femicide
De homicide timeline1, die is opgesteld door Professor Jane Monckton-Smith en door vele professionals wordt gebruikt, geeft een framework in acht fasen. Die fasering is bedoeld om een risico-inschatting te maken van geweld met dodelijke afloop in relaties van intieme terreur. Er wordt beschreven hoe een patroon van controle en dwang zich in de tijd ontwikkelt en wat in de verschillende fasen de ‘verschijningsvorm’ is. Hieronder staan de fasen beknopt weergegeven.
Fase 1: achtergrond van de pleger
De pleger heeft een geschiedenis van geweldsincidenten met eerdere partners. Slachtoffers zijn daar soms van op de hoogte, maar geloven het vaak niet of denken dat het bij hen anders zal zijn.
Fase 2: begin van de relatie
In het begin van de relatie is er sprake van ‘love bombing’ en worden er snel stappen gezet, denk aan samenwonen, trouwen of in verwachting raken. De regels van de relatie, zoals de ‘jealousy code’ en de ‘loyalty code’, worden in deze fase al duidelijk gemaakt en het isoleren van het slachtoffer vangt aan. Het doel is het slachtoffer in een afhankelijkheidsrelatie te krijgen.
Fase 3: relatieverloop
In deze fase wordt de relatie gedomineerd door controlerende patronen. Denk aan regels over thuis zijn en beperkingen in bewegingsvrijheid, tracking, bedreigingen en geweld. Het doel is om op zoveel mogelijk levensdomeinen controle te verkrijgen en traditionele genderrollen te versterken, onder meer via financiële controle. Het proces van controle gaat gepaard met rode vlaggen zoals een poging tot verwurging, bedreiging met de dood, geweld tijdens de zwangerschap, gedwongen seks, het onthouden van acute medische zorg, toenemende escalatie en wapenbezit2. Het slachtoffer blijft in de relatie maar verliest gradueel de onafhankelijkheid, het zelfvertrouwen wordt langzaam gebroken en de psychische ontreddering groeit. De impact is groot. De tijdsperiode van deze fase kan een paar weken, maar kan ook vele jaren duren. De hulpverlening raakt vaak in deze periode betrokken.
Fase 4: trigger event
Dit is de belangrijkste fase, waarin een kantelpunt plaatsvindt waarbij meer geweld kan worden gebruikt en grotere risico’s ontstaan op geweld met dodelijke afloop. Wanneer de controlerende partner de controle dreigt te verliezen, kan de partner getriggerd raken door het gedrag van het slachtoffer. De grootste triggers zijn: dreigen om te vertrekken, een affaire of het vermoeden daarvan, het slachtoffer vecht verbaal terug, financiële problematiek, de fysieke of mentale gezondheid van de controlerende partner of het slachtoffer vermindert, plots ontslag of met pensioen gaan.
Fase 5: escalatie
In deze fase escaleert de situatie door de reactie van de controlerende partner op de trigger. Als het slachtoffer de stap zet om uit de relatie te stappen, zal de controlerende partner escaleren naar geweld om weer controle te krijgen over het slachtoffer en de relatie. De tactiek van de controlerende partner kan verschillend zijn. In eerste instantie kan het gaan om smeken, huilen, cadeautjes geven en beloftes doen om te veranderen. Als dit niet helpt gaat het over op stalken, dreigen geweld te gebruiken tegen de partner, de kinderen of een huisdier, dreigen met het plegen van suïcide of het daadwerkelijk plegen van geweld. Het zorgelijke en gewelddadige gedrag van de controlerende partner neemt toe in frequentie en intensiteit. Woede of wanhoop neemt toe. Woorden worden gebruikt als: “Ik laat jou niet gaan”, “Ik kan niet leven zonder jou” of “Als ik jou niet kan hebben, dan mag niemand jou”. Patronen van stalking beginnen vaak hier of nemen toe.
De meeste mensen komen tot fase 5 en blijven schuiven tussen de fasen of gaan uiteindelijk definitief uit elkaar. Als dat niet het geval is, begint het nu heel erg gevaarlijk te worden.
Fase 6: veranderend denken
In deze fase verandert de denkwijze van de controlerende partner. Er worden laatste pogingen gedaan om het goed te maken. De situatie kan kalm blijven of juist intensiveren. Gevoelens van wraak, gerechtigheid of vernedering kunnen meespelen in het besluit om de problemen te ‘oplossen’ door wraak te nemen of de partner te vermoorden. De controlerende partner ziet dat de situatie onomkeerbaar is. Er ontstaat ‘laatste kans denken’. Er wordt over dood gesproken en dit wordt steeds specifieker: denk aan uitspraken als “ik ga je wurgen” of “ik ga je doodschieten”. Of juist uitspraken als: “je hoeft niet bang te zijn” en “ik maak je heus niet dood”. Er kan sprake zijn van het plaatsen van camera’s en afluisterapparatuur, en van het maken van foto’s van momenten waarop iemand aankomt of weggaat, ten behoeve van het verkennen van mogelijkheden voor een wraakactie, waaronder moord. Het slachtoffer maakt zich zorgen omdat de benadering en het gedrag van de pleger verandert. De angst van het slachtoffer wordt ook heftiger in deze fase.
Fase 7: planning
In deze fase verandert het ‘normale’ gedrag van de controlerende partner. De dreiging neemt toe. Er wordt uitgezocht of er mogelijkheden bestaan om de moord te kunnen plegen. Lukt het bijvoorbeeld om het slachtoffer alleen te treffen? De controlerende partner zoekt op internet hoe hij een moord kan plegen en begint met wapens verzamelen om de ander te verwonden of te doden. Wapens zijn vaak specifiek gekocht voor deze gebeurtenis. De pleger dreigt met zelfmoord. Kinderen worden geïsoleerd en/of weggehouden van de andere partner. Soms lijkt het alsof het rustig is geworden. Let op! Dit is stilte voor de storm.
Fase 8: femicide
In de laatste fase wordt de moord gepleegd. Er volgt misschien direct een schuldbekentenis. De moord kan worden gevolgd door zelfmoord van de dader. De moord kan op suïcide, euthanasie, een ongeluk of een natuurlijke dood lijken. De partner geeft het slachtoffer misschien als vermist op. Kinderen zijn soms direct getuige van de moord. De dood van hun moeder heeft een enorme impact3. Kinderen worden volgend op de moord op de moeder zelf soms ook omgebracht.
- Monckton Smith, J. (2021). In Control. Dangerous Relationsips and How They End in Murder. Bloomsbury Circus.
- Factsheet Intieme Terreur. (2022)
- Godwaldt, B. (2025). Aanpakplan: Kinderen van femicideslachtoffers en femicide-overlevers. Blijf Groep. Aanpakplan kinderen van femicide slachtoffers en femicide overlevers
Omvang problematiek
Intieme terreur raakt iedereen
Intieme terreur raakt vrouwen (en in mindere mate ook mannen) uit alle lagen van de bevolking, alle opleidingsniveaus, culturen en religies. En niet alleen de vrouwen zelf zijn het slachtoffer. Dat zijn ook hun kinderen, die leven in onzekerheid en angst. En andere nabestaanden, wier dochter of zus is vermoord omdat haar partner niet kon accepteren dat zij bij hem weg wilde. Of de nieuwe partners die leven onder de terreur van de ex-partner of soms zelf worden gedood. En ook de omstanders die de pech hadden net op het verkeerde moment op de verkeerde plek te zijn1.
Cijfers zijn moeilijk te genereren
Hoe vaak intieme terreur als patroon van relationeel geweld voorkomt is moeilijk te achterhalen. Intieme terreur gaat niet om het tellen van incidenten en gedragingen over het afgelopen jaar. Het betreft een proces over een langere periode wat moeilijk is te vangen in survey. En bovendien is het moeilijk deze slachtoffers te bereiken. Toch worden pogingen gedaan inzicht te krijgen in de frequentie.
In de CBS-prevalentiemonitor Huiselijk Geweld wordt gevraagd naar gedragingen die samenhangen met controle. Uit deze monitor komt naar voren dat 1 procent van de mensen van 16 jaar of ouder aangeeft het afgelopen jaar slachtoffer te zijn geweest van dwingende controle2. Omgerekend gaat dat om bijna 200.000 mensen. Vrouwen geven vaker aan slachtoffer te zijn dan mannen, maar ook een niet onaanzienlijk aantal mannelijke slachtoffers geeft aan slachtoffer te zijn van gedragingen van dwingende controle. Het gaat hier overigens niet alleen om controlerend gedrag door de partner, maar door mensen in de huiselijke kring.
Vaker vrouwen dan mannen
Uit onderzoek onder volwassenen die gemeld zijn bij Veilig Thuis komt naar voren dat vrouwen vaker slachtoffer zijn van dwingende controle door hun partner of ex-partner dan mannen: 25% tegenover 10%3. Het geweld tegen vrouwen is ook frequenter en ernstiger. Het patroon van dwingende controle bij vrouwen komt meer overeen met intieme terreur, namelijk controlerende gedragingen gepaard gaande met vaak ernstig en frequent geweld, waaronder seksueel geweld. Bovendien hebben vrouwen een lager welzijn, zoals meer traumaklachten, depressie en een laag zelfbeeld, vergeleken met vrouwen die niet onder het patroon van dwingende controle vallen. Mannen ervaren controlerende gedragingen, maar nauwelijks geweld. En zij ervaren geen lager welzijn dan de mannen die niet onder dwingende controle vallen.
- Hendriks, A., & Vledder, I. (2025). Met liefde heeft het niets te maken. Over het herkennen en stoppen van intieme terreur. Amsterdam: Cargo.
- Centraal Bureau voor de Statistiek. (2024). Prevalentiemonitor Huiselijk Geweld en Seksueel Grensoverschrijdend gedrag 2024. Geraadpleegd van https://www.cbs.nl/nl-nl/longread/rapportages/2024/prevalentiemonitor-huiselijk-geweld-en-seksueel-grensoverschrijdend-gedrag-2024?onepage=true#c-Samenvatting
- Steketee e.a. (2023), Huiselijk geweld: een complex en hardnekkig probleem. Utrecht: Verwey-Jonker Instituut
Impact op slachtoffers waaronder kinderen
Het effect van continue angst
Geweld in afhankelijkheidsrelaties veroorzaakt angst en ontreddering, activeert overlevingsmechanismen, verstoort ontwikkelingsopgaven en zet een kettingreactie van problemen in gang1. Bij een patroon van dwang en controle worden het continu leven in angst en de onvoorspelbaarheid van het geweld als het meest zwaar ervaren. Ook al zijn er periodes dat het wat rustiger is, de onvoorspelbaarheid geeft voortdurend hoge stress en chronische angst. Het slachtoffer kan moeilijk inschatten hoe ze zich moet gedragen, wanneer het ‘goed’ is. De pleger reageert steeds weer anders of heviger op het gedrag van het slachtoffer2.
Verlies van regie en autonomie
De continu vernederende opmerkingen zorgen bij slachtoffers voor een laag zelfvertrouwen, de weerbaarheid c.q. het vermogen tot verzet wordt aangetast. Ze verliezen hun contacten. Autonomie en identiteit worden aangetast. Slachtoffers maken zichzelf verwijten, kunnen de realiteit vervormen en gaan steeds meer geloven in de woorden van de pleger, denk aan ‘gaslighting’3. Er ontstaan mentale en fysieke gezondheidsproblemen met effect op bijvoorbeeld opleiding of werk. Slachtoffers zijn bang hun kinderen te verliezen en hebben angst voor ernstig en fataal geweld. Intieme terreur heeft impact op de opvoeding van de kinderen, op de opvoedvaardigheden en kan leiden tot opvoedproblemen. Psychologische overlevingsmechanismen als traumatische binding en cognitieve dissonantie kunnen in werking treden. Dit kan er voor de buitenwereld toe leiden dat het lijkt alsof “het zo erg dan niet zal zijn”. Het is voor professionals van belang te beseffen dat onderliggend trauma, stress gerelateerde problemen, angst voor wraak en overlevingsmechanismen een rol spelen bij de keuzes die slachtoffers maken.
Het grote effect op kinderen
Kinderen zijn getuige van controle en geweld en voelen continu spanning en stress. Ze bemerken verschil bij moeder met en zonder vader. In het eerste geval is de moeder liefdevol, krachtig en aandachtig. En als vader er is onderdanig. Vaders palmen hun kind soms in of zetten het kind onder druk om voor hem te kiezen. Daardoor kan het voor kinderen voelen alsof ze zowel hun vader als hun moeder verliezen. Kinderen leven geïsoleerd, zitten op hun kamer en vriendjes en familie zijn niet welkom thuis. De kinderen kunnen zelf slachtoffer worden van bedreigingen, vernederingen, controle en mishandeling. Hun ontwikkeling kan stagneren. Ze ontwikkelen psychische klachten, zoals angst of depressie; fysieke klachten, zoals buikpijn en bedplassen; hechtingsproblematiek; of gedragsproblematiek, zoals moeite met emotieregulatie of ADHD. Een kind kan hulp nodig hebben waarbij vader dat blokkeert.
- Van Dijke, A., & Terpstra, L. (2026) Basiszorgprogramma op het snijvlak van zorg en veiligheid. Hulp bij geweld in afhankelijkheidsrelaties.
- Werkbezoek en materiaal Sterk Huis. (2025)
- Le Compte, T.M & Groenen, A. (2020). Als liefde overleven wordt. De vele gezichten van partnergeweld. Pelckmans Pro.
Kenmerken pleger
Risicofactoren die een rol spelen bij plegers van intieme terreur zijn persoonlijkheidsproblematiek, bezitsdrang en controledrift, middelengebruik en patriarchale opvattingen1. Slechts bij een klein percentage plegers van intieme terreur is sprake van persoonlijkheidsproblematiek2. Vanuit een sociologische blik hangt dit geweld tegen vrouwen samen met machtsverschillen tussen mannen en vrouwen en met nog steeds actuele rolverwachtingen over mannelijkheid en vrouwelijkheid, die dwang en controle over vrouwen normaliseren. Een deel van de mannen vindt zeggenschap over de ander en eigen behoeften centraal stellen normaal en vindt dat mannen het recht hebben dit af te dwingen3. Stressfactoren, zoals werkloosheid of financiële stress, kunnen de dwingende controle verder versterken.
- Lünnemann, K. D., M. Compagner, M. Steketee, R. de Wildt (2023). Op zoek naar beschermingsarrangementen bij huiselijk geweld. Utrecht: Verwey-Jonker Instituut.
- Hendriks, A., & Vledder, I. (2025). Met liefde heeft het niets te maken. Over het herkennen en stoppen van intieme terreur. Amsterdam: Cargo.
- Lünnemann, K. D., Hermens, N., & Roeleveld, W. (2012). Mannen over partnergeweld en vaderschap: Een exploratief onderzoek. Verwey-Jonker Instituut.
Vertaling naar handelen professionals
In essentie
Bij intieme terreur zijn we als professionals gericht op het beschermen en helpen van het slachtoffer en de kinderen en daarnaast op het begrenzen en helpen van de pleger. Het gedrag van de pleger c.q. de controlerende partner wordt genormeerd, dat van de beschermende ouder expliciet gewaardeerd en er wordt samenhangend bescherming en hulp geboden via altijd separate trajecten.
Wees je bewust van
Onderstaand beschrijven we eerst waar we ons bij het werken met intieme terreur van bewust moeten zijn en welke grondhouding dat vraagt naar zowel slachtoffers als pleger1.
Algemeen
- Leer kijken door de bril van dwang en controle. Realiseer je dat dwangmatige controle niet altijd duidelijk zichtbaar is. Wees je bewust van het gedrag wat slachtoffer en pleger laten zien2.
- Houd er rekening mee dat vrouwen, mannen en kinderen niet snel of makkelijk tot openheid van zaken komen; ze zijn bang of boos en gekrenkt en het vertrouwen moet groeien.
Gender
- Vrouwen, mannen en kinderen kunnen slachtoffer zijn van intieme terreur. Weet dat gender een rol speelt bij dwang en controle: vrouwen zijn veel vaker slachtoffer.
- Intieme terreur is eenzijdig, maar kan gepaard gaan met verzet door het slachtoffer. Denk bij geweld door beide partners niet te snel: ‘Waar twee vechten hebben twee schuld’.
Gedrag van de pleger
- De verschijning van de pleger kan charmant, gevat en beminnelijk zijn. Hierdoor kan de samenwerking met de pleger in eerste instantie gemakkelijker verlopen dan die met het slachtoffer. Het kunnen fijne mensen zijn in de samenwerking; mits je in hun lijn meeloopt.
- Wanneer je niet (meer) in zijn lijn meeloopt kan de pleger zich in het nauw gedreven en zich gekrenkt voelen. Je kunt te maken krijgen met het verdraaien van de feiten, het in diskrediet brengen van de professional, het dreigen met klachten en het daadwerkelijk indienen ervan, met intimidatie en andere vormen van druk.
Benodigde grondhouding
- Investeer in het opbouwen van een goede werkrelatie c.q. relationele veiligheid: “We zijn er, je kunt op ons rekenen, we laten niet los.”
- Het opbouwen van een vertrouwde werkrelatie én het geven van psycho-educatie helpen om de stress iets naar beneden te halen, zodat de kans op objectieve informatie het grootst is.
- Wees je bewust van overdacht- en tegenoverdracht.
- In gesprek met het slachtoffer: doorvragen, feiten benoemen, oog hebben voor de enorme angsten. Vraag naar het effect van het gedrag van de pleger op haar rol en functioneren als moeder. Vraag en waardeer wat ze doet om de kinderen te beschermen.
- In gesprek met pleger: wees outreachend, maak actief contact. Vraag naar de invulling van de rol als partner en ouder. Hoor zijn perspectief, verdiep je in zijn beweegredenen en beleving, ‘zoom in’ op denkpatronen, heb oog voor zijn existentiële angsten, reageer empathisch op het uiten van gevoelens en maak onderscheid tussen gedrag en persoon. Laat hem zien wat het effect van zijn gewelddadig- en controlerend gedrag op zijn partner, kinderen en de gezinsdynamiek is. Probeer te motiveren tot hulp.
- In gesprek met kind: praat niet alleen. Denk bijvoorbeeld aan het tekenen van de drie huizen, het samen doen van een spel of wandelen met de hond. Bied kinderen op hun leeftijd toegesneden steun en hulp, zorg voor een vertrouwenspersoon en deel niet zomaar informatie met ouders.
- Werkbezoek Filomena Rotterdam. (2025); Werkbezoek en materiaal Sterk Huis. (2025); Werkbezoek Fier. (2025).
- Blijf Groep. (2025). Tool Intieme terreur.
Onderzoek en analyse
Betrek aanvullende expertise
Intieme terreur is altijd complex en vergt vanaf de eerste signalen samenwerking met de betreffende deskundigen. Denk aan de vrouwenopvang en Fier, of aan het zorg- en veiligheidshuis en Filomena, waar ook samenwerking tussen zorg en straf is georganiseerd. Betrek dus andere professionals, maar ook niet meer dan nodig.
Systeemgericht werken vanuit individuele trajecten
Zoals gezegd spreken we bij signalen van intieme terreur slachtoffer(s) en pleger altijd apart van elkaar. Betrek bij ieder een eigen professional, zodat er een zo compleet mogelijk beeld ontstaat, iedereen zich gehoord en gezien voelt, vrijuit kan spreken zonder angst en zonder conflicten over meerzijdige partijdigheid.
Durf door te vragen naar de gedragingen en naar feiten, waaronder ook de seksuele relatie en de conflicten. Doorvragen op de feiten is een must. Ga juist op zoek naar tegengestelde verhalen om deze verder te onderzoeken. Trek niet meteen conclusies, maar formuleer hypotheses en ga op zoek naar feiten om deze te onderbouwen of te ontkrachten.
Drie specifieke acties
Bij het onderzoeken van intieme terreur maak je altijd een tijdslijn, stel je de relatiestatus vast en kijk je ook vanuit juridisch perspectief1.
De tijdslijn bestaat uit feiten, aangevuld met ervaringen en bewijsstukken. Heb daarbij aandacht voor de acht fasen en de rode vlaggen die kunnen leiden tot partnerdoding2. Ten aanzien van de relatie probeer je zicht te krijgen op de mate van vrijheid die het slachtoffer voelt om de relatie te beëindigen. Vanuit juridisch perspectief adviseer je het slachtoffer over het opbouwen van een dossier en draag je zelf ook bij aan de dossieropbouw. Een dossier is belangrijk om tijdens de scheiding aannemelijk te maken dat er sprake is van intieme terreur en een dossier ondersteunt een eventuele aangifte of rechtszaak.
Aanvullende vragen
Naast de vragen die je sowieso stelt vanuit GSV vraag je bij een vermoeden van intieme terreur door op een patroon van dwingende controle. Verdiepende vragen zijn bijvoorbeeld:
- Wat zijn de regels van de relatie?
- Waar gaan de conflicten over?
- Wat zou er gebeuren als je je telefoon niet opneemt, niet op tijd thuis bent, een jurk draagt, enzovoort?
Stel (jezelf) bij het bepalen van het bovenliggende patroon uiteindelijk 3 vragen:
- Is er sprake van een gedragspatroon van dwang en controle?
- Zorgt dit gedrag ervoor dat iemand zijn dagelijkse routines en activiteiten moet veranderen?
- Is het slachtoffer erg bang c.q. angstig?
Als deze vragen met ‘ja’ worden beantwoord, is er naar alle waarschijnlijkheid sprake van intieme terreur.
- Blijf Groep. (2025). Tool Intieme terreur.
- Factsheet Intieme Terreur. (2022).
Instrumenten
Aanvullend op de instrumenten die we benutten bij het onderzoeken van onveilig c.q. gewelddadig gedrag noemen we onderstaand de instrumenten die specifiek bruikbaar zijn bij signalen van dwingende controle.
- Signalenlijst uit de factsheet intieme terreur.
- MASIC: gestructureerd interview om partnergeweld in kaart te brengen bij complexe scheiding. Helpt om onderscheid te zien tussen bv intieme terreur en situationeel geweld.
- RIIT: risico-inventarisatie voor Intieme terreur waarin voorbeelden van typische gedragingen staan.
- NICHD: gestructureerd interview voor kinderen wat suggestieve vragen vermijdt en zorgt voor zo feitelijk mogelijke informatie.
- Safe & Together model: vragenlijsten die professionals helpen om effectiever en rechtvaardiger te handelen in situaties van huiselijk geweld.
Helpen en beschermen in de verschillende fasen
Samenhangende bescherming en hulp
Het principiële uitgangspunt dat mensen één geheel zijn en geen verzameling ‘losse’ problemen, vraagt logischerwijs om hulp die niet bestaat uit losse interventies, maar uit één samenhangend en geïntegreerd geheel1. Een beschermingsarrangement is een samenspel van beschermings- en zorginterventies die aansluiten bij het betreffende gezinsprofiel en achtereenvolgend gericht zijn op het stoppen van het geweld, het aanpakken van onderliggende factoren en het weer verder gaan met het leven. Interventies zijn gericht op: normeren (duidelijk stellen wat niet acceptabel is en gedrag begrenzen met maatregelen), beschermen (direct en duurzaam borgen van veiligheid) en hulp bieden (gericht op verandering bij alle betrokkenen en op herstel)2. Onderstaand wordt beschreven waaraan gedacht kan worden bij het profiel Intieme terreur. Een beschermingsarrangement is vervolgens altijd maatwerk, voortkomend uit de leefwereld van elk uniek gezin. De juridische interventies ontbreken nog in deze module. Daar wordt in 2026 in de breedte van alle profielen aan gewerkt door de ontwikkelgroep Helpen en beschermen.
Fase directe veiligheid
Beoogd resultaat
In de fase directe veiligheid zijn we gericht op het in het hier en nu stoppen van het geweld. Als er sprake is van acuut en ernstig fysiek gevaar schakelen we direct met de politie om het slachtoffer en de kinderen veilig te gaan stellen.
Zicht op triggers
We trachten in deze fase zicht te krijgen op enerzijds de triggers die leiden tot agressie én anderzijds de beschermende factoren. Denk bij de triggers van plegers van intieme terreur aan ervaren vernedering, onrecht, verlating, eenzaamheid, wanhoop, middelengebruik en wapenbezit. En daarnaast aan direct stress verhogende problemen zoals schulden, woonproblematiek en opvoedstress. Zet in op het verminderen van de invloed van de triggers en word zelf geen trigger. Zet beschermende factoren in, zoals een steunend en positief sociaal netwerk en werk3. Bij de controlerende partner kunnen door een verbod op contact of het vertrek van de vrouw en kinderen sterke emoties ontstaan, wat resulteert in een hoog risico op geweld4.
Werkrelatie met de pleger
Voor de professional is het van belang te overwegen het gesprek met de controlerende partner samen met een collega te voeren, aanwezig te zijn, te luisteren naar zijn perspectief, compassie te tonen voor zijn emoties en niet voor zijn gedrag. We proberen te ontdekken welke vader en partner hij zou willen zijn en een bondgenoot te worden. We beogen te helpen impulsieve acties te voorkomen c.q. de bewustwording van de gevolgen te vergroten. Houd rekening met de do’s en don’ts voor de pleger met (verschillende soorten) persoonlijkheidsproblematiek. De complexe pleger problematiek vraagt om hulp van de gespecialiseerde GGZ of forensische psychiatrie. Het motiveren van plegers van intieme terreur vereist specifieke competenties5.
Helpen van het slachtoffer
Slachtoffers geven aan baat te hebben bij professionals die vragen stellen, hen helpen stil te staan bij hun situatie en hen een spiegel voorhouden. Die hen helpen reflecteren, het kinderperspectief te zien en een besluit te nemen. Het geven van psycho-educatie is belangrijk: over intieme terreur, de bijbehorende patronen en gedragingen, en de effecten ervan, zoals het willen weggaan uit de relatie maar ook het willen blijven. Ook het lezen van onlineverhalen van anderen, boeken en het gebruik van anonieme chatfuncties bij gespecialiseerde instellingen zoals Fier kan slachtoffers helpen de stap naar bescherming en ondersteuning te zetten6. Bewustwording en inzicht in gevoel, gedrag en patronen helpen slachtoffers een reële inschatting te maken van de kwaliteit van de relatie, de ernst van wat er speelt en nog kan gebeuren, en om de verschillende mogelijkheden te bespreken. Afhankelijk van de fase van ontwikkeling van het patroon kan het bieden van een veilige woonplek voor de vrouw en de eventuele kinderen via de vrouwenopvang of safe houses noodzakelijk en de enige optie zijn. Soms is thuisblijven met een AWARE een optie7.
Steunen van de kinderen
Er is aandacht voor het vergroten van de veerkracht bij kinderen door zowel de persoonlijke krachten van het kind te versterken, als door de kwaliteit van de (ouder)relaties en de sociale omgeving te verbeteren. Het is altijd belangrijk dat er voor de kinderen een vertrouwenspersoon is die luistert en ondersteuning biedt. Kinderen kunnen dusdanig ernstige klachten hebben dat behandeling nodig is. Het is belangrijk dat professionals beseffen dat kinderen, naast getuige, ook direct slachtoffer kunnen zijn en vaak coping strategieën toepassen die helpen bij dreigend gevaar, maar op de lange termijn destructief zijn voor hun ontwikkeling8. Voor zowel plegers, slachtoffers als kinderen kunnen lotgenotengroepen binnen iedere fase ondersteunend zijn.
Betrekken van het netwerk
In de situatie dat een slachtoffer niet uit de relatie wil stappen, zetten professionals in op het doorbreken van het isolement. Onder meer familie, vrienden, buren, docenten en lokale team professionals kunnen daar een belangrijke rol in spelen. Dit contact kan een zaadje planten bij het slachtoffer om uiteindelijk de stap naar buiten te zetten en voor zichzelf en de kinderen op te komen9. Dwingende controle kan ook via anderen (buren, familie, vrienden) worden uitgeoefend. Denk aan zwart maken, kleineren, problematiseren en de slachtofferrol aannemen. Het informele netwerk kan dus ook worden gemanipuleerd en is zich daar niet altijd bewust van. Betrek het netwerk en geef ook hen psycho-educatie.
Inzet van het recht
Naast hulp, al dan niet in de vorm van opvang, biedt het recht mogelijkheden voor het helpen stoppen van het geweld. Help het slachtoffer daar juridische ondersteuning bij te krijgen, bijvoorbeeld door samen naar de politie te gaan en een goede advocaat te zoeken. In 2026 beschrijven we de mogelijkheden die het strafrecht, bestuursrecht en familierecht bieden
Fase stabiele veiligheid
De fase van directe veiligheid is afgerond als het slachtoffer met haar eventuele kinderen in haar eigen woonomgeving geen onveilig gedrag meer meemaakt, als de belangrijke veiligheidsafspraken daartoe in het veiligheidsplan vermeld staan en deze voor ook de toekomst geborgd zijn.
Beoogd resultaat
In de fase stabiele veiligheid ligt de nadruk op helpen de onderliggende problemen van het geweld aan te pakken, om zo kans op terugval sterk te verminderen. Denk hierbij aan risicofactoren als middelengebruik, psychiatrische- en verstandelijke problematiek, onderliggende traumatische ervaringen, recente verlieservaringen en gebrek aan een steunend netwerk. Als een pleger openstaat voor hulp, zet dan vaart achter het organiseren daarvan.
Afzonderlijke hulptrajecten
Relatiehulp is niet passend in de situatie van intieme terreur. Er is vaak sprake van een geschiedenis van ernstig geweld, wapengebruik, een antisociale persoonlijkheidsstoornis of onbehandelde ernstige mentale ziekte van de pleger en angst bij het slachtoffer. Dat zijn contra-indicaties voor gezamenlijke relatiehulp. Ook gezien het reële gevaar voor een slachtoffer, mag deze zich nooit gedwongen voelen tot gezamenlijke behandeling10.
Omgang tussen kind en pleger
Al eerder in de fase van directe veiligheid en opnieuw in deze fase van stabiele veiligheid, is het belangrijk om ook met de kinderen te bespreken of en hoe zij (al dan niet op afstand) veilig contact met de pleger willen houden (bijvoorbeeld om een kaartje te sturen). Daarbij is het nodig om met het slachtoffer te bespreken of zij dit als veilig inschat en wat zij nodig heeft om dit te kunnen verdragen. Parallel is het belangrijk om, zeker in deze fase, met de pleger te bespreken hoe hij op afstand een goede vader kan zijn en goed contact kan houden met de kinderen. Of welke veiligheidsafspraken belangrijk zijn voor een veilige en door de kinderen gewenste omgang met de pleger. Contact en omgang tussen kind en pleger zijn bij een profiel van Intieme terreur niet vanzelfsprekend. Zie ook het profiel Complexe scheiding.
Aanwezig blijven
Het helpen in een situatie van intieme terreur vraagt een lange adem. Uit bij het afhaken van een slachtoffer je bezorgdheid en vraag of je contact mag houden. Bij het (dreigend) afhaken van de pleger moet de vraag worden gesteld wat de kans op herhaling is in deze of een andere relatie en dit zal samen met de betrokken netwerkpartners moeten worden afgewogen. Het is dan belangrijk om de inzet van juridische maatregelen ook in deze fase te (her)overwegen.
Fase persoonlijke groei
De fase van stabiele veiligheid kan afgerond worden zodra er al een half jaar geen onveilige incidenten meer hebben plaatsgevonden en de belangrijkste onderliggende problemen c.q. risicofactoren geen negatief effect meer hebben op de veiligheid in de relaties.
Beoogd resultaat
In de fase van persoonlijke groei en verder met je leven, maken we wederom individuele aanvullingen op het plan. Het actueel gehouden veiligheidsplan voor directe veiligheid loopt daarbij nog steeds door.
Individuele plannen
Met de pleger wordt een plan opgesteld voor verder veilig ouderlijk functioneren, welzijn, stabiliteit, mentale gezondheid en het vergroten van maatschappelijke participatie. Traumabehandeling kan van belang zijn. Overweeg daarnaast interventies gericht op het verminderen van schaamte, het herstellen van het gevoel van eigenwaarde, het versterken van het vermogen om met stress om te gaan, het verdragen van psychische pijn en tenslotte het vergroten van het mentaliserend vermogen, indien wordt ingeschat dat dit haalbaar is.
Voor het slachtoffer heeft het leven en haar ontwikkeling meestal lang stilgestaan. Dit wordt opnieuw duidelijk als je samen op een rij zet welke effecten deze onveilige periode op haar leven had. Samen stel je prioriteiten waaraan te gaan werken. De realiteit is dat herstel het hele leven door zal gaan, zoals ontwikkeling ook bij ieder mens het hele leven voortduurt.
De impact van de onveilige periode voor de kinderen kan het best beoordeeld worden door stil te staan bij op welke leeftijd het voor hen begon, met welk gedrag de kinderen erop gereageerd hebben, welke overlevingsmechanismen zij ontwikkeld hebben en welke veerkracht we bij hen zien. Van daaruit en samen met de ouder en de leerkrachten brengen we in beeld op welke gebieden de kinderen extra aandacht voor hun ontwikkeling en welbevinden nodig hebben. Kinderen die op jonge leeftijd veel toxische stress hebben opgelopen, hebben behoefte aan regelmatige vinger-aan-de-polscontacten. Dit contact is bedoeld voor de verzorgende ouder zodra deze vragen krijgt tijdens hun ontwikkeling gedurende de verdere basisschool en/ of middelbare schooltijd. Bij deze kinderen is er een aanzienlijk risico op aanpassings- en gedragsproblemen.
- Van Dijke, A., & Terpstra, L. (2026) Basiszorgprogramma op het snijvlak van zorg en veiligheid. Hulp bij geweld in afhankelijkheidsrelaties.
- Lünnemann, K. D. (2026). Als dwang noodzakelijk is om onveiligheid te doorbreken. Systeemgerichte juridische interventies bij geweld in gezinnen en intieme relaties. Utrecht: Verwey-Jonker Instituut.
- Dam, A., van.& Rijckmans, M.J.N. (2020). Antisociaal gedrag bij psychische stoornissen: diagnostiek, betekenis en risico. In M.J.N. Rijckmans, A van Dam & l.M.C. van den Bosch. (red). Praktijkboek antisociaal gedrag en persoonlijkheidsproblematiek (pp 13-34). Houten: Bohn Stafleu van Loghum.
- Dam, A., van.& Rijckmans, M.J.N. (2020). Antisociaal gedrag bij psychische stoornissen: diagnostiek, betekenis en risico. In M.J.N. Rijckmans, A van Dam & l.M.C. van den Bosch. (red). Praktijkboek antisociaal gedrag en persoonlijkheidsproblematiek (pp 13-34). Houten: Bohn Stafleu van Loghum.
- Lünnemann, K.D & Lünnemann, M.K.M. (2022). Integrale behandeling van gezinsleden bij huiselijk geweld. Utrecht: Verwey-Jonker Instituut
- Hendriks, A., & Vledder, I. (2025). Met liefde heeft het niets te maken. Over het herkennen en stoppen van intieme terreur. Amsterdam: Cargo.
- Lünnemann K.D. & M.K.M Lünnemann (2024). Als contact niet vanzelfsprekend is na scheiding. Utrecht: Verwey-Jonker Instituut
- Callaghan, J. E., Alexander, J. H., Sixsmith, J., & Fellin, L. C. (2018). Beyond “witnessing”: Children’s experiences of coercive control in domestic violence and abuse. Journal of interpersonal violence, 33(10), 1551-1581.
- Le Compte, T.M & Groenen, A. (2020). Als liefde overleven wordt. De vele gezichten van partnergeweld. Pelckmans Pro.
- McCollum, E. E., & Stith, S. M. (2008). Couples treatment for interpersonal violence: A review of outcome research literature and current clinical practices. Violence and Victims, 23(2), 187-201.
Samenwerken
Een hulptraject kan op veel verschillende manieren starten. Er ligt zeker niet altijd een expliciete hulpvraag aan ten grondslag om huiselijk geweld te stoppen. Onafhankelijk van waar een vraag of melding van derden binnenkomt, beschouwen we de lokale teamprofessional in beginsel als de meest aangewezen persoon om een traject van onderzoeken, beschermen en helpen te starten en uit te voeren.
Het is een duobaan
Bij signalen van intieme terreur betrekt de lokale team professional direct de aanvullende expertise, aanwezig bij onder meer de vrouwenopvang en bij regio-overstijgende instanties als Filomena, Fier en Sterk Huis. Zonder die aanvullende expertise onderzoek en ondersteun je als lokale team professional in beginsel niet1. Het risico op verergering in plaats van verbetering van de situatie achten we daarvoor te groot.
De waarde van verschillende perspectieven
Bij gezinnen en intieme relaties waar meerdere problemen spelen, zijn vaak veel professionals betrokken. Denk naast huisarts en leerkracht ook aan politie en andere hulpverleners. Alle professionals hebben hun eigen referentiekader en kijken dus met een andere blik naar de situatie. Die verschillende perspectieven zijn waardevol. Om ze goed te benutten spreken we primair in termen van feiten en gebeurtenissen, benadrukken we het gemeenschappelijke doel van directe en blijvende veiligheid, benoemen we wat we kunnen doen vanuit onze eigen rol en wat we nodig hebben van anderen en maken we afspraken over wie wat oppakt en hoe we elkaar daarover informeren2.
Goede afstemming binnen de zorg- en de veiligheidsketen is vanaf de start belangrijk; welke impact hebben de verschillende interventies op slachtoffer, kind en pleger? Ditzelfde geldt voor de aanwezigheid van een deskundige casusregisseur die leidt, coördineert en structureert vanuit overzicht op alle verschillende perspectieven3.
- Werksessie met lokale team professionals. (2025).
- Blijf Groep. (2025). Tool Intieme terreur.
- Werkbezoek Filomena Rotterdam. (2025); Werkbezoek en materiaal Sterk Huis. (2025).
Intro
Vermijd het frame van scheidingsconflict
Bij complexe scheidingen komt het regelmatig voor dat de ene ouder de ander verdenkt of beschuldigt van verwaarlozing, mishandeling of anderszins schadelijk gedrag richting de kinderen. Vanuit het veiligheidsdenken willen we dat de veiligheid van het kind bij elk van de ouders op ieder moment gegarandeerd is. Het is moeilijk om te bepalen hoe te handelen doordat ook het verlies van contact tussen een kind en een ouder wordt gezien als een potentiële bedreiging van de ontwikkeling van een kind én ouders van onder meer professionals ook nog eens de boodschap krijgen dat ze zich niet negatief over elkaar uit dienen te laten1.
Als er bij een complexe scheiding signalen zijn van huiselijk geweld, is het van belang dat we niet als vanzelf in het frame van ‘scheidingsconflict’ stappen en de signalen zien als ‘zwart maken’ of anderszins strategisch gedrag. Maar we de zorgen die de ene ouder uit over de andere ouder serieus nemen en we het gemelde of vertelde geweld ’gewoon’ gaan onderzoeken.
Het overheersende geweldspatroon
Gelijk aan de profielen Langdurige zorg en Kindgedrag en opvoedstress richten we ons bij het onderzoeken en analyseren vanaf de start op het onderkennen van een geweldspatroon van geweld door stress dan wel geweld uit dwingende controle. Het overheersende patroon geeft richting aan ons handelen2. Bij complexe scheidingen lijkt er relatief vaak sprake van het onderliggende patroon van dwingende controle.
Veilig ouderschap bij beide ouders
Bij een complexe scheiding zijn we, net als bij alle andere profielen, gericht op het realiseren van directe en vervolgens stabiele veiligheid voor alle gezinsleden. Met als belangrijk onderdeel daarvan veilig ouderschap bij beide ouders3, zodat de rust kan wederkeren in de twee afzonderlijke huishoudens. We kijken vanuit het perspectief van veiligheid van de kinderen én van de ouder die (ook) slachtoffer is naar de mogelijkheid van contact of omgang met de ouder met het onveilige of gewelddadige gedrag. Het positieve effect van contact met twee ouders weegt niet altijd op tegen de negatieve impact van het geweld.
De positie van de juridische conflicten
De heftige scheidingsconflicten die deze gezinnen typeren, zijn vooral relevant in de context van de veiligheid van het slachtoffer c.q. de slachtoffers en van het kind bij beide ouders. Het oplossen ervan is in beginsel aan de ouders en voor de professional geen op zichzelf staand doel. Dat ex-partners onenigheid hebben over bijvoorbeeld de alimentatie hoeft op zichzelf dus geen prioriteit te hebben. Dat wordt het wel als ouders elkaar hierover terugkerend te lijf gaan, al dan niet bij het wekelijkse overdrachtsmoment waar ook de kinderen bij zijn. Of als een pleger van intieme terreur het slachtoffer op iedere mogelijke manier probeert te ondermijnen, waaronder het aanvechten of niet betalen van de alimentatieregeling. In die situaties is de alimentatie een bron van onveiligheid.
- Van Montfoort, A., Ravenstein, D. van, & Groot, M. (2024). Bescherming in beweging. Proeftuin Utrecht-West.
- Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming. Doorbreek de patronen: Handelingskader. (2025).
- Werkbezoek Proeftuin Hart van Brabant. (2025).
Achtergrond
Scheidingen gaan veelal gepaard met verdriet, boosheid en stress. Dat is een normale reactie op een bijzondere situatie. Onder een complexe scheiding verstaan we dat ouders door ernstige en aanhoudende conflicten het wederzijdse belang én het belang en welzijn van hun kinderen uit het oog verliezen[i]. In dit profiel richten we ons (enkel) op de combinatie van een complexe scheiding met huiselijk geweld c.q. onveiligheid.
Het belang van contact
Het Rijk, gemeenten en praktijkorganisaties hebben veel aandacht voor complexe scheidingen. De impact op volwassenen en kinderen is groot en de problematiek vraagt heel veel tijd van professionals. Van lokale teams tot rechters en alle professionals daartussen. De afgelopen jaren stonden het belang van het kind en – denkend vanuit dit belang – gezamenlijk gezag en gedeeld ouderschap voorop. Daar past het adagium bij dat waar er twee vechten, er ook twee schuld hebben. De oplossing wordt dan gezocht in het uniform hulpaanbod en mediation, waarbij ouders zich gezamenlijk richten op de toekomst.
Versus het belang van veiligheid
Inmiddels beginnen we scherper te zien dat dit denken en handelen niet goed past bij een situatie van geweld. En zeker niet bij een overheersend patroon van controle en dwang. Dan doet de inzet op een gezamenlijk en op een toekomstgericht traject geen recht aan de directe veiligheid van de kinderen c.q. vormt dit een gevaar voor meer controle en geweld van de pleger richting de ex-partner[ii]. De periode rondom en na het beëindigen van een relatie is voor vrouwen in de situatie van Intieme terreur de gevaarlijkste periode van hun leven.
Parallel solo ouderschap
Wanneer sprake is van huiselijk geweld voorafgaand aan, tijdens of na de scheiding, voeren we individuele gesprekken. Ieder heeft dan een eigen plan, waarbij die plannen op elkaar zijn afgestemd. Als er voldoende veiligheid is voor omgang, zetten we in beginsel in op parallel solo ouderschap, helpend aan het belang van loslaten en onthechten en ook tijd creërend voor nader onderzoek en hulp bij de onderliggende oorzaken.
- Lünnemann, K. D., M. Compagner, M. Steketee, R. de Wildt (2023). Op zoek naar beschermingsarrangementen bij huiselijk geweld. Utrecht: Verwey-Jonker Instituut.
- Avontuur, I. (2022). Het negeren van huiselijk geweld is een systeemfout bij de aanpak van ‘complexe’ scheidingen. Nederlands juristenblad, 38, p. 3128-3135
Kenmerken profiel
Bij een complexe scheiding gaat het met name om psychisch geweld, waarbij de ene ouder de andere ouder benadeelt of beide ouders elkaar benadelen. Er hoeft geen sprake te zijn van fysieke agressie of dwingende controle1. Het bijzondere van dit profiel zit hem in de heftige juridische conflicten (denk aan financiële conflicten), strijd rondom het gezag of de woonplaats van het kind, of over het wel of niet bieden van professionele hulp aan het kind2.
Juridische conflicten bij de twee geweldspatronen
Bij een overheersend patroon van geweld door stress beschouwen we de juridische conflicten als voortkomend uit de al langer bestaande en door de scheiding eventueel verergerde onderliggende problemen. Financiële problematiek van voor de scheiding zet zich voort in de vorm van onenigheid over de alimentatie. Een alcoholverslaving vertaalt zich in wantrouwen over ouderschap en dus strijd over het gezag.
In het geval van een patroon van dwang en controle zien we de conflicten als een bewust ingezette vorm van geweld. Juridische conflicten worden hier terugkerend geïnitieerd en volgehouden om de ex-partner te ondermijnen. De bedoeling of wens van de pleger is hier helemaal niet om de conflicten op te lossen.
Voor geweld door stress en ook voor dwingende controle geldt dat we, naar zowel het huiselijk geweld als de scheidingsconflicten, kijken als problemen die prioriteit kunnen hebben in de verschillende fasen van gefaseerd samenwerken voor veiligheid. Waarbij we ons wat betreft die scheidingsconflicten richten op de onveiligheid die ze meebrengen en op hetgeen een individueel gezinslid zelf kan bepalen en helpt. Het gaat dus niet over het gedrag van ‘de ander’.
De belangrijkste risicofactoren
Een veelvoorkomende risicofactor voor een complexe scheiding is onderliggende problematiek van volwassenen c.q. ouders. Waaronder jeugdtrauma’s die geactualiseerd worden, persoonlijkheidsstoornissen en alcohol- of drugsverslaving. Deze problematiek kan tijdens de periode van scheiden tot (meer) conflicten leiden. Het vormt triggers voor boosheid en stress3 en kan voor de ene partner reden zijn de ouderschapsvaardigheden van de ander te wantrouwen. Geweld waar volwassenproblematiek aan ten grondslag ligt, kan situationeel van aard zijn.
Een onderliggend patroon van controle en dwang vormt de belangrijkste risicofactor voor een complexe scheiding. Vrouwen die voor de scheiding slachtoffer waren van dwingende controle door hun partner, hebben een verhoogd risico slachtoffer te blijven van controlerend, schadelijk en soms levensbedreigend gedrag. De scheiding wordt gevoeld als een bedreiging voor de controle van de man over zijn partner en kinderen. Juist omdat de ex-man na de scheiding minder fysieke toegang tot de ex-vrouw heeft, neemt de psychische mishandeling toe, vindt stalking plaats en worden juridische procedures ingezet. De pleger reageert zijn woede en wanhoop af en probeert controle te houden door bijvoorbeeld rechtelijke bevelen niet op te volgen, te dreigen omgangsmomenten af te nemen, éénzijdige beslissingen te nemen over de kinderen, te laat of geen alimentatie te betalen, kinderen te betrekken in wat er speelt tussen de ouders, te stalken en bedreigen, valse aangiften te doen en ellenlange juridische trajecten te initiëren. Op deze manier maakt de man het de vrouw bijzonder moeilijk om het ouderschap in co-ouderschap uit te voeren4. Dwingend controlerende plegers zijn minder goed in staat om hun rol als partner te onderscheiden van hun rol als ouder en hebben een grotere kans om geweld te gebruiken richting ook hun kinderen na de scheiding5.
- Lünnemann, K. D., M. Compagner, M. Steketee, R. de Wildt (2023). Op zoek naar beschermingsarrangementen bij huiselijk geweld. Utrecht: Verwey-Jonker Instituut.
- Avontuur, I. (2022). Het negeren van huiselijk geweld is een systeemfout bij de aanpak van ‘complexe’ scheidingen. Nederlands juristenblad, 38, p. 3128-3135
- Ruiter, C. en Pol, B. (2017). Mythen over conflictscheidingen: Een onderzoek naar de kennis van juridische en sociale professionals’, Family & Law.
- Lünnemann, K. D., M. Compagner, M. Steketee, R. de Wildt (2023). Op zoek naar beschermingsarrangementen bij huiselijk geweld. Utrecht: Verwey-Jonker Instituut.
- Werkbezoek Filomena Rotterdam. (2025).
Omvang problematiek
Huiselijk geweld is voor ongeveer één op de vijf vrouwen reden om te gaan scheiden. Voor mannen is geweld nauwelijks reden om te scheiden1. Ongeveer één op de vijf scheidingen waar kinderen bij zijn betrokken, mondt uit in een conflictscheiding2.
Bij complexe scheidingen is de kans groot dat huiselijk geweld voorafgaand aan de scheiding en/of ook daarna heeft gespeeld. Geschat wordt dat dit in ongeveer de helft van de zaken het geval is3. Onderzoek in Australië naar scheidingen waar strijd werd gevoerd om het gezag, laat zien dat hier in 41% van de zaken sprake was van intieme terreur4. De afgelopen decennia is er steeds meer aandacht gekomen voor complexe scheidingen5.
In 2020 rapporteerden de jeugdbeschermers van de gecertificeerde instellingen dat zij in 70 tot 80% van alle ondertoezichtstellingen te maken hadden met scheidingsproblematiek6. Rond de 15 tot 20% van de kinderen heeft geen contact met de niet-verzorgende ouder7.
Aan een groot deel van de complexe scheidingen ligt dus huiselijk geweld ten grondslag. Een relatief groot deel van dat geweld heeft een onderliggend patroon van dwang en controle en omgang tussen ouder en kind is daarmee een veelvoorkomend en ingewikkeld vraagstuk.
- Graaf, A. de (2005). Scheiden: motieven, verhuisgedrag en aard van de contacten. Bevolkingstrends: kwartaalblad over de demografie van Nederland, 53,(4), 39-46.; Wobma, E., & De Graaf, A. (2009). Scheiden en weer samenwonen. Bevolkingstrends, 4e kwartaal 2009, 14-21.
- Ruiter, C. en Pol, B. (2017). Mythen over conflictscheidingen: Een onderzoek naar de kennis van juridische en sociale professionals’, Family & Law.
- Deze inschatting is gebaseerd op buitenlands onderzoek. Avontuur. (2022). Het negeren van huiselijk geweld is een systeemfout bij de aanpak van ‘complexe’ scheidingen.
- Ruiter, C. en Pol, B. (2017). Mythen over conflictscheidingen: Een onderzoek naar de kennis van juridische en sociale professionals’, Family & Law.
- Ministerie van Justitie en Veiligheid. (2022). Eindrapportage programma Scheiden zonder Schade. Geraadpleegd via https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2022/03/22/tk-bijlage-2-scheiden-eindrapport
- Batterink, C., et al. (2020). Kostenanalyse van complexe scheidingen.
- Valk, I. E. van der, Berg, G. van den, Veldt, M. C. van der & Anthonijsz, I. (2020). Revisie Richtlijn Scheiding en problemen van jeugdigen voor jeugdhulp en jeugdbescherming.
Impact op slachtoffer waaronder kinderen
Geweld in afhankelijkheidsrelaties veroorzaakt angst en stress, activeert overlevingsmechanismen, verstoort ontwikkelingsopgaven en zet een kettingreactie van problemen in gang1. Vrouwen die uit een dwingend controlerende relatie komen zijn extra kwetsbaar. Zij hebben significant meer last van conflicten en intimidatie door de ex-partner vergeleken met een onderliggend patroon van situationeel geweld. Naast c.q. als onderdeel van het psychische geweld heeft een complexe scheiding ook een grote praktische impact in de zin van wonen, inkomen en zorg voor de kinderen.
Kinderen lijden onder de conflicten tussen hun ouders. Kinderen kunnen het gevoel hebben een kant te moeten kiezen, wat kan leiden tot parentificatie en ouderverstoting. Er kan een splitsing tussen de kinderen ontstaan, waardoor ‘elke ouder een kind heeft’, en kinderen moeten mogelijk hun broer of zus missen. De voortdurende conflicten kunnen chronische stress opleveren bij het kind met diverse negatieve gevolgen. Het ontwikkelen van veilige gehechtheid tussen ouder en kind is in het geding. Onveilige gehechtheid kan leiden tot verminderd zelfvertrouwen, een negatief zelfbeeld, verminderde veerkracht, problemen met zelfregulatie onder stressvolle omstandigheden, bijdragen aan probleemgedrag naarmate kinderen ouder worden, of tot posttraumatische stressklachten2.
De literatuur en experts vanuit de praktijk benadrukken dat professionals er niet vanuit mogen gaan dat het positieve effect van contact hebben met beide ouders opweegt tegen de negatieve impact van het geweld. Bovendien blijkt dat een gewelddadige vader meer moeite heeft met sensitief en responsief ouderschap, iets wat voor kinderen die te maken krijgen met geweld extra belangrijk is3.
- Van Dijke, A., & Terpstra, L. (2026) Basiszorgprogramma op het snijvlak van zorg en veiligheid. Hulp bij geweld in afhankelijkheidsrelaties.
- Lünnemann, K. D., M. Compagner, M. Steketee, R. de Wildt (2023). Op zoek naar beschermingsarrangementen bij huiselijk geweld. Utrecht: Verwey-Jonker Instituut.
- Lünnemann M.K.M, K.D. Lünnemann & M. Compagner (2024). Vadercontact in de opvang. Een onderzoek naar de rol en verantwoordelijkheid van de opvang gedurende de periode dat moeder en kinderen in de opvang verblijven wegens huiselijk geweld. Utrecht: Verwey-Jonker Instituut. Zie ook het afwegingskader met handleiding https://www.verwey-jonker.nl/publicatie/vadercontact-in-de-opvang/
Vertaling naar handelen professionals
Bij een onderliggend patroon van geweld door stress komt er na een scheiding doorgaans weer een nieuw evenwicht. De afstand die is gecreëerd met de scheiding draagt hier bij aan het stoppen van het geweld. In het geval van een patroon van controle en dwang blijft de onveiligheid na de scheiding voortduren en wordt deze soms erger. Onder meer in de vorm van stalking, met kans op levensbedreigend geweld. In beide situaties is de veiligheid in het hier en nu onze eerste prioriteit en richten we ons bij voldoende veiligheid voor omgang in beginsel op parallel solo ouderschap.
Onderzoek en analyse
In de module Onderzoeken en analyseren beschrijven we hoe we ons onderzoek vormgeven in de verschillende fasen van directe en duurzame veiligheid en persoonlijke groei. Onderstaand kleuren we die werkwijze nader in voor de situatie van een complexe scheiding.
Concreet onderzoeken
In complexe scheidingen komt het regelmatig voor dat ex-partners elkaar beschuldigen van partnergeweld of anderszins onveilig of gewelddadig gedrag richting de kinderen. Het frame van ‘scheidingsconflict’ mag dan niet als automatisme worden gebruikt. Ook in de dynamiek van een complexe scheiding zetten we enerzijds in op het concreet onderzoeken van onveilig gedrag: wie doet wat, tegen wie, in welke situatie en met welke impact, welk geweldspatroon staat op de voorgrond en wat zijn de onderliggende oorzaken1? En anderzijds brengen we het beschermende gedrag in beeld: wie doet wat voor wie. Zie voor verdieping de module Onderzoek & Analyse.
Voor, tijdens en na de scheiding
Bij een complexe scheiding onderzoeken en analyseren we het feitelijk onveilige gedrag van voor, tijdens en na de scheiding, gericht op de ex-partner en de kinderen, en de impact daarvan op hun functioneren. Met als onderdeel van dat onveilige gedrag conflictgebieden van de scheiding. Ook bij de onderliggende oorzaken maken we het verschil van voor, tijdens en na de scheiding. De omstandigheid van scheiden maakt dat problemen verdwijnen, juist ontstaan, ofwel verergeren.
Afzonderlijke gesprekken en plannen
Als professionals spreken we allereerst met de persoon die hulp vraagt en informeren of betrekken we andere gezinsleden niet direct en niet per definitie. Als we met beide partners c.q. ouders aan het werk gaan, krijgen deze een eigen onderzoeker c.q. hulpverlener. Waar mogelijk werkt die hulpverlener vanaf de start samen met ook de advocaat van de betreffende ouder2. Ook voor het kind komt er een eigen begeleider of een behartiger van diens belang. In beginsel spreken we kinderen vanaf 4 jaar zonder hun ouders erbij, op een neutrale en voor hen prettige plek. We kunnen ook met de vertrouwenspersoon spreken in plaats van direct met het kind. We vragen ons bij het praten met kinderen altijd af wat het doel is en handelen steunend en niet onnodig belastend.
Eerst werken aan directe veiligheid
Gelijk aan alle profielen richten we ons onderzoek in eerste instantie op de directe veiligheid. Waarbij het zowel gaat om de feitelijke onveiligheid van onder meer psychisch of fysiek geweld of seksueel misbruik, als om ervaren onveiligheid voortkomend uit bijvoorbeeld de onvoorspelbaarheid van de partner c.q. ouder. Intieme terreur is altijd complex en vergt al bij de fase van onderzoek samenwerking met de betreffende deskundigen. Zie voor verdieping het profiel Intieme terreur.
- Module Onderzoek & Analyse, onderdeel van het Handelingskader Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming. (2025).
- Werkbezoek Proeftuin Hart van Brabant. (2025).
Instrumenten
- Boeve, H. (2022). Complexe scheiding: het onvermogen om verdriet te hanteren. Hoe we door het kind centraal te zetten, ouders klemzetten in het conflict.
- Ruiter, C. en Pol, B. (2017). Mythen over conflictscheidingen: Een onderzoek naar de kennis van juridische en sociale professionals’, Family & Law.
Helpen en beschermen in de verschillende fasen
Het principiële uitgangspunt dat mensen één geheel zijn en geen verzameling ‘losse’ problemen, vraagt logischerwijs om hulp die niet bestaat uit losse interventies maar om één samenhangend en geïntegreerd geheel1. Een beschermingsarrangement is een samengaan van beschermings- en zorginterventies die aansluiten bij een gezinsprofiel en achtereenvolgend gericht op het stoppen van het geweld, het aanpakken van onderliggende factoren en het weer verder gaan met het leven. Een beschermingsarrangement is altijd maatwerk, wat voortkomt uit de leefwereld van ieder uniek gezin en dus hun specifieke vraagstukken en krachten.
De juridische interventies die onderdeel kunnen zijn van het beschermingsarrangement ontbreken nog in deze module. Daar wordt in 2026 in de breedte van alle profielen aan gewerkt door de ontwikkelgroep Helpen en beschermen.
Fase directe veiligheid
In de fase directe veiligheid is het stoppen van het onveilige c.q. gewelddadige gedrag van de ouder(s) ons doel. De actuele onveilige situatie en niet de toekomst is onze focus. We beogen dat (ex-)partners het belang van het kind weer centraal stellen. Op basis van onze geweldsanalyse maken we twee veiligheidsplannen voor de afzonderlijke situaties van de twee ouders. Gericht op het huishouden van iedere ouder in de tijd dat zij de kinderen hebben. En waar nodig gericht op de veiligheid van de ouder die (ook) slachtoffer is.
Gericht op het hier en nu
Afhankelijk van de aan het geweld onderliggende oorzaken heeft het onveilige gedrag allerhande verschijningsvormen, waaronder de scheidingsconflicten. In het voorbeeld van het elkaar te lijf gaan over de alimentatieregeling bij het overdrachtsmoment, maken we in deze fase bijvoorbeeld met beide ouders de afspraak dat een buurman zorgt voor het overdragen van de kinderen en ouders elkaar dus niet ontmoeten. Met de vader die telkens heftig huilt als zijn kinderen er zijn, maken bijvoorbeeld we de afspraak dat die kinderen voortaan in de ochtend komen, hij tijdens en voorafgaand aan dat bezoek niet drinkt en de kinderen direct de tante kunnen bellen in de situatie dat hij zich daar niet aan houdt. We zijn gericht op het creëren van veiligheid, rust en welzijn in beide afzonderlijke huishoudens.
Geweld door stress
Bij een patroon van geweld door stress draagt scheiden vaak bij aan het verminderen van het geweld. De fysieke afstand begrenst de mogelijkheden. Bij een overheersend patroon van controle en dwang zal de scheiding altijd complex zijn en vermindert het geweld niet, het verandert enkel van verschijningsvorm.
Vertrek bij intieme terreur
Weggaan bij c.q. scheiden van een controlerende partner is niet onmogelijk, maar wel risicovol en niet makkelijk. Als een slachtoffer overweegt uit een dwingend-controlerende relatie te stappen, betrekken we altijd expertise en hulp van organisaties die hierin gespecialiseerd zijn. Denk aan de verschillende vormen van vrouwenopvang c.q. regionale expertisecentra als de Blijf Groep, Sterk Huis en Fier, al dan niet werkzaam vanuit een regionaal veiligheidsteam. Deze collega’s helpen slachtoffers vooruit te denken, het vertrek zorgvuldig voor te bereiden, het daadwerkelijk weggaan zo veilig mogelijk vorm te geven en te ondersteunen bij alles wat daarna nog komt. Denk bij deze stappen onder meer aan het verzamelen van bewijs en het zorgen voor geld, het betrekken van een te vertrouwen persoon uit het netwerk, het vinden van een geschikte advocaat, het veiligstellen van belangrijke persoonlijke documenten en het zo goed mogelijk hanteren van de onzekerheid, druk en vraagstukken die volgen na vertrek2.
De onveiligheid duurt voort
Bij een onderliggend patroon van controle en dwang is er na de scheiding nog steeds sprake van onveiligheid. Stalking is de bekendste vorm van dwingende controle na een relatiebreuk. Een stalkende ex-partner zoekt voortdurend contact. Van belang is dat het slachtoffer naar de ex-partner één keer glashelder en bewijsbaar aangeeft geen contact te willen en dat er bewijs wordt verzameld van de stalking. Stalking is strafbaar en aangifte doen kan het slachtoffer helpen om het stalken te stoppen. In ongeveer de helft van de gevallen heeft een stop-gesprek door de politie een positief effect. Een andere optie is om naar een familierechtadvocaat te gaan om een straat- en/of contactverbod te vragen3.
Andere vormen van voortgezette intimidate, dwang en controle zijn juridisch en financieel misbruik. Bij juridisch misbruik zien we ex-partners die rechtszaak na rechtszaak starten of die slachtoffers dwingen dat te doen door zelf nergens vrijwillig aan mee te werken. De procedures hebben niet tot doel een geschil op te lossen, maar beogen een slachtoffer emotioneel en financieel onder druk te zetten. In de situatie van gezamenlijk gezag kunnen kinderen worden ingezet als een onderdeel van juridisch misbruik. De lijst waarover ex-partners dan overeenstemming moeten bereiken is lang en een erg effectief middel voor dwang.
Contact als vraagstuk
Als slachtoffer en kinderen weg zijn bij de pleger en in de vrouwenopvang verblijven, wordt contact een vraagstuk. Vanuit de wet is er geen verplichting om direct contact toe te laten tussen vader en kind. Op grond van het Verdrag van Istanbul heeft de overheid de plicht af te wegen of omgang in het belang van het kind is. Geweld tegen de andere ouder en/of kind(eren) is een contra-indicatie voor omgang en kan ook reden zijn het gezag van de geweld plegende ouder te beëindigen4.
Veiligheid boven contact en omgang
Als moeder en kind(eren) in de opvang verblijven en er moet worden besloten over vader-kind contact, is het belangrijk om eerst individuele gesprekken met alle gezinsleden te voeren en een aantal criteria goed uit te zoeken. Vervolgens kan multidisciplinair een afweging worden gemaakt of vader-kind contact opgestart kan worden en op welke manier. Deze fasering is cruciaal om de veiligheid te waarborgen in plaats van zo snel mogelijk toe te werken naar het opstarten van vader-kind contact. Bovenstaande betekent dat in de beginfase in principe geen vader-kind contact plaatsvindt. Dit geeft duidelijkheid aan vaders, maar ook aan moeders en kinderen. En schept duidelijk verwachtingen naar ouders en kind(eren). Ook geeft het de betrokken professionals rust om eerst een aantal cruciale onduidelijkheden uit te zoeken, in plaats van het voelen van de druk zo snel mogelijk vader-kind contact te organiseren. Belangrijk hierbij is dat duidelijk gemaakt wordt dat het een momentopname is en dat na enkele dagen een eerste overlegmoment wordt georganiseerd. De vijf criteria die van belang zijn om in deze eerste fase te onderzoeken zijn: A. het type geweld en geweldstriggers; B. wensen en belangen van het kind, de vader en de moeder; C. veilig ouderschap; D. psychosociale problemen, trauma- klachten en hechtingsproblematiek; en E. juridische aspecten. Belangrijk is dat op maat gekeken wordt wat dit betekent voor het vader-kind contact. Het betekent niet dat bij trauma van de moeder of verwaarlozing bijvoorbeeld nooit vader-kind contact kan plaatsvinden. Het is uitdrukkelijk geen afvinklijstje op basis waarvan de beslissing volgt of vader-kind contact wel of niet wenselijk is. De criteria zijn behulpzaam in het detecteren van situaties waarin professionals met elkaar in gesprek moeten over of vader-kind contact wenselijk is en in welke vorm.
Na een scheiding hebben kind en ouders recht op omgang, ook als dit een juridisch ouder zonder gezag betreft (art. 1: 377a BW). Dit uitgangspunt betekent echter niet dat altijd toegewerkt moet worden naar omgang. Als omgang niet in het belang is van het kind, kan het recht op omgang door de rechter worden ontzegd. Hoe de juridische regels worden toegepast, hangt samen met de concrete feiten en omstandigheden. Het is aan de rechter om omgang te ontzeggen. Dit betekent niet dat er omgang moet zijn tot de rechter hierover beslist. Als de vader direct contact wil, is het aan de vader om een verzoek tot omgang bij de rechter in te dienen via een advocaat.
Samenwerking zorg en recht
Het is belangrijk dat hulpverleners en advocaten samen optrekken, zodat de juridische processen goed afgestemd zijn met de zorg en andersom. Dit betekent in de praktijk dat het van belang is om contact te hebben en waar het kan samen te werken met de advocaten van de ouders. De gezinsadvocaat is hier een goed voorbeeld van5.
Fase stabiele veiligheid
In de fase stabiele veiligheid ligt de nadruk op helpen de onderliggende problemen van het geweld aan te pakken, om zo kans op terugval sterk te verminderen. Denk hierbij aan risicofactoren als middelengebruik, psychiatrische- en verstandelijke problematiek, onderliggende traumatische ervaringen, werkeloosheid, schulden of gebrek aan een steunend netwerk. Als een pleger openstaat voor hulp, zet dan vaart achter het organiseren daarvan. Denk bij financiële stress aan het helpen vinden van een baan, schulddienstverlening en een alimentatieplan. En bij een alcoholverslaving aan behandeling.
Geweld door stress
Bij een patroon van Geweld door stress vinden ouders na de scheiding vaak een nieuw evenwicht. Voor degenen die willen investeren in hun ouderschap is er allerlei hulp beschikbaar. Denk onder meer aan Ouderschap Blijft, en in de vorm van hulp voor kinderen en ouders samen aan Kinderen uit de Knel. Kinderen kunnen online laagdrempelig terecht bij bijvoorbeeld Villa Pinedo en Jonge Helden. Het kan helpen om kinderen psycho-educatie te geven op wat er speelt bij een complexe scheiding. En waar nodig betrekken we hulp gericht op de stress, loyaliteitsproblemen en mogelijke hechtingsproblemen die zij ervaren. Hulp voor kinderen is er ook in groepsverband, denk bijvoorbeeld aan Stoere Schildpadden, Dappere Dino’s, en KIES.
