Pijler 3 Grondhouding
Module Relationeel en normerend werken

Intro

Met grondhouding bedoelen we de innerlijke instelling die ons handelen aanstuurt en aan de buitenkant dus zichtbaar is in onze houding, blik en toon. Dat gaat over denken en voelen, maar bijvoorbeeld ook over onze morele positie en de identiteit die we bij ons werk willen aannemen. Idealiter biedt de grondhouding ons een innerlijk kompas, waarop we telkens opnieuw kunnen varen.

We weten dat wanneer we onze grondhouding onvoldoende in praktijk brengen, methodisch werken en vakkennis weinig uithalen1. Onze grondhouding is onze meest effectieve ‘interventie’. In de beroepscode(s) staat al veel omschreven wat betrekking heeft op grondhouding. In het handelingskader voegen we daarop enkel toe en in deze module gaan we dieper in op wat misschien wel het meest van belang is bij onveiligheid en huiselijk geweld: het hand in hand laten gaan van relationeel en normerend werken.

En geldt voor iedereen

We kijken naar relationeel en normerend werken primair vanuit het perspectief van de professional. Daarbij zoomen we in en uit, bijvoorbeeld van concreter naar meer abstract, van uitvoering naar beleid, van casus naar institutie, zie de groene tabel2. Onze grondhouding staat immers niet op zichzelf, maar moet ingebed zijn in onze praktijk en van alle collega’s: van bestuurder en manager tot gedragswetenschapper, professional en ervaringsdeskundige.

Totstandkoming

In beide dialoogversies van kerndocument – van september ’24 en oktober ’25 – staat de beoogde grondhouding beschreven. Beide teksten zijn met aandacht en zorgvuldigheid gemaakt en verschillen nogal. Die verschillen illustreren hoe het gesprek zich verdiept, hoe we toenemend grip menen te krijgen op de ontwikkeling die we met het Toekomstscenario beogen en welke grondhouding daar dus bij hoort. De verschillen illustreren ook dat het komen tot een beschrijving van een grondhouding niet gemakkelijk is. Dit roept de vraag op wat een grondhouding eigenlijk is, waaruit die bestaat en waarom we die voor dit specifieke werk op deze manier invullen.

Ten behoeve van deze verdieping is de betreffende ontwikkelgroep dit najaar aan het werk gegaan met Prof. Dr. Andries Baart, de grondlegger van de presentietheorie. Op basis van onder meer zijn presentietheorie3 en de theorie van Omer over verbindend gezag en nieuwe autoriteit4zijn we tot een ordening van acht dimensies c.q. kwesties gekomen, waarmee we recht menen te doen aan het in ons werk noodzakelijke hand in hand laten gaan van enerzijds helpen en anderzijds normeren en beschermen, zie voor toelichting de blauwe tabel. In gezinnen die te kampen hebben met onveiligheid c.q. huiselijk geweld, zijn beiden nodig. Recht doen aan beiden op een manier die gezinsleden helpt en die onszelf ook past is een terugkerende zoektocht.

Als ontwikkelgroep hebben we de acht kwesties (a), met gebruik van onze ervarings- en praktijkkennis, praktisch vertaald (b). Beschouw die vertaling als een illustratie en een voorbeeld van het eigen maken van de kwesties. We nodigen alle praktijken uit tot het voeren van het gesprek over die vertaling. De cursief gedrukte citaten (c) die de kwesties ook illustreren, zijn afkomstig uit de interviews met cliënten en professionals die het Verwey Jonker instituut heeft afgenomen in het onderzoek naar de proeftuinen5.

  1. Baart, A., & den Bakker, J. (2018). De ontdekking van kwaliteit. Theorie en praktijk van relationeel zorggeven. Uitgeverij SWP.
  2. Presentatie t.b.v. de ontwikkelgroep Grondhouding, A. Baart. (2025).
  3. Baart, A. (2025). Iemand voor iemand. Handboek presentie.
  4. Omer, H. (2011). Nieuwe autoriteit: Samen werken aan een krachtige opvoedingsstijl thuis, op school en in de samenleving. Amsterdam: Hogrefe/MoleMann. 
  5. Steketee, M., et al. (2025). Op weg naar verbetering: Actieonderzoek Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming