Pijler 3 Grondhouding
Module Relationeel en normerend werken

De beoogde ontwikkeling

Aan het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming1 liggen vier waarden ten grondslag: gezinsgericht, rechtsbeschermend & transparant, eenvoudig en lerend. Deze waarden komen voort uit de doorontwikkeling van hulp en bescherming bij onveiligheid en huiselijk geweld die we als stelsel en daarmee ook als professionals willen realiseren. Onze grondhouding is een operationalisering van die waarden.

Ieders verantwoordelijkheid

Als samenleving en als individuen daarbinnen zijn we geneigd weg te kijken van huiselijk geweld. Huiselijk geweld maakt ons bang of verdrietig, vinden we confronterend, roept gevoelens van schaamte en onmacht op en kan ons boos, hard of cynisch maken. Desondanks willen we dat het stoppen van geweld de verantwoordelijkheid van ons allen is. Dat we samen bereid zijn onbevooroordeeld te kijken, vragen, normeren, te beschermen en te helpen. Met daarbinnen een bijzondere rol voor de professionals, voor wie het helpen stoppen van onveiligheid en huiselijk geweld het dagelijks werk is.

Vanuit een bijzondere balans

Dat werk vraagt om een bijzondere balans. Dat werk vraagt om een bijzondere balans. Enerzijds is het passend en nodig om naast de verschillende individuen binnen een gezin te staan: naast volwassenen en kinderen, mannen en vrouwen, slachtoffers en plegers. Om contact met hen te maken, te luisteren en door te vragen, te waarderen en te helpen, en hoop en perspectief te bieden. Anderzijds hebben we geweld te normeren door aan te geven dat onveilig gedrag onverantwoord, grensoverschrijdend, schadelijk en/of strafbaar is. We dienen de pleger verantwoordelijk te houden voor zijn of haar gedrag en te wijzen op de consequenties ervan voor de partner, de (eventuele) kinderen en het ouderschap. Dat normeren en ook beschermen, willen we vanuit verbinding en vertrouwen doen en niet onnodig autoritair of vanuit ‘geleende macht’.

“Ik denk toch echt dat de grondhouding het meest wezenlijke is van onze aanpak. Dicht bij het gezin staan, echt luisteren naar het gezin, echt horen wat het gezin bezighoudt, wat de oplossingen zijn waar zij mee uit de voeten kunnen en waar zij voor open staan. Ik merk dat we binnen de hulpverlening veel te veel gewend waren om te zeggen “dit is goed voor jullie en daar moeten jullie dan ook maar tijd voor vrij maken”. En dat merk ik nog steeds, dat als we gespecialiseerde jeugdzorg willen inschakelen, dan denk ik “jeetje jullie walsen zo over deze mensen heen die het zo moeilijk hebben en zo druk hebben”. (…) Een groot deel van de systemen die wij zien van de gezinnen/huishoudens zijn overbelast door de problemen die ze hebben. Eerst die basis leggen, we zien dat dat steeds meer overeenkomt met die top-3 methodiek. Dat eerst de toxische stress naar beneden moet, voordat je ergens komt met mensen. En door zo dicht aan te sluiten bij mensen, dat zijn wel de dingen die mij overeind houden. En je hoort het ook andere werkers zeggen, we hebben een flinke aanloop gehad met dit gezin en moeder vond dit ook heel moeilijk maar ze belt me nu zelf dat de stress weer op loopt en weer moeite heeft om van de drank af te blijven bijvoorbeeld. Dat ze zelf nu ook die signalen bij ons legt en niet de flessen blijft verstoppen en wegduikt. Nu weet je wat er echt speelt in het gezin. En die signalen krijgen we wel steeds meer. Mensen die echt tevreden zijn en aangeven “ik voel me echt gehoord en jullie hebben echt gezien hoe dit voor mij is. En ik snap dat er geen kant en klare oplossingen zijn”.

Citaat uit Steketee, M., et al. (2025). Op weg naar verbetering: Actieonderzoek Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming

Werken met slachtoffers en plegers

David Mandel stelt dat we als maatschappij de diepgewortelde gewoonte hebben om plegers van geweld – vaak mannen c.q. vaders – te ontzien en slachtoffers – veelal vrouwen c.q. moeders – te beschuldigen van het onvoldoende beschermen van de kinderen. Voortkomend uit de nog steeds actuele stereotype beelden van de vader- versus de moederrol en uit het gegeven dat veel professionals zich beter toegerust achten op het werken met slachtoffers dan met plegers2.

Wij verwachten van alle professionals dat zij zowel naast gezinsleden staan als het geweld normeren. En dat zij deze bijzondere balans toepassen in het werken met elk lid van het gezin, niet in de laatste plaats de plegers. Waar het niet lukt de pleger te motiveren en zijn onveilige c.q. gewelddadige gedrag te laten veranderen, verplichten we onszelf om, aanvullend op onze eigen inzet op bescherming, normering en begrenzing, ook de strafkant te betrekken. Of er nu wordt gewerkt vanuit een lokaal team, een ‘regionaal veiligheidsteam’ (RVT), de sociale basis of de aanvullende zorg, het zorg- of het strafdomein: relationeel én normerend werken is onze gezamenlijke opdracht en gedeelde verantwoordelijkheid.

Het belang van concreet bevragen

Uit het rapport over systeemgerichte juridische interventies3 blijkt dat het grootste knelpunt dat de praktijk ervaart, het ontbreken van consensus is over wanneer dwang c.q. een beschermingsinterventie nodig is en op welke gronden. Ideologische overtuigingen, bijvoorbeeld dat een kind altijd recht heeft op contact met beide ouders of dat ouders gelijkwaardig zijn en hun (gewelds)problemen zelf en bij voorkeur samen moeten oplossen, leiden soms tot beslissingen die geen of onvoldoende rekening houden met (gevoelens van) onveiligheid en die de daadwerkelijke veiligheid ondermijnen. Een gedegen analyse van het gewelddadige gedrag en de daaraan ten grondslag liggende oorzaken – inclusief aandacht voor machtsverschillen, gendersensitiviteit en culturele factoren – is voorwaarde voor het verantwoord inzetten van dwang4. Dat vraagt om professionals die de onveiligheid en het geweld onbevooroordeeld en concreet bevragen, valide instrumenten gebruiken en hun hulp en bescherming op maat maken van de verschillende gezinsleden en hun belangen.

  1. Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming (2023). Visiedocument.
  2. Mandel, D. (2025). Stop met moeders de schuld geven en vaders negeren.
  3. Lünnemann, K. D. (2026). Als dwang noodzakelijk is om onveiligheid te doorbreken. Systeemgerichte juridische interventies bij geweld in gezinnen en intieme relaties. Utrecht: Verwey-Jonker Instituut.
  4. Lünnemann, K. D. (2026). Als dwang noodzakelijk is om onveiligheid te doorbreken. Systeemgerichte juridische interventies bij geweld in gezinnen en intieme relaties. Utrecht: Verwey-Jonker Instituut.