Daar waar de rust niet wederkeert, richt de individuele ondersteuning van ouders zich op onthechting van de andere ouder, reorganisatie van het ouderschap in het eigen huishouden, rouwen over het verlies van het kerngezin, het minder zien van je kinderen, het verlies van netwerk en toekomstperspectief en op het creëren van een nieuw evenwicht los van die andere ouder, maar wel met respect. Waarbij er ruimte ontstaat voor beide opvoedstijlen naast elkaar6.
Controle en dwang
In de situatie van Intieme terreur is er vaak lange tijd geen sprake van stabiele veiligheid en blijven we gericht op het beschermen van het slachtoffer en de kinderen. Stabiele veiligheid ontstaat vooral als de pleger zijn gedrag weet te veranderen of als hij dat gedrag verplaatst naar een volgend slachtoffer.
Geblokkeerde ouder-kind-relaties
Ongeveer één op de vijf kinderen heeft na een scheiding op zeker moment geen contact met één van de ouders. Er kunnen grofweg drie situaties worden onderscheiden: a) het contactverlies is een tijdelijke fase die samenhangt met de ingewikkelde situatie na de scheiding; b) het contactverlies komt voort uit een onveilige situatie voor het kind of er zijn andere gegronde redenen waarom een kind geen contact wil met een ouder (realistische oudervervreemding); c) het kind wil geen contact met een ouder terwijl deze afwijzing van contact niet in verhouding staat tot de ervaringen van het kind met deze ouder (ouderverstoting)7.
Tussen deze situaties zijn geen harde scheidslijnen. Het is complex en kost tijd om alle aspecten die een rol spelen bij een geblokkeerde ouder-kindrelatie uiteen te rafelen en het gedrag van het kind en de ouders te duiden. Als professional onderzoeken we de feiten en leggen we die goed vast. We kijken naar de dynamiek tussen ouders onderling, tussen ouders en kinderen en tussen hen en de sociale omgeving. Op basis daarvan maken we ons vervolgplan.
De piramide van pedagogische behoeften
Het recht op omgang en de verantwoordelijkheid een goede ouder te zijn, zijn twee verschillende opgaven. De belangrijkste pedagogische behoeften van een kind zijn door Emery8 in een zes treden piramide weergegeven. Pas als aan de onderste vier treden is voldaan, hebben kinderen baat bij contact en omgang met twee ouders die een veilig opvoedklimaat bieden, zodat zij zich kunnen ontwikkelen als kind en niet als kind van gescheiden ouders. Deze door wetenschappelijk onderzoek ondersteunde piramide laat zien dat de bescherming tegen conflicten een meer basale behoefte is voor kinderen dan omgang met twee ouders.

Het niet toestaan van omgang is geen eenvoudige beslissing. Dit geldt voor het kind, voor beide ouders en voor de rechter. In veel gezinnen waar het contact tussen ouder en kind is geblokkeerd, is de situatie zo complex dat het lange tijd duurt voor enigszins duidelijk is wat er speelt en wat de dynamiek is. Om te kunnen beslissen of contact met beide ouders in het belang van het kind is, moet allereerst duidelijkheid komen of contact met beide ouders veilig is.
Het ondersteunen van beide ouders
Voor de nabije ouder is het belangrijk om ondersteuning te krijgen in haar of zijn eigen proces, maar ook in het contact met de kinderen en de andere ouder. Het helpt deze ouder om handvatten te krijgen voor het omgaan met het gedrag en/of trauma van de kinderen, terwijl ze neutraal blijven over de andere ouder. Een neutrale houding is van groot belang om uit de discussie van ouderverstoting te blijven. Een neutrale houding in het contact kan bovendien escalatie voorkomen. Ondersteuning door derden om het mail-/berichtencontact zakelijk te houden kan noodzakelijk zijn. De BIFF-methode (Brief Informative Ferm and Friendly) is een methode waarin de communicatie netjes en vriendelijk blijft. Er wordt enkel antwoord gegeven op de vragen die gesteld worden en niet gereageerd op wat er nog meer wordt gezegd9. Een neutrale houding is ook van belang voor de kinderen. Hoewel het voor kinderen als niet ondersteunend kan voelen als de nabije ouder positieve dingen over de andere ouder blijft benadrukken, zorgt deze neutrale houding bij de wat oudere kinderen er bijvoorbeeld voor dat de beslissing om niet meer naar de andere ouder te gaan als een echt eigen beslissing voelt10.
Voor de ouder op afstand is het belangrijk om perspectief te hebben en een duidelijk verwachtingsmanagement. Bovendien is het ook hier essentieel om tijd te nemen om een vertrouwens- en samenwerkingsrelatie op te bouwen. Het ontbreken hiervan vergroot de kans dat een ouder in de weerstand gaat, het geweld ontkent of bagatelliseert en dat de spanning en conflicten juist toenemen. Professionals met expertise en ervaring in het begeleiden van de ouder op afstand met persoonlijkheids- of gedragsproblematiek benadrukken dat ook bij ouders bij wie het lijkt dat zij geen inzicht hebben, het met de juiste hulp en voldoende tijd vaak lukt om stappen te zetten en bepaalde patronen te doorbreken of inzicht te krijgen10.
Door naar persoonlijke groei
De fasen van directe en duurzame veiligheid worden afgerond zodra er al een half jaar lang geen onveilige incidenten meer hebben plaatsgevonden en de belangrijkste onderliggende problemen c.q. risicofactoren geen invloed meer hebben op de veiligheid in de relaties.
Fase van persoonlijke groei
Op het moment dat de onderliggende problemen dusdanig positief zijn beïnvloed, dat ze niet meer leiden tot terugval naar huiselijk geweld, gaat de aandacht naar verder met het leven c.q. persoonlijke groei. We staan dus stil bij de herstel- en de ontwikkelingsbehoefte van zowel de volwassenen als de kinderen. Een complexe scheiding kan gevoelens van rouw met zich meebrengen, die bijvoorbeeld gedeeld kunnen worden in een lotgenotengroep. Daarnaast kan er vanuit de pleger een wens zijn om (weer) inkomen uit werk te verkrijgen of om met zijn kinderen in gesprek te gaan over de gevolgen van zijn alcoholverslaving, en daarbij ondersteuning nodig te hebben.
- Van Dijke, A., & Terpstra, L. (2026) Basiszorgprogramma op het snijvlak van zorg en veiligheid. Hulp bij geweld in afhankelijkheidsrelaties.
- Hendriks, A., & Vledder, I. (2025). Met liefde heeft het niets te maken. Over het herkennen en stoppen van intieme terreur. Amsterdam: Cargo.
- Hendriks, A., & Vledder, I. (2025). Met liefde heeft het niets te maken. Over het herkennen en stoppen van intieme terreur. Amsterdam: Cargo.
- Lünnemann M.K.M, K.D. Lünnemann & M. Compagner (2024). Vadercontact in de opvang. Een onderzoek naar de rol en verantwoordelijkheid van de opvang gedurende de periode dat moeder en kinderen in de opvang verblijven wegens huiselijk geweld. Utrecht: Verwey-Jonker Instituut. Zie ook het afwegingskader met handleiding Vadercontact in de opvang - Verwey-Jonker Instituut
- Werkbezoek Proeftuin Hart van Brabant. (2025).
- Werkbezoek Proeftuin Hart van Brabant. (2025).
- Lünnemann K.D. & M.K.M Lünnemann (2024). Als contact niet vanzelfsprekend is na scheiding. Utrecht: Verwey-Jonker Instituut
- Emery, R. E. (2016). Two homes, one childhood: A parenting plan to last a lifetime. Avery.
- Eddy, B. (2012). BIFF: Quick Responses to High Conflict People, Their Personal Attacks, Hostile Email and Social Media Meltdowns. High Conflict Institute.
- Lünnemann K.D. & M.K.M Lünnemann (2024). Als contact niet vanzelfsprekend is na scheiding. Utrecht: Verwey-Jonker Instituut
Zorg voor onszelf
Complexe scheidingen hebben het in zich dat de betrokken professionals meegezogen worden in het conflict van ouders en bevangen worden door de onmacht die het conflict met zich meebrengt. Hierdoor ontstaan parallelle processen: stress bij hulpverleners, het gevoel hebben iets te moeten doen. Onbedoeld verharden we het conflict nog meer waardoor kinderen steeds meer klem komen te zitten en ouders meer stress ervaren1.
We kiezen met bovenstaande werkwijze dus voor verschillende professionals, voor de twee ouders en de kinderen. De veiligheid van beide partners en van de kinderen bij de twee individuele ouders is ons beoogd resultaat. De scheidingsconflicten kunnen om reden van veiligheid onderdeel zijn van ons plan. Solo parallel ouderschap is onze ‘default-instelling’.
We richten ons in het werken met de ouders op hetgeen zij zelf kunnen doen en niet op hetgeen de andere ouder allemaal zou moeten doen. We nemen de verantwoordelijkheid van ouders voor het oplossen van hun conflicten niet over en zijn ons bewust van de noodzaak buiten de drama-driehoek te blijven2.
Ter ondersteuning van de groep professionals die met een gezin in complexe scheiding werkt, is er terugkerend een vorm van begeleiding c.q. een Multi Disciplinair Overleg operationeel. Hier is van belang dat we met elkaar vanuit eenzelfde visie en taal spreken met ouders en met elkaar. En vooral ook dat we mild blijven tegen onze collega’s en ouders3.
- Werkbezoek Proeftuin Hart van Brabant. (2025).
- Werkbezoek Proeftuin Utrecht-West. (2025).
- Werkbezoek Proeftuin Hart van Brabant. (2025).