Pijler 3 Grondhouding
Module Relationeel en normerend werken

Dimensie 3: Benadering

(a) De derde dimensie van de grondhouding vertrekt vanuit de tweede. Daar is de vraag beantwoord ‘wat’ er gedaan moet worden en zo meldt zich de vervolgvraag: ‘hoe’ kan dat het best gedaan worden? De meest geëigende aanpak vinden – in deze situatie, met deze mensen en gegeven de beschikbare middelen – moet ter plekke gebeuren. Dus niet autoritair, van buitenaf, over de hoofden heen of stiekem. Ik wil relationeel te werk gaan, aansluiten en afstemmen en moet dus ter plekke leren én durven zeggen: ‘zo wel en zo niet’. Ik wil dat wat we doen bovendien proportioneel is (aan menselijke maat, niet groter of harder dan nodig) en andermans autonomie voedt en in stand houdt (niet verafhankelijken of klein houden). Dat vraagt om enerzijds radicaal relationeel navigeren en anderzijds gezag opbouwen en met gezag te werk gaan. Je moet dat durven en willen. Je mag niet omvallen noch eenzijdig worden. Dát is de derde dimensie: ik zoek ter plekke uit wat passend is om op welke wijze te doen (relationeel) en werk daar dan ook standvastig aan (gezag). Het gaat niet om de blinde toepassing van waarden en doelen en ook niet om mij, maar het gaat erom dat de opgaven waarmee de betrokkenen worstelen weggenomen of verlicht worden. Het moet hun baten en goed doen.

(b) Als professional ben ik nabij, begin met contact maken en bouw dat zoveel mogelijk uit tot een relationele werkwijze. Ik weet dat ieder gezin uniek is en neem de tijd elkaar te leren kennen. Ik vertrek vanuit de situatie en problemen van de ander en ben tegelijkertijd ook helder over ons gedeelde doel: het helpen stoppen van onveilig gedrag c.q. huiselijk geweld. Dit doe ik met een prettige, betrouwbare, oprechte houding die openstaat voor het gesprek met elk gezinslid en vanuit de analyse die wij samen maken. Ik sluit aan bij de reeds betrokken hulpverlening en werk met hen samen zodat er een professioneel, relationeel netwerk om het gezin heen staat. Ik stimuleer en geef ruimte aan een ieder om eigen behoeften te bespreken en volgen. En geef ook grenzen aan waar het gaat om het maken en nakomen van de afspraken over de directe en duurzame veiligheid van alle gezinsleden. Vanuit deze instelling laat ik mensen merken en weten mensen dat zij ertoe doen. Dat ik hun situatie wil begrijpen, wil helpen verbeteren en kan samenwerken vanuit maatwerk. Daarbij zorgen mijn vakkennis en gespreksvaardigheden voor een open en eerlijk gesprek waarbij ik ook duidelijk ben over de veiligheid die gerealiseerd dient te worden en welke maatregelen kunnen volgen als we die onvoldoende realiseren. Ik stimuleer mensen in hun eigen kracht en autonomie. Het is voor mij belangrijk dat mensen ondersteund worden, zodat ze goed verder kunnen. Ik zorg voor relationeel afgestemde sturing en balans in de weg ernaartoe door nabij te zijn, goed benaderbaar en flexibel om gaandeweg aan te passen waar wenselijk. Ik durf met het gezin van koers te veranderen als dat de juiste weg lijkt en af te wijken van protocollen zodat deze werkbeschrijvingen ondersteunend en niet leidend zijn. Daarbij doe ik wat er nodig is om te ondersteunen dat gezinsleden zelf hun doelen bereiken en in het beste geval weerbaarder worden voor een volgende situatie die kan leiden tot stress/huiselijk geweld. Als ik afwijk, ben ik bereid daar verantwoording over af te leggen.

(c) “Kijken wat je zelf aan mogelijkheden hebt, hoe mensen van buitenaf naar de situatie kijken, dit begrijpbaar maken voor ouders, zodat ze het snappen en kunnen pakken”

Citaat uit Steketee, M., et al. (2025). Op weg naar verbetering: Actieonderzoek Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming