Pijler 3 Grondhouding
Module Relationeel en normerend werken

Dimensie 6: Normering

(a) Het is duidelijk dat de grondhouding ook een moreel kompas bevat. Wat ik doe is meer dan technisch (wat werkt, wat is efficiënt en haalbaar?); het vraagt ook voortdurend om morele afwegingen (wat is juist?). Ik wil niet zomaar “mijn ding doen”, maar dat wat ik doe moet verantwoord zijn. Ik wil óók als professional moreel deugdelijk handelen, zeker waar ambivalenties, tegenstrijdigheden en verscheurdheid heersen. Ik moet beschikken over een goed moreel aanvoelen en een ontwikkelde morele verbeelding. Die twee helpen mij te begrijpen wat er (bij de ander) op het spel staat, waar grenzen liggen en wat er zou gebeuren als ik niets of te weinig doe. Het gaat mij niet om hoe het uiteindelijk afloopt met mijn cliënten, maar ik moet scherp zijn op hoever ik ga, waar grenzen liggen en wat wenselijk of zelfs geboden is om te doen. Drie zaken helpen mij daarbij enorm: praktische wijsheid leert mij in complexiteit, systeemdruk, routines en onoplosbare dilemma’s te zien wat goed is om te doen én het besluit te nemen dat daadwerkelijk te gaan doen (ik laat het niet op zijn beloop), moreel beraad helpt mij in overleg met anderen helderheid te scheppen in morele problemen (ik laat het niet bij wat mij persoonlijk goed lijkt) en mijn eigen deugden, zoals moed, standvastigheid, compassie en respectvolle terughoudendheid, vullen mijn zakelijke competenties aan. Dit is de zesde dimensie van de grondhouding: de vaste wil om moreel juist te (leren) handelen.

(b) Als professional werk ik vanuit de vier waarden van het Toekomstscenario: gezinsgericht, rechtsbeschermend en transparant, eenvoudig en lerend. Ik ken en onderschrijf het Handelingskader, c.q. het methodisch richtsnoer van gefaseerd samenwerken voor veiligheid, en handel van daaruit op maat van de altijd unieke vragen van gezinsleden, relationeel en met praktische wijsheid. Ik streef ernaar moreel deugdelijk te handelen, zeker waar rechten, belangen of wensen van gezinsleden tegenover elkaar lijken te staan of dreigen te worden geschaad. Bij dergelijke kritieke beslismomenten draag ik zorg voor zorgvuldige en navolgbare oordeelsvorming, met de verschillende gezinsleden en andere betrokkenen, waar nodig in de vorm van een moreel beraad.

(c) “Als dit niet gebeurt, dan ondermijnt dit het vertrouwen in de hulpverlening snel. Altijd terugkoppelen is belangrijk voor betrouwbaarheid. Als je hebt afgesproken dat je iets regelt, terugkoppelen wat daaruit is gekomen. Zeggen wat je gaat doen en doen wat je zegt.”

Citaat uit Steketee, M., et al. (2025). Op weg naar verbetering: Actieonderzoek Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming