Pijler 4 Balans in rechten
Kerninformatie

Intro

Als professionals die werken met gezinnen waar sprake is van onveilig gedrag, maken we altijd keuzes binnen een complex spanningsveld. Ten eerste hebben we de wens maar ook verplichting van de overheid om leden van een gezin te beschermen tegen huiselijk geweld. Komend vanuit primair het belang van slachtoffers. Daarnaast staat het recht van gezinsleden op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer en het gezinsleven. Wat in het belang kan zijn van ook plegers. De beschermingsverplichting kan heel goed vragen om actieve inmenging in de persoonlijke levenssfeer en dat gezinsleven. Door dit spanningsveld worden professionals in het met gezinnen werken aan veiligheid geregeld geconfronteerd met complexe en ingrijpende afwegingen.

Wat is de ‘juiste keuze’?

In de proeftuinen en de algehele beroepspraktijk werken professionals vanuit het recht op bescherming tegen geweld, misbruik en verwaarlozing. Waarbij zij zich tegelijkertijd hebben te verhouden tot het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer en het gezinsleven. Het is cruciaal dat we afwegingen in dit potentiële spanningsveld zorgvuldig, transparant en gezamenlijk maken. Rechtsbescherming is geen obstakel voor de professional, maar onderdeel van het werken aan veiligheid. Als professionals weten we dat de twee fundamentele rechten kunnen botsen. Daarom maken we zorgvuldige en navolgbare afwegingen, waarin we de rechten, belangen en wensen van alle betrokkenen meewegen. Afwegingen maken we nooit alleen, maar zoveel als mogelijk c.q. passend samen met leden van het gezin, directe collega’s en andere betrokken professionals. Bij zorgvuldige besluitvorming hoort dat alle perspectieven worden betrokken, dat tegenspraak bewust wordt georganiseerd en dat beslissingen zo transparant zijn dat betrokkenen ze kunnen volgen. Door voortdurend samen te reflecteren op onze lastige afwegingen vormen we als professionals een lerende praktijk. Op het moment dat dwang wordt uitgeoefend en daarmee inbreuk wordt gemaakt op mensenrechten, moet er sprake zijn van een wettelijke grondslag en een rechter betrokken worden. Dit volgt uit het EVRM, IVRK en Verdrag van Istanbul